direct naar inhoud van 1.5. Relatie met rijksbeleid en provinciale plannen
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
1.5. Relatie met rijksbeleid en provinciale plannen
1.5.1. Agenda van Brabant

De structuurvisie vertaalt de doelstellingen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijke-fysieke domein. De focus op de kerntaak en de kernrollen van de provincie werken door naar de ruimtelijke keuzes en de keuzes voor de inzet van instrumenten in de structuurvisie.

1.5.2. Schakel tussen rijksbeleid en gemeentelijk beleid

De provinciale structuurvisie is een belangrijke schakel tussen de structuurvisies van Rijk en gemeenten op het vlak van ruimtelijke ordening. Met deze structuurvisie biedt de provincie helderheid aan gemeenten over de provinciale belangen en de wijze waarop de provincie daarbij haar instrumentarium inzet. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen.

1.5.3. MIRT-gebiedsagenda

Rijk, provincie Noord-Brabant, Samenwerkingsverband regio Eindhoven en de vijf grote steden in Noord-Brabant hebben gezamenlijk de Gebiedsagenda Brabant opgesteld. In de Gebiedsagenda Brabant zijn een visie, ambitie en integrale ruimtelijke opgaven voor Noord-Brabant geformuleerd voor de lange termijn (tot circa 2030). Noord-Brabant is bezien in zijn (inter)nationale context; ook de relaties met omliggende landsdelen en het buitenland zijn meegenomen. In de Gebiedsagenda zijn de verbindingen gelegd tussen thema's als economie, verstedelijking, mobiliteit, water, natuur en landschap. Uiteindelijk doel is te komen tot één gezamenlijke agenda die is gericht op een samenhangende uitvoering van programma's en vervolgens concrete projecten in Noord-Brabant.

Met het opstellen van de Gebiedsagenda Brabant is invulling gegeven aan de ambitie van het Kabinet om de (rijks)investeringen in het ruimtelijk-fysieke domein te integreren in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De toevoeging van de R aan het vroegere MIT staat daarbij niet alleen voor het ruimtelijk fysiek domein, maar ook voor een intensivering van de relatie tussen Rijk en regio.

De Gebiedsagenda is de gemeenschappelijke basis voor het halfjaarlijks (MIRT-)overleg tussen Rijk, provincie en SRE. De gebiedsagenda beschrijft de gedeelde visie en ambitie van Rijk en regionale partners. Het gaat hierbij primair om opgaven waarbij ook het Rijk in enigerlei vorm een verantwoordelijkheid heeft.

1.5.4. Verhouding met andere (strategische) provinciale plannen

Deze structuurvisie vervangt de delen A en B van de Interimstructuurvisie Noord-Brabant (2008) en is daarmee één van de vier provinciale strategische plannen voor de fysieke leefomgeving. Deel C van de Interimstructuurvisie 'Ontwikkelingsprojecten West-Brabant' blijft in stand. De structuurvisie geeft de samenhang weer tussen het beleid op het gebied van milieu, verkeer en vervoer en water. Het gedachtegoed uit het provinciaal milieubeleid, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (2006) en het Provinciaal Waterplan (2009) zijn in de Structuurvisie ruimtelijke ordening opgenomen en verwerkt. In de Structuurvisie zijn alleen de ruimtelijk relevante hoofdlijnen uit deze andere strategische plannen opgenomen. Een verdere detaillering van het beleid staat in de plannen zelf. Dit komt ook tot uitdrukking op de structurenkaart van de Structuurvisie. Vanwege het meer abstracte karakter van die kaart zijn niet alle elementen uit deze plannen op de kaart overgenomen.

Daarnaast houdt de Structuurvisie ruimtelijke ordening rekening met het provinciaal beleid op economisch, sociaal-cultureel en ecologisch vlak; zoals het advies voor de opstelling van een Ruimtelijk Economische Visie, de Energieagenda 2010-2020, de Cultuurhistorische Waardenkaart en het Natuur- en landschapsoffensief.

De deel-Structuurvisie de Levende Beerze (maart 2010) blijft zijn gelding behouden.

Reconstructie- en gebiedsplannen (2005)

De reconstructie- en gebiedsplannen zijn na een intensief proces met betrokken partijen in 2005 vastgesteld. In deze plannen is de (onderbouwing van de) begrenzing van de integrale zonering voor de intensieve veehouderij vastgesteld en is het kaderstellende beleid geformuleerd voor de ontwikkelingsmogelijkheden die binnen deze zonering aanwezig is.

Na de vaststelling van het ontwerp van de structuurvisie heeft er op provinciaal niveau een debat plaatsgehad over de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij in Noord-Brabant. Dit debat, dat is aangevraagd door het indienen van een burgerinitiatief, heeft op onderdelen geleid tot een aanpassing van de ontwikkelingsmogelijkheden voor intensieve veehouderijen.

In eerste instantie heeft dit met name consequenties voor het kaderstellende beleid uit deze plannen. Dit beleid is op onderdelen fors aangepast waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden zijn beperkt. Deze besluitvorming is verwerkt in de Verordening ruimte die op 23 april 2010 is vastgesteld.

Daarnaast hebben de uitkomsten van dit debat ook gevolgen voor de begrenzing van de integrale zonering. Voor die aanpassing is een herziening van de reconstructieplannen nodig. Deze herziening richt zich daarbij met name op het vaststellen van een aangepaste begrenzing van de landbouwontwikkelingsgebieden. Totdat de reconstructieplannen zijn herzien, blijft de integrale zonering zijn status op grond van de Reconstructiewet behouden. Hierdoor blijft ook de planologische doorwerking van de begrenzing in stand.

In de reconstructie- en gebiedsplannen zijn ook beleidsuitgangspunten opgenomen over andere reconstructiedoelen. Dit overige beleid is inmiddels vertaald en geactualiseerd in het Provinciaal Waterplan en deze Structuurvisie RO. Hierdoor is het beleid in de reconstructieplannen over deze onderwerpen feitelijk achterhaald en heeft het formeel geen werking meer. Bij voornoemde herziening van de reconstructieplannen wordt daarom gekeken of het beleid over deze aanvullende reconstructiedoelen wordt ingetrokken.

Tot slot is in de plannen ook een uitvoeringsprogramma opgenomen. Dit uitvoeringsprogramma heeft de basis gelegd voor het Provinciaal Meerjaren Programma Landelijk gebied. Dit programma blijft zijn status behouden. Bij de herziening van de reconstructieplannen wordt gekeken of handhaving van het uitvoeringsprogramma in de reconstructie- en gebiedsplannen nodig is.

Uitwerkingsplannen Streekplan 2002

De uitwerkingsplannen van het Streekplan 2002 zijn ingetrokken. In de Verordening ruimte zijn het verstedelijkingsbeleid en de zoekgebieden voor verstedelijking vastgelegd. De sturing op de kwalitatieve opgave per regio is in deze structuurvisie opgenomen.

1.5.5. Verhouding met Investeringsprogramma's

De provincie trekt steeds vaker samen met andere partijen ruimtelijke ontwikkelingen van de grond. Voor het landelijk gebied kent de provincie al enkele jaren het Provinciaal Meerjarenprogramma (PMJP 2007-2013). Voor het stedelijk gebied is in 2008 met de B5-steden het programma 'Samen investeren' opgesteld. De hoofdlijnen uit deze investeringsprogramma's zijn in de uitvoeringsparagrafen opgenomen. De programma's behouden hun zelfstandige positie. Bij het opstellen van nieuwe programma's is de structuurvisie leidend voor de provinciale inzet van middelen.

1.5.6. Verhouding met Verordening ruimte

De Verordening ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Van een aantal onderwerpen verplicht het Rijk de provincie ze uit te werken in de provinciale verordening. Dit is in de ontwerp AMvB Ruimte opgenomen.

De provincie heeft een aantal onderwerpen, die bij het opstellen van deze structuurvisie niet ter discussie staan in de Verordening ruimte (fase 1) uitgewerkt. Deze is op 23 april 2010 vastgesteld en op 1 juni 2010 in werking getreden.

Uit de keuzes die in deze Structuurvisie worden gemaakt, volgen nog een aantal nieuwe onderwerpen waarvoor de provincie het instrument verordening wil inzetten. Deze worden opgenomen in de Verordening ruimte (fase 2) en zijn een aanvulling op de Verordening ruimte fase 1. Daarnaast worden ook een aantal provinciale ruimtelijke belangen die voortkomen uit het vastgestelde Provinciaal Waterplan opgenomen in de Verordening ruimte.

Paraplunota Ruimtelijke Ordening

Het beleid dat geldt op grond van de Interimstructuurvisie Noord-Brabant is opgenomen in de Paraplunota Ruimtelijke Ordening. Deze Paraplunota (dus inclusief de beleidsnota's die daar deel vanuit maken) is ingetrokken. Dit betekent een aanzienlijke deregulering en vereenvoudiging van de regelgeving waarmee gemeenten rekening moeten houden in de ruimtelijke besluitvorming.