direct naar inhoud van 2.4. De kernkwaliteiten van Brabant
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
2.4. De kernkwaliteiten van Brabant
2.4.1. Inleiding

In deze paragraaf worden de onderscheidende kwaliteiten van Noord-Brabant beschreven en wat de intrinsieke opgaven zijn die daaruit voortvloeien. Deze opgaven zijn gerelateerd aan drie perioden in de ontstaangeschiedenis van Noord-Brabant die nog steeds herkenbaar zijn:

  • 1. De natuurlijke basis: de abiotische ondergrond van Noord-Brabant. Dit betreft de geomorfologische structuren en het watersysteem.
  • 2. Het ontginningslandschap: de variatie aan natuurlijke omstandigheden in Noord-Brabant heeft vanaf de vroegste ontginning geleid tot een rijk palet aan agrarische cultuurlandschappen. Ook de militaire, industriële en kerkelijke geschiedenis hebben bijgedragen aan de vorming van Noord-Brabant.
  • 3. Het moderne landschap: in de tweede helft van de vorige eeuw heeft de ontwikkeling van stad en land zich steeds losser gemaakt van de natuurlijke basis en van het aanwezige cultuurlandschap. Dit heeft geleid tot nieuwe landschappen en verstedelijking (infrastructuur, glastuinbouwlocaties, vinexlocaties, regionale bedrijventerreinen etc.)
2.4.2. De kernkwaliteiten van de natuurlijke basis

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0002.png"

Kaart 2. Natuurlijke basis

De verschillen in de bodem, de geomorfologie, reliëf en het watersysteem zijn bepalend voor de verschillen tussen de landschappen in Noord-Brabant van zand en klei. Op de aardkundig waardevolle gebiedenkaart en in het Provinciaal Waterplan geeft de provincie aan welke waarden zij wil beschermen en hoe zij die systemen verder wil ontwikkelen. In deze structuurvisie geeft de provincie aan hoe zij naar de kernkwaliteiten van de natuurlijke basis kijkt in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Een belangrijke kernkwaliteit is het contrast tussen klei en zand. Dit betekent dat de hoofdkenmerken van de zand- en kleigebieden bijdragen aan de kernkwaliteiten van Noord-Brabant. In de kleigebieden zijn de openheid en robuustheid, de krekenstructuur, de rivieren en de Biesbosch belangrijke dragers. In het oosten van Noord-Brabant zijn de hoofdkenmerken ontstaan doordat de Maas zich in het landschap heeft ingesneden waardoor het Maasterrassen landschap is ontstaan. De markante hoogteverschillen die hierdoor zijn ontstaan geven reliëf in het overwegend vlakke Noord-Brabant.

Het stelsel van noord-zuidlopende beken dooraderen het kleinschalige landschap van het zandplateau. De provincie beschouwt de beken als dé samenbindende structuur binnen het kleinschalige zandlandschap van Noord-Brabant. Binnen het zandplateau vormen de breuklijnen van de Peelrandbreuk tot op vandaag de waterscheidingen tussen de verschillende beeksystemen. Aan de Peelrandbreuk is de voor Nederland unieke kwelstructuur, bestaande uit de wijstgebieden, verbonden.

Grote delen van het Brabantse zandlandschap zijn bedekt geweest met veen. Alleen bij de Groote Peel en Helenaveen zijn nog veenresten aanwezig. De wijze waarop de bedekking en de ontginning van het veen heeft plaatsgevonden zijn een belangrijke leidraad voor toekomstige ontwikkelingen.

Ook de Brabantse wal, die in het uiterste westen van de provincie een markante grens van het zandplateau met het omliggende zeekleigebied vormt, is een belangrijke drager van de ruimtelijke structuur van Noord-Brabant.

2.4.3. De kernkwaliteiten van het ontginningslandschap

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0003.png"

Kaart 3. Ontginningslandschap

Gedurende een eeuwenlang proces van transformatie heeft de mens de natuurlijke basis omgevormd tot een overwegend agrarisch cultuurlandschap. Maar ook de industriële geschiedenis, de religieuze en de militaire geschiedenis hebben bijgedragen aan de vorming van het Brabantse landschap. De kernkwaliteiten van het huidige Noord-Brabant hangen voor een belangrijk deel samen met de ontginningsgeschiedenis. De provincie heeft op de Cultuurhistorische Waardenkaart in beeld gebracht waar de vroegere ontginnings- en bewoningsgeschiedenis nog goed afleesbaar zijn. Daar waar nu nog in hoge mate samenhang is tussen die geschiedenis en het huidige landschap heeft de provincie een aantal cultuurhistorische landschappen aangeduid. Maar ook in de gebieden daarbuiten is het ontginningslandschap een belangrijke drager van de kwaliteiten en de identiteit.

Belangrijke dragers voor de ruimtelijke structuur hangen - daar waar de ontginning gepaard ging met veenontginning - samen met de verschillende ontginningsprincipes die binnen Noord-Brabant zijn toegepast. Zo zijn drie markante landschappen ontstaan: de turfvaarten van West-Brabant, de Langstraat en de Peel.

Voor het Brabant van het zand is het onderscheid tussen oude en jonge ontginningen, de verschillen tussen de beeksystemen die het landschap dooraderen, de oude akkers, de bossen, heide en vennen, de nevel van steden, dorpen en gehuchten, en de vele landgoederen en kloostercomplexen kenmerkend.

Op het Brabant van de zeeklei zijn de grote open polders, de dijkringen, dijkdorpen, de nieuwvestigingen haaks op de dijk, de vestingsteden, de waterlinies en de overlaten op het niveau van Noord-Brabant van belang. De rivierklei wordt gekenmerkt door de afwisseling van besloten oeverwallen met oeverwaldorpen en open komkleigebieden met bijbehorend afwateringsstelsel.

2.4.4. De kernkwaliteiten van het moderne landschap

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0004.png"

Kaart 4. Moderne landschap

De Brabantse samenleving heeft zich ontwikkeld van een regionaal en ruraal georiënteerde samenleving tot een overwegend stedelijke, geïndustrialiseerde en internationaal georiënteerde samenleving. Dit heeft geleid tot aanzienlijke intensivering van het gebruik van het Brabantse landschap door aanpassingen aan het watersysteem, de groei van de verstedelijking en het mobiliteitsnetwerk. Het heeft geleid tot intensivering van de landbouw en de recreatie. De verstedelijking van Noord-Brabant heeft verspreid over de provincie plaatsgevonden. Er is bewust gekozen voor een suburbane verstedelijking voor de opvang van migratie, met ruimte daarbuiten voor de opvang van de eigen behoefte in de kernen. Hierdoor kent Noord-Brabant niet het stedelijk patroon van de grote Europese metropolen of de Randstad. Het stedelijk patroon bestaat uit een kralensnoer van steden op de overgang van zand naar klei en enkele stedelijke concentraties op het zand: stad en land zijn in Noord-Brabant altijd onder handbereik. De opgave is om een goede balans te vinden tussen rode en groene ontwikkelingen en het contrast tussen stad en land,het mozaïek, te behouden en verder te ontwikkelen (groene geledingszones) en door meer in te zetten op verstedelijking die de eigen identiteit van stad of dorp in relatie tot het landschap versterkt.

Deze opgave is voor vier regio's concreet ingevuld:

  • 1. In West-Brabant is de groei van het goederenvervoer en de glastuinbouw een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van de logistieke sector, maar geeft het ook een grote druk op dit open gebied. Daarnaast spelen er ontwikkelingen op het gebied van klimaatverandering en water die bepalend zijn voor het moderne landschap van West-Brabant. De opgave is om deze ontwikkelingen zo met elkaar te verknopen dat de robuustheid van het zeekleigebied wordt versterkt en de gebieden die essentieel zijn voor de beleving van de openheid worden benoemd en beschermd.
  • 2. In Midden-Brabant is enerzijds een intensief gebruikt 'leisure-landschap' ontstaan en is anderzijds de cultuurhistorische kleinschaligheid en het natuurlijke, landschappelijke karakter van Het Groene Woud (Meijerij) en de Loonse en Drunense Duinen een kernkwaliteit. Beide kwaliteiten hangen nauw samen met de ligging nabij de grote steden enerzijds en de ligging op het aantrekkelijke kleinschalige dekzandlandschap met hoge natuur- en landschapswaarden anderzijds. De provincie ziet het als belangrijke opgave om deze kwaliteiten te versterken en beter met elkaar in verband te brengen.
  • 3. Zuidoost-Brabant is het brandpunt van de kenniseconomie. De regio Eindhoven-Helmond ontwikkelt zich steeds meer als een regio die zich met haar woongebieden en werklocaties wil onderscheiden, zoals bijvoorbeeld met de Hightech Campus Eindhoven. Investeringen in bereikbaarheid en de kwaliteit van het omliggende landelijk gebied, zoals in de Kempen, worden samen met ontwikkelingen in de intensieve landbouw steeds bepalender voor het moderne landschap van de zuidoostvleugel. De opgave is om de stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen beter te verankeren in, en goed te verbinden met, het omliggende gebied.
  • 4. In Noordoost-Brabant is natuur, recreatie, intensieve landbouw (agribusiness) en een economische ontwikkeling gericht op Food, Health en logistiek bepalend voor de dynamiek en daarmee voor de ontwikkeling van het moderne landschap. Daar waar deze ontwikkelingen leiden tot schaalvergroting kan er spanning ontstaan met de kwaliteiten van de 1e en de 2e laag. Op de dekzandrug Waalwijk-Oss en op het Maasterras tussen Cuijk en Boxmeer staat de afwisseling van groen en rood onder druk door verstedelijkingsprocessen. Schaalvergrotingsprocessen in met name de landbouw zetten de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied onder druk. De opgave is om de nieuwe ontwikkelingen zo in te zetten dat het landschap aan aantrekkelijkheid en duurzaamheid wint en er een nieuw evenwicht ontstaat tussen de rode en de groene ontwikkelingen op de dekzandrug en het Maasterras.