direct naar inhoud van 4.2. Regionaal samenwerken
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
4.2. Regionaal samenwerken
4.2.1. Het doel van regionaal samenwerken

De provincie streeft naar optimale regionale samenwerking. Het doel van de provincie van het samenwerken op het regionaal niveau is:

  • samen met de gemeenten, waterschappen en het Rijk realiseren van de provinciale belangen en doelen;
  • een gelijke werkwijze te hanteren bij regionale opgaven;
  • kennis en ervaring tussen gemeenten, waterschappen en provincie uit te wisselen en zo te vergroten.

Voor de inzet op regionale samenwerking zijn meerdere redenen. Partijen in de ruimtelijke ontwikkeling zijn in sterke mate van elkaar afhankelijk om ieders doelen te kunnen bereiken. Dit is ook de reden waarom de provincie werkt met de sturingsfilosofie 'Samenwerken aan ruimtelijke kwaliteit'.

Ook is het bij steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen voor de provincie van belang te voorkomen dat er ongelijkheid in de benadering ontstaat. Zoals bij gronduitgifte of huisvesting van arbeidsmigranten. De noodzaak voor dit soort afstemming komt met name op het regionale niveau tot uitdrukking.

De behoefte aan afstemming en samenwerking op regionale schaal neemt toe door inhoudelijke vraagstukken als het voorkomen van onnodige concurrentie tussen economische kennisclusters en juist het benutten van mogelijkheden voor symbioses. Maar ook het gemeentegrens overschrijdende karakter van steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen, zoals waterberging, bezoekersintensieve voorzieningen en bedrijventerreinen.En om gezamenlijk de mogelijkheden van verdere samenwerking te verkennen, zoals bij infrastructurele projecten en bij regionale verevening bij de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen of landschapsontwikkeling. Ook verschuiven er steeds meer rijkstaken naar mede-overheden en worden bijbehorende budgetten naar provincies, waterschappen. regio's en gemeenten overgeheveld.

4.2.2. Regionale ruimtelijk overleg

Vier regio's

Voor het maken van afspraken tussen overheden over de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de regio's van Brabant, is overleg op het juiste schaalniveau nodig. De provincie kiest voor samenwerking in vier regio's: West Brabant, Midden-Brabant, Noordoost Brabant en Zuidoost-Brabant. Deze indeling sluit aan bij:

  • de regionale bestuurlijke verbanden (West-Brabantse Vergadering, Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, Regio-overleg Noordoost, Regionaal Overlegorgaan Midden-Brabant);
  • de zes integrale gebiedsopgaven uit de MIRT gebiedsagenda Brabant;
  • de vier economische kennisclusters in Noord-Brabant, zoals in paragraaf 3.12beschreven.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0008.png"

kaart 8. Regioindeling Regionaal ruimtelijke overleggen

Binnen de vier regio's kunnen op verzoek van de gemeenten en in overleg met de provincie subregionale verbanden worden aangegaan. Het doel daarvan is om afspraken over wonen, werken, voorzieningen en landschapsontwikkeling op het juiste niveau voor te bereiden. De provincie en gemeenten bezien per onderwerp of er naast de overheden ook andere partijen worden uitgenodigd.

De rol van de provincie in de regionale samenwerking

De rol van de provincie in de regionale samenwerking is drieledig. Op de eerste plaats ziet de provincie er op toe dat er regionale afspraken ten aanzien van de verstedelijkingsopgave worden opgesteld en nageleefd. Het regionale overleg en de regionale afstemming hebben daarom een juridische basis in de Verordening ruimte. Het gaat dan om de planning, zowel wat betreft aantallen als kwaliteiten van de opgave voor wonen, werken en voorzieningen.

Daarnaast heeft de provincie vanuit haar gemeenteoverstijgende blik een rol als facilitator en regisseur van de regionale ruimtelijke overleggen. De provincie vindt het belangrijk dat er goede ruimtelijke visies ten grondslag liggen aan de keuzes in de regio's. daarom ondersteunt de provincie de inzet van het ruimtelijk ontwerp bij het ontwikkelen van regionale agenda's en het verkennen van (boven)regionale ruimtelijke opgaven.

Tenslotte neemt de provincie vanuit haar eigen visie en belang een deel van de opgave voor haar rekening. De ontwikkelende rol van de provincie richt zich op een select aantal provinciale gebiedsontwikkelingen en thematische ontwikkelingen. Dit is in paragraaf 4.3 verder uitgewerkt.

Regionale agenda

De provincie stelt samen met de regio een strategische regionale agenda op. Die agenda is de basis voor het maken van afspraken tussen het Rijk, provincie en gemeenten in zowel het Regionaal Ruimtelijk Overleg als het BO-MIRT. De agenda wordt zo nodig geactualiseerd. De agenda wordt gebaseerd op:

  • Regionale visies
  • MIRT-gebiedsagenda Brabant
  • Gebieds Meerjarenprogramma's gebaseerd op het PMJP

De provincie agendeert, vanuit haar belang, de volgende onderwerpen:

  • provinciale gebiedsontwikkelingen (zie paragraaf 4.3.3);
  • provinciale thematische ontwikkelopgaven (zie paragraaf 4.3.4);
  • de uitwerking van de vier economische clusters als leidraad voor de planning van werklocaties;
  • (actuele) gezamenlijke opgaven zoals:
    • 1. de ontwikkeling van de Groenblauwe Mantel;
    • 2. de regionale landschappelijke ontwikkel opgaven en de vertaling van de ambities van de gebiedspaspoorten in een regionale aanpak voor kwaliteitsverbetering van het landschap;
    • 3. regionale verevening voor de herstructurering van bedrijventerreinen en landschapsontwikkeling;
    • 4. de afname van de groei van de verstedelijking (schaarste) en de sociaal economische gevolgen daarvan;
    • 5. de leefbaarheidsvraagstukken en de opgaven voor toekomstbestendige zorg.

MIRT-Gebiedsagenda Brabant

In de MIRT-Gebiedsagenda Brabant leggen het Rijk, de provincie en regio's hun gezamenlijke ambities en opgaven voor de middellange termijn vast. Het is een dynamische agenda die in de loop van de tijd wordt geactualiseerd, bijvoorbeeld in het regionaal ruimtelijk overleg. Voor de korte termijn zijn de volgende prioriteiten vastgelegd:

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0009.png"

Kaart 9. Illustratie topprioriteiten MIRT-gebiedsagenda

4.2.3. Relatie met andere regionale overleggen

Het regionaal ruimtelijk overleg is een belangrijk instrument in de uitvoering van de structuurvise. Daarnaast organiseert of neemt de provincie deel aan de volgende regionale overleggen in het ruimtelijk-fysieke domein:

  • BO MIRT: Afspraken over de betrokkenheid van de departementen VROM, V&W, LNV en EZ bij de regionale ruimtelijke ontwikkelingen worden primair gemaakt in het halfjaarlijks BO-MIRT-overleg. De MIRT-Gebiedsagenda Brabant biedt daarvoor de basis.
  • BrabantStad: De bovenregionale afstemming en ontwikkeling van het stedelijk netwerk BrabantStad, gebeurt in het BrabantStad overleg. Het karakter van deze overleggen is gericht op gezamenlijke profilering, afstemming en afspraken op het bovenregionale schaalniveau. De vijf grote steden, Eindhoven, Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch en Helmond, vertegenwoordigers van het Rijk en de provincie maken deel uit van dit overleg. Er zijn diverse vakoverleggen waar verschillende onderwerpen uit het ruimtelijke fysieke domein aan bod komen.
  • Reconstructie- en gebiedscommissies: de uitvoering van de doelen in het landelijk gebied, zoals zijn vastgelegd in het Provinciaal Meerjaren programma Landelijk Gebied. Er zijn 7 reconstructie en 2 gebiedscommissies. Het karakter van deze overleggen richt zich steeds meer op een integrale uitvoering op regionale schaal. Naast overheden maken ook maatschappelijke partijen deel uit van deze overleggen.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0010.png"

Kaart 10. Indeling werkgebieden reconstructie- en gebiedscommissies

  • Gebieds Gerichte Aanpak: de uitvoering van de doelen uit het Provinciaal Verkeers en Vervoersplan, het Netwerkprogramma BrabantStad en de Brabantse Visie Goederenvervoer (2008), vindt plaats in zes regionale overleggen. Het karakter van deze overleggen is gericht op de uitvoering op regionale schaal. De deelnemers zijn overheden.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0011.png"

Kaart 11. Indeling regio's Gebiedsgerichte Aanpak (GGA's)

Op termijn werkt de provincie toe naar nadere afstemming van het Regionaal ruimtelijk overleg met de reconstructie- en gebiedscommissies en de GGA's.