direct naar inhoud van 1.1. Ambitie groenblauwe structuur
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
1.1. Ambitie groenblauwe structuur
1.1.1. Wat is de groenblauwe structuur?

De groenblauwe structuur omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant, waaronder de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De structuur bestaat voornamelijk uit beken en andere waterlopen en uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast liggen ook gebieden met een andere functie (zoals agrarisch of recreatie) binnen de groenblauwe structuur, als die gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties.

Behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in én buiten natuurgebieden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Niet alleen voor een goed waterbeheer (waaronder hoogwaterbescherming en waterberging) maar ook voor de ontwikkeling van de natuur.

De structuur is de groenblauwe ruggengraat van het landschap; deze dooradert zowel het landelijk gebied als stedelijk gebied van Noord-Brabant. De groenblauwe structuur in het Brabantse landschap is wezenlijk voor de aantrekkelijkheid van zowel het stedelijke netwerk als het agrarische cultuurlandschap van Noord-Brabant. De structuur is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. De (historische) landgoederen binnen de groenblauwe structuur vormen een bijzondere categorie vanwege de verweven doelstellingen voor natuur, cultuurhistorie, landbouw en recreatie.

1.1.2. Wat wil de provincie bereiken?
  • 1. Een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit
    De achteruitgang in de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt omgebogen in een positieve ontwikkeling. De natuur- en watersystemen in de gebieden zijn daarom beschermd en worden verbeterd door deze goed met elkaar te verbinden.
  • 2. Een robuuste en veerkrachtige structuur
    Natuur en water moeten toekomstige ontwikkelingen in Noord-Brabant kunnen opvangen of daar tegen bestendig zijn. De provincie wil de groenblauwe structuur daarom vanuit ecologisch oogpunt robuust en veerkrachtig maken.
  • 3. De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken
    De gebieden in de groenblauwe structuur versterken de identiteit van de verschillende landschappen in Noord-Brabant. Daarom wil de provincie de natuurlijke basis en de landschappelijke contrasten versterken en ontwikkelen.
  • 4. De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren
    De gebieden in de groenblauwe structuur zijn belangrijk voor recreatie en toerisme. De provincie wil daarom de mogelijkheden voor gebruik en beleving van deze gebieden verbeteren. Dit biedt kansen om het toeristisch-recreatieve product in Noord-Brabant te versterken. Binnen de groenblauwe structuur liggen ook mogelijkheden voor de ontwikkeling van agrarische functies die passen in de groene omgeving.

Positieve ontwikkeling van biodiversiteit

Voor de ontwikkeling van de biodiversiteit zijn - naast omvang van en ruimte voor natuurgebieden - ecologische verbindingen essentieel. Vooral de oost-west gerichte verstedelijking in Noord-Brabant is een barrière voor de natuur. Daarom is vooral veiligstelling en versterking van de noord-zuid gerichte ecologische verbindingen nodig. Hiermee wordt de samenhang binnen het Brabantse natuurnetwerk verstevigd en de migratie van plant- en diersoorten met aangrenzende gebieden buiten Noord-Brabant, vooral Vlaanderen, bevorderd. Ook water is essentieel voor natuur. Vanwege de te verwachten klimaatveranderingen is het verbinden van natuur en water nog noodzakelijker.

De structuur robuust en veerkrachtig maken

De groenblauwe structuur moet robuust en veerkrachtig zijn om de effecten van klimaatverandering en de veranderingen in behoeftes vanuit wonen, werken en recreëren op te kunnen vangen. Dit geldt zowel in het landelijke als in het stedelijke gebied.

De gevolgen van de klimaatverandering zijn op het niveau van Noord-Brabant niet te keren, maar een robuuste groenblauwe structuur biedt goede mogelijkheden om 'mee te bewegen' met de veranderingen en zo de gevolgen van klimaatverandering voor de natuur en het waterbeheer te beperken. Daarom is vergroting van deze gebieden of meer aandacht voor natuur- en waterbeheer van belang. Daarbij is het zaak om in deze structuur de ontwikkeling van andere hiermee strijdige functies te voorkomen.

De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken

Voor de opbouw van de groenblauwe structuur is de natuurlijke basis van Noord-Brabant (bodem- en watersysteem) bepalend. De aanwezige en potentiële natuurwaarden binnen de structuur hangen samen met de bodem- en waterkenmerken. Zo zit de groenblauwe structuur in de kleigebieden van Noord-Brabant op een andere manier in elkaar dan in het zandgebied van Noord-Brabant. Door de ontwikkeling van natuurwaarden worden de verschillen tussen deze gebieden, en daarmee de identiteit van de Brabantse landschappen, versterkt. Ook waterstructuren (beken, kreken en andere waterlopen) zijn bepalend voor de identiteit en ontwikkeling van het landschap. De aardkundig waardevolle gebieden van Noord-Brabant liggen vrijwel helemaal in de groenblauwe structuur. Hierdoor blijft het bodemkundig en geomorfologisch erfgoed van Noord-Brabant behouden.

De onderbouwing en de uitwerking van de groenblauwe structuur is gebaseerd op de landschappelijke indeling van Noord-Brabant in:

    • 1. De zandgebieden
      De natuurwaarden zijn gekoppeld aan een relatief fijnmazig en afwisselend dekzandlandschap dat dooraderd wordt door een patroon van beekdalen en beeklopen. Dit bekenpatroon vormt - in samenhang met natuur-, bos en landbouwgebieden - dé samenbindende structuur in het Brabantse dekzandlandschap. In deze gebieden is een verdere ontwikkeling van het beekdalenlandschap van essentieel belang voor de natuurwaarden en voor de identiteit van het Brabantse landschap van het zand. De kwelstromen vanuit de hogere dekzandruggen naar de beekdalen worden waar mogelijk versterkt of hersteld. Hierdoor nemen natuurwaarden in de beekdalen toe en wordt verdroging van de zandgebieden tegengegaan. Een bijzonder verschijnsel van het zandplateau zijn de wijstgronden die liggen op de peelrandbreuk. De wijstgronden vormen een voor Nederland unieke kwelstructuur.
    • 2. De overgang van zand naar klei
      Op de overgang van het dekzandplateau naar de ten noorden daarvan gelegen kleigebieden is sprake van sterke kweldruk. In dit deel van Noord-Brabant is de groenblauwe structuur gekoppeld aan de aanwezigheid van kwel uit de ondergrond. Deze kwel geeft potenties voor de ontwikkeling van bijzondere, maar ook kwetsbare natuur. Deze overgangszone is ook van belang voor het verbinden van de natuur van het zand met de natuur van het rivier- en zeekleigebied. In deze venige zone liggen enkele geïsoleerde natuurgebieden die gevoelig zijn voor andere functies en voor klimaatverandering. Daarom is daar versterking van de samenhang tussen natuur en water hier nodig.
    • 3. De rivierkleigebieden
      In de jonge rivierkleigebieden is de ontwikkeling van natuurwaarden gekoppeld aan de buitendijkse gebieden, de uiterwaarden. De samenhang met de andere zijde van de rivier is van belang. In delen van de oude rivierkleigebieden zijn de natuurwaarden vooral gekoppeld aan het landschap van de maasheggen. De open komkleigebieden hebben een betekenis voor vogelsoorten van het open landschap: weidevogels, eenden, ganzen en zwanen. Eendenkooien zijn markante natuurelementen in deze gebieden.
    • 4. De zeekleigebieden
      Aan de oevers van het Volkerak en het Hollandsch Diep wordt een doorgaande structuur van natuur (slikken en gorzen) gerealiseerd die de Biesbosch koppelt aan het Markiezaatmeer. In het binnendijkse zeekleigebied is de natuurontwikkeling gekoppeld aan het krekensysteem met bijbehorende lagere gronden (de beemden). De open poldergronden zijn van belang voor akker- en weidevogels.

De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren

Natuur is een kernkwaliteit van Noord-Brabant, van belang voor mens, plant en dier. Rust en ruimte maar ook goede mogelijkheden voor gebruik en beleving van natuur zijn daarbij sleutelbegrippen. Door de inzet op natuur én water in een samenhangende groenblauwe structuur neemt de toeristisch-recreatieve waarde en de belevingswaarde van het Brabantse landschap toe. De realisering van recreatieve poorten draagt bij aan de toegankelijkheid van de natuur en geeft spreiding van de recreatiedruk. Voor de ontwikkeling van het toeristisch-recreatieve en het agrarische bedrijfsleven biedt de groenblauwe structuur kansen. Zo is de grondgebonden veehouderij en akkerbouw in delen van de structuur belangrijk voor beheer en ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Het toeristisch-recreatief bedrijfsleven kan inspelen op en bijdragen aan de groenblauwe functies in deze gebieden.

1.1.3. Hoe wil de provincie dit bereiken?

Drie perspectieven

De provincie onderscheidt in de groenblauwe structuur drie perspectieven:

  • 1. het kerngebied groenblauw
    De kern bestaat uit natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur inclusief de (robuuste) ecologische verbindingszones Ook belangrijke waterstructuren in Noord-Brabant zoals de Maas, de Brabantse beken en de Westbrabantse kreken horen tot het kerngebied. De hoofdfunctie is hier behoud en ontwikkeling van het natuur- en watersysteem.
  • 2. de groenblauwe mantel
    De mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch grondgebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Binnen het gebied liggen kansen voor recreatie en toerisme. Ook een aantal groene gebieden door én nabij het stedelijk kralensnoer zijn onderdeel van de groenblauwe mantel.
  • 3. de gebieden voor waterberging
    Deze gebieden zijn - bij dreigende wateroverlast -van belang voor hoogwaterbescherming (ruimte voor de rivier) en waterberging (regionale waterberging). Het grootste deel van deze gebieden ligt binnen de groenblauwe structuur, een deel heeft een overlap met de agrarische structuur. Binnen de gebieden voor waterberging kunnen andere functies zoals grondgebonden landbouw, extensieve recreatie en natuurontwikkeling zich blijvend ontwikkelen mits ze afgestemd zijn op de beoogde waterfuncties.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0015.png"

Kaart 15. Ecologische hoofdstructuur en groenblauwe mantel