direct naar inhoud van 2.1. Ambitie voor het landelijk gebied
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
2.1. Ambitie voor het landelijk gebied
2.1.1. Wat is het landelijk gebied?

Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies.

Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De positie van de sector varieert daarbij van sterke landbouwclusters voor glastuinbouw, boomteelt en intensieve veehouderij tot een gemengd gebied met landbouw, stedelijke functies, recreatie en toerisme, natuurfuncties en verbrede landbouw. De land- en tuinbouw krijgt binnen het landelijk gebied steeds meer te maken met het groeiende ruimtegebruik van deze andere functies. Dit is het gevolg van de toenemende vraag van de Brabantse bevolking naar ruimte voor wonen, werken, recreatie, toerisme en natuur. Tegelijkertijd is het recreatief gebruik van het landelijk gebied en de kwaliteit daarvan als woon- en leefklimaat van Noord-Brabant in toenemende mate van belang voor de Brabantse economie. Er zijn twee recreatievoorzieningen van nationale allure gevestigd in Noord-Brabant: de Efteling en Beekse Bergen.

De nationale landschappen Het Groene Woud en de Nieuwe Hollandse Waterlinie liggen grotendeels binnen het landelijk gebied. Daarnaast kent Noord-Brabant drie specifieke provinciale landschappen (Maashorst, Het Groene Woud en Brabantse Wal). Nationale en provinciale landschappen zijn gebieden met bijzondere landschapskwaliteiten die gekenmerkt worden door een zeer grote verwevenheid in functies zoals landbouw, natuur, cultuurhistorie, water en recreatie.

2.1.2. Wat wil de provincie bereiken?
  • 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie
  • 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling
  • 3. Een duurzame land- en tuinbouw
  • 4. Versterking van het landschap

Breed georiënteerde plattelandseconomie

De provincie biedt ruimte aan een breed georiënteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarisch activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie. Deze ontwikkeling sluit aan op de toenemende vragen vanuit de Brabantse samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies. Maar sluit ook aan bij de behoefte aan het behoud van voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het platteland en haar bewoners. Het platteland vervult bovendien een belangrijke rol als uitloopgebied voor de bewoners van de dorpen en steden en voor een kleinschalige zorgeconomie.

De Efteling en de Beekse Bergen zijn belangrijk voor de economische positie van Noord-Brabant. De provincie wil deze parken in Noord-Brabant behouden. Voor een goede concurrentiepositie kan ontwikkelingsruimte nodig zijn.

De provincie vindt het belangrijk dat de ruimtevraag voor verdere versterking en ontwikkeling van de (verbrede) landbouw en de vraag naar waterberging, recreatie, toerisme, natuur, landschap en voorzieningen in het landelijke gebied in evenwicht met elkaar worden ontwikkeld.

Ruimte voor agrarische ontwikkeling

De provincie wil ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling en schaalvergroting van de land- en tuinbouw. De landbouw in Noord-Brabant is een innovatieve sector die in staat is om goed in te spelen op de veranderende economische en maatschappelijke context. Er zijn in Noord-Brabant vormen van landbouw die worden gekenmerkt door innovatie en specialisatie met schaalvergroting. Dat doet zich in Noord-Brabant vooral voor bij glastuinbouw, intensieve veehouderij, rundveehouderij, akkerbouw, vollegronds tuinbouw en boomteelt. Het bieden van ontwikkelingsruimte aan deze sectoren is belangrijk voor de economische positie van Noord-Brabant en de economische kennisclusters (deel A Hoofdstuk 3).

Duurzame land- en tuinbouw

Bij het bieden van ontwikkelingsruimte stelt de provincie als voorwaarde dat de agrarische sector zich op duurzame wijze ontwikkelt. Belangrijke aspecten daarbij zijn zorgvuldig ruimtegebruik, volksgezondheid, dierenwelzijn, milieubelasting, duurzame energieopwekking en efficiënt energiegebruik.

Duurzame landbouw produceert met respect voor natuurlijke processen, mede door een duurzaam beheer van bodem, water en lucht. Verduurzaming van de landbouwproductie (zoals minder meststoffen, antibiotica en een positieve energiebalans) biedt op termijn economische voordelen voor zowel de ondernemers als de samenleving. De landbouwsector is aan zet om innovatief op deze nieuwe benaderingswijze in te spelen. De voorwaarden voor duurzaamheid zullen zich in de komende jaren verder ontwikkelen en gestalte krijgen.

Versterking van het landschap

Ontwikkelingen in het landelijk gebied leveren een bijdrage aan de versterking en beleving van het landschap, bijvoorbeeld door investeringen in de fijnmazige groenblauwe dooradering van het platteland, in het cultuurhistorisch erfgoed en in de versterking van de recreatieve structuur.

2.1.3. Hoe wil de provincie dit bereiken?

Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven:

  • 1. gemengd landelijk gebied
    Gebied waarbinnen verschillende functies in evenwicht met elkaar worden ontwikkeld. Agrarische functies worden in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend.
    In het gemengd landelijk gebied wordt voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie, toerisme en ondernemen in een groene omgeving. Daarnaast wil de provincie ook dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Aan gemeenten wordt daarom gevraagd deze primair agrarische gebieden te beschermen. Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. Hierdoor blijft er ruimte gereserveerd voor agrarische ontwikkelingen.
  • 2. accent agrarische ontwikkeling
    Gebied waar de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid. Dit zijn de zeeklei, de rivierklei, de peelstreek en de omgeving van Zundert,Rijsbergen en Achtmaal.

Ontwikkeling intensieve veehouderij

In 2005 zijn de gebieds- en reconstructieplannen vastgesteld waarin de doelen voor de herinrichting van het platteland zijn beschreven. Belangrijk onderdeel van deze plannen is het beleid voor de ontwikkeling van de intensieve veehouderij. Het platteland kent op grond van deze plannen een driedeling, de integrale zonering, die daar speciaal op is toegesneden. Het beleid dat aan de integrale zonering is gekoppeld is opgenomen in de Verordening ruimte.

In deze structuurvisie is geen nieuw beleid geformuleerd inzake de ontwikkelingsmogelijkheden voor de intensieve veehouderij. Het vigerende beleid, zoals dat geldt sinds de besluitvorming in maart 2010 en de verwerking daarvan in de Verordening ruimte, is uitgangspunt voor deze structuurvisie. Er is inmiddels een apart traject in gang gezet waarin de transitie naar een verduurzaming van de agrofood sector centraal staat. Eventuele aanpassingen van beleid voor intensieve veehouderijen die daaruit voortvloeien, doorlopen een eigen procedure.

Duurzaamheid

Het is noodzaak dat de verschillende sectoren verduurzamen en dat co-innovatie tussen sectoren wordt bevorderd. Hierbij kan gedacht worden aan de bijdragen van landbouw aan duurzame energie (productie en energie-efficiency), bijdragen aan het verbeteren van luchtkwaliteit en het sluiten van grondstofkringlopen. Binnen de accentgebieden agrarische ontwikkeling wil de provincie ruimte bieden aan ontwikkelingen die een substantiele bijdrage leveren aan het verduurzamen van de agrarische sector. Het onderzoek naar hoe de verduurzaming van de agrofood sector versneld kan worden en op welke wijze de verantwoordelijkheid van de belanghebbenden geconcretiseerd kan worden, worden hierbij betrokken.

Om invulling te geven aan een verdere verduurzaming van de glastuinbouwsector en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, streeft de provincie in de concentratiegebieden glastuinbouw naar 20 % gebruik van duurzame energie in 2020. De emissie van licht uit kassen wordt teruggedrongen door versnelde toepassing van nieuwe technieken.

De provincie wil samen met gemeenten bezien hoe een duurzame ontwikkeling gekoppeld kan worden aan het ruimtelijke en ander beleid met betrekking tot milieu en volksgezondheid. De provincie steunt op die manier het streven om duurzame landbouw in de praktijk uitvoerbaar te maken.

Landschapsontwikkeling

Bij de ontwikkeling van landschap spelen de landschapsinvesteringsregel, de cultuurhistorische landschappen en de gebiedspaspoorten een belangrijke rol. De provincie stimuleert uitwerking op regionaal schaalniveau en daarmee regionaal maatwerk en regionale samenwerking.

De provincie ziet een belangrijke rol voor de landbouw, recreatie en toerisme in de gebiedsgerichte en integrale aanpak in het buitengebied. In het bijzonder geldt dat in de aanpak en uitvoering van het beleid voor de nationale landschappen (Het Groene Woud en de Nieuwe Hollandse Waterlinie) en de provinciale landschappen (Maashorst en Brabantse Wal). Voor deze gebieden geldt dat de landbouw, met name verbrede landbouw, recreatie en toerisme belangrijke economische motoren zijn. Het accent ligt daarom minder op de primaire agrarische productie maar meer op groen ondernemerschap.