direct naar inhoud van 3.2. Stedelijk concentratiegebied
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
3.2. Stedelijk concentratiegebied
3.2.1. Perspectief stedelijk concentratiegebied

1. Beschrijving

In het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen.

Het stedelijk concentratiegebied bestaat uit:

  • het 'kralensnoer' van steden en kernen afgewisseld door groene geledingszones op de overgang van zand- naar kleigebied van Bergen op Zoom, via Roosendaal, Etten-Leur, Breda, Oosterhout, Waalwijk, 's-Hertogenbosch tot Oss;
  • twee stedelijke agglomeraties op het zand: Tilburg en Eindhoven-Helmond. De groene geledingszones tussen de steden hebben een belangrijke functie in het verbinden van de stedelijke gebieden met Het Groene Woud en het overige landelijke gebied;
  • Uden-Veghel: Deze steden met omliggende kernen liggen 'los' van het overige stedelijke concentratiegebied. Het zijn voormalige dorpen die de laatste decennia sterk zijn gegroeid waardoor het suburbane en industriële karakter is toegenomen.

Het stedelijk netwerk BrabantStad, bestaande uit de steden Eindhoven, Helmond, 's-Hertogenbosch, Tilburg en Breda, vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Het biedt een (hoogwaardige) stedelijke omgeving voor wonen, werken en voorzieningen.

Het stedelijk netwerk BrabantStad is verbonden met omliggende stedelijke netwerken via (inter)nationale economische assen: de noord-zuid verbindingen A2, A4 en A16 en de oost-west verbindingen A58 en A67.

Naar huidige inzichten – met het perspectief tot 2025 en een doorkijk naar 2040 - is in het stedelijk concentratiegebied (inclusief de zoekgebieden voor verstedelijking) voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden.

Het internationale vestigingsklimaat van Noord-Brabant is gebaat bij sterke steden met een hoog voorzieningenniveau. Om de voorzieningen in de steden op peil te (kunnen) houden is draagvlak nodig. Daarom kiest de provincie er voor om (boven)regionale en bezoekersintensieve voorzieningen te concentreren op goed ontsloten plekken nabij het stedelijk concentratiegebied. Dit leidt tot de keuze voor drie aanduidingen voor de ontwikkeling van dergelijke stedelijke functies. Dit zijn:

  • hoogstedelijke zones: deze liggen in BrabantStad, langs infrastructuurassen (weg, spoor en/of water) en in de stationsgebieden. Deze plekken zijn bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van bovenregionale stedelijke functies;
  • stedelijke knooppunten:deze knooppunten hebben door hun goede autobereikbaarheid en de ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) potenties voor (bezoekers)intensieve stedelijke ontwikkelingen;
  • goederenknooppunten: deze knooppunten hebben (in potentie) een multimodale ontsluiting (bimodaal of meer). Het betreft (mogelijke) locaties voor werklocaties die bereikbaar zijn over weg, spoor, water en/of per buisleiding.

2. Beleid

Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de SER-ladder zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken.

  • a. Hoogstedelijke zones

De vijf grote steden van BrabantStad (Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Breda) ontwikkelen zich tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden. De gemeenten pakken de ontwikkeling van deze hoogstedelijke zones op als integrale opgaven waarbij de provincie extra aandacht vraagt voor:

  • de vormgeving van de entree van de stad;
  • het versterken van de identiteit van de stad ten opzichte van de andere Brabantse steden;
  • de positionering van de stedelijke functies ten opzichte van de infrastructuur.

De provincie wil grootschalige stedelijke ontwikkelingen met een bovenregionaal karakter concentreren in de vijf grote Brabantse steden. Daarom wordt de zoekruimte voor nieuwe grootschalige, bezoekersintensieve voorzieningen met een bovenregionaal en stedelijk karakter, beperkt tot de hoogstedelijke zones.

De provincie stimuleert de herontwikkeling van een aantal gebieden langs spoor- en snelwegen en kanaalzones in de hoogstedelijke zones. De inzet richt zich met name op het versnellen van de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

  • b. Stedelijke knooppunten

De ontwikkeling van stedelijke knooppunten draagt bij aan een hoogwaardig vestigingsklimaat in het stedelijk concentratiegebied. De provincie wil daarom dat nieuwe, bezoekersintensieve stedelijke voorzieningen, met een bovenlokaal verzorgingsgebied, op stedelijke knooppunten tot ontwikkeling komen. Stedelijke knooppunten zijn of worden goed ontsloten en ook per openbaar vervoer en fiets goed bereikbaar.

  • c. Goederenknooppunten

Goederenknooppunten zijn locaties die multimodaal en minstens bimodaal zijn (of kunnen worden) ontsloten, die geschikt zijn voor bedrijven die afhankelijk zijn van een multimodale ontsluiting en die gericht zijn op de overslag van goederen. Om een verschuiving van de vervoersmodaliteit weg naar een andere (spoor en/of water) te bevorderen (modal shift) wil de provincie de ruimte rond deze knooppunten vooral reserveren voor bedrijven die daarvan afhankelijk zijn. Zo ontstaat een betere transportefficiëntie, een betere benutting van de infrastructuur en kunnen goederenstromen beter gebundeld worden (logistieke clustering).

  • d. Wonen

Het stedelijk concentratiegebied vangt per saldo het migratieoverschot van de hele provincie op. Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda's voor wonen.

  • e. Werken

Het merendeel van de ruimtebehoefte van bedrijven wordt opgevangen in het stedelijk concentratiegebied, op het bovenregionale bedrijventerrein Moerdijk en op het toekomstige Logistiek Park Moerdijk. Het stedelijk concentratiegebied biedt ruimte voor de groei van de eigen bedrijvigheid, voor de vestiging van bedrijven van buiten Noord-Brabant en voor bedrijven die vanwege hun aard, schaal of functie niet (langer) passen in de kernen in het landelijk gebied. Regionale afstemming vindt plaats via de regionale agenda's voor werken.

De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende aanbod is voor bedrijven die hinder kunnen veroorzaken naar hun omgeving in de vorm van geluid-, stof-, geur- of verkeershinder en voor bedrijven met een extern veiligheidsrisico. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende terreinen geschikt blijven of geschikt worden gemaakt voor de vestiging van dit soort bedrijven. Hierbij wordt expliciet rekening gehouden met de (toekomstige) ruimtevraag van deze bedrijven. Per locatie wordt de hoeveelheid ruimte met de daarbij horende inrichtingseisen, het uitgifteprotocol en de manier waarop dit wordt veilig gesteld, vastgelegd om conflicterende situaties te voorkomen. Het is daarom belangrijk dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de beschikbare ruimte op de (middel)zware bedrijventerreinen. Bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 passen in beginsel in woon- en gemengde gebieden.

De provincie wil latente saneringssituaties bij provinciale inrichtingen oplossen, zoals in haar beleidsvisie Externe Veiligheid is opgenomen.

  • f. Voorzieningen

De provincie streeft naar een robuuste, dat wil zeggen economisch levensvatbare, voorzieningenstructuur. Vanwege de verwachte geringe groei van de bevolking is er een beperkte ruimte voor de uitbreiding van detailhandelsvoorzieningen. Daarom is het belangrijk zorgvuldig om te gaan met de bestaande winkelcentra. Dit is een primaire verantwoordelijkheid van de gemeenten.

De provincie stuurt op grootschalige, bezoekersintensieve ontwikkelingen met een regionaal en bovenregionaal karakter. Deze ontwikkelingen kunnen de economische en toeristische aantrekkingskracht van het stedelijk concentratiegebied en Noord-Brabant als geheel vergroten. Ontwikkelingen zijn mogelijk als deze het bestaande voorzieningenniveau versterken en de ruimtelijke effecten inpasbaar zijn in de omgeving. 

Ontwikkelingen van bovenregionale voorzieningen zijn alleen mogelijk in of nabij hoogstedelijke zones en na afstemming in regionaal ruimtelijk overleg en BrabantStad.. Dit geldt niet voor dit soort voorzieningen met een extensief ruimtegebruik. Deze zijn mogelijk op goed ontsloten plekken in de zoekruimte voor verstedelijking.

Ontwikkelingen van voorzieningen met een bovenlokaal verzorgingsgebied zijn mogelijk na afstemming in het regionaal ruimtelijk overleg. Bezoekersintensieve bovenlokale voorzieningen zijn bovendien alleen mogelijk in de hoogstedelijke zones of bij de stedelijke knooppunten.

  • g. Windturbines

Op of aansluitend op de grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied ziet de provincie mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie. Om aan te sluiten op het grootschalige karakter van deze terreinen en om versnippering met meerdere kleinschalige initiatieven te voorkomen, gaat de provincie uit van clustering.

3.2.2. Uitvoering stedelijk concentratiegebied

Ontwikkelen

  • Gebiedsontwikkelingen Brainport Oost, Grenscorridor/N69, Groene Woud, Waterpoort.
  • De provincie participeert en investeert in een selectief aantal gevallen in de ontwikkeling van hoogstedelijke zones en stedelijke knooppunten om daar hoogwaardige functies gerealiseerd te krijgen.
  • De provincie zorgt voor ruimte voor de opvang van grootschalige logistieke bedrijven door de ontwikkeling en realisatie van Logistiek Park Moerdijk (ca. 150 hectare conform de afspraken uit de bestuursovereenkomst 'Realisatie gebiedsontwikkeling Moerdijk'.
  • De provincie participeert samen met de BOM in de Brabantse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventerreinen BV (BHB). De ambitie van de provincie is om tot en met 2015 in totaal 1.795 ha. bruto verouderde werklocaties geherstructureerd te hebben.

Juridische instrumenten

  • De Verordening ruimte stelt regels ten aanzien van:
    • 1. de concentratie van verstedelijking geregeld (AMvB);
    • 2. de toepassing van de SER-ladder (AMvB);
    • 3. zorgvuldig ruimtegebruik op zware bedrijventerreinen (AMvB);
    • 4. de ontwikkeling van locaties voor (boven)regionale, grootschalige voorzieningen (AMvB);
    • 5. de ontwikkeling van windenergie op of aansluitend op de grootschalige bedrijventerreinen

Subsidies

  • De provincie ondersteunt gemeenten bij de kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving en stelt diverse subsidies beschikbaar voor de realisering van specifieke verstedelijkingsdoelen.
  • De provincie stimuleert stedelijke vernieuwing en zal een nieuw beleidskader voor het verstrekken van Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwingsubsidies ontwikkelen. Met deze subsidies voor stedelijke vernieuwing worden naast ruimtelijke, ook ecologische en sociale doelen nagestreefd.
  • De provincie stimuleert energie-efficiency en de productie van duurzame energie. Het lange termijn energiebeleid en ambitieniveau worden vastgelegd in een masterplan energie. Ten behoeve van de uitvoer van het masterplan worden subsidies en andere vormen van ondersteunende regelingen opgesteld.

Overleg en bestuurlijke afspraken

  • De provincie stimuleert dat de gemeenten in het regionaal ruimtelijk overleg afspraken maken over de stedelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en voorzieningen.De provincie wil het evenwicht tussen vraag en aanbod op de woningmarkt bevorderen. De opstelling van regionale agenda's voor wonen en werken is daarbij de basis.
  • De provincie stimuleert dat BrabantStad afspraken maakt over ontwikkelingen op het gebied van bovenregionale voorzieningen.
  • De provincie ontwikkelt samen met de gemeenten in BrabantStad-verband een ruimtelijk programma voor intensivering van hoogstedelijke zones. Provinciale investeringen binnen hoogstedelijke zones worden gekoppeld aan de voorwaarde dat de vestiging van nader te bepalen niet passende functies door de gemeente wordt voorkomen.
  • De provincie maakt samen met gemeenten afspraken over de concentratie van verstedelijking (woningbouw, voorzieningen, diensten e.d.) rond stedelijke knooppunten (met name hoogwaardige openbaar vervoersassen en hoogwaardige (nieuwe) openbaar vervoersknooppunten). Provinciale investeringen in knooppunten worden gekoppeld aan kwaliteitsuitgangspunten voor het ruimtelijk programma rondom die knooppunten, zoals het voorkomen van laagwaardige functies.
  • In overleg met gemeenten en marktpartijen zoals verladers, vervoerders, terminalbeheerders worden afspraken gemaakt over de ontwikkeling en een optimaler gebruik van het huidige netwerk van goederenknooppunten.
  • De provincie stimuleert intensivering, heruitgifte en herontwikkeling van het bestaande bovenregionale bedrijventerrein Moerdijk ten behoeve van zware en grootschalige bedrijven. Op Moerdijk wordt ruimte geboden aan bedrijven die – gelet op hun omvang, milieuhinder of hun behoefte aan diep vaarwater – bijzondere vestigingseisen stellen waaraan elders in het stedelijk concentratiegebied en op de drie regionale bedrijventerreinen in het landelijk gebied niet tegemoet kan worden gekomen.

Communicatieve instrumenten

  • De provincie stelt periodiek regionale bevolkings- en woningbehoefteprognoses vast, met daarbinnen een differentiatie op regionaal niveau tussen het stedelijk concentratiegebied en het overige stedelijk gebied. Voor het stedelijk concentratiegebied met een bovenlokale opvangtaak zijn deze woningbouwaantallen taakstellend. De provincie monitoort de voortgang van de woningbouw, ook in kwalitatieve zin en stelt hiervoor voortgangsrapportages op.
  • De provincie stelt periodiek regionale prognoses voor werklocaties vast, met daarbinnen een differentiatie op regionaal niveau tussen het stedelijk concentratiegebied en de kernen in het landelijk gebied. De provincie brengt ook de herstructureringsopgave (nader) in beeld. Periodieke analyse en monitoring van de kwalitatieve ruimtevraag is noodzakelijk (kwaliteitsonderzoeken).
  • De provincie monitoort regelmatig de trends en ontwikkelingen op het gebied van voorzieningen. Deze informatie is ten behoeve van de besluitvorming in de regionale overleggen. Recent is een onderzoek afgerond naar de detailhandelstructuur in Noord-Brabant.
  • De provincie geeft informatie (o.a. via rapportages en de provinciale website) en advies over de beoogde landschappelijke doelen en de waarden van provinciaal belang op het vlak van bodem, water, cultuurhistorie, ecologie en ruimtelijke kwaliteit, zoals de Bodemwijzer, de Aardkundige waardenkaart, de Cultuurhistorische waardenkaart, de Wateratlas en het Natuurbeheerplan voor de EHS in Noord-Brabant. De menukaart duurzame bedrijventerreinen 2004 geeft informatie voor de inrichting van werklocaties.