direct naar inhoud van 3.3. Kernen in het landelijk gebied
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
3.3. Kernen in het landelijk gebied
3.3.1. Perspectief kernen in het landelijk gebied

1. Beschrijving

Noord-Brabant is naast een provincie met grote steden, een provincie met veel (verschillende) kernen waar het aantrekkelijk is om te wonen en te werken. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. De grotere kernen hebben door hun grotere regionale betekenis meer groei doorgemaakt. In het Land van Cuijk hebben kernen als Cuijk of Boxmeer door hun omvang en positie een andere betekenis in hun regio dan Beers of Beugen. Deze kernen hebben hun dorpse karakter grotendeels verloren en hebben een suburbaan karakter ontwikkeld. De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen.

2. Beleid

  • a. Algemeen

In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen en werken.

Het stedelijk gebied 'aan de randen' van de provincie, krijgt te maken met een afnemende groei van de woningbehoefte en op termijn zelfs (een beperkte mate van) krimp. Deze afnemende woningbehoefte biedt kansen voor verbetering van de kwaliteit, door gerichte ingrepen als verdunning en vergroening. Het is daarbij wel belangrijk om concurrentie tussen gemeenten en regio's, overproductie en leegstand te voorkomen. Het belang van regionale afspraken neemt daardoor toe.

In overleg met de gemeenten worden de regionale verbanden voor wonen en werken bepaald. Die passen in ieder geval binnen de vier regio's die de provincie in Deel A. paragraaf 4.2 onderscheidt en kunnen verschillend van omvang zijn voor de thema's wonen, werken en voorzieningen. Bij het zoeken naar ruimte voor nieuwe verstedelijking is zorgvuldig ruimtegebruik (toepassing SER-ladder) voorwaarde.

  • b. Ruimtelijke kwaliteit

De provincie vindt het belangrijk dat gemeenten in hun structuurvisies aandacht geven aan de wijze waarop stedelijke ontwikkelingen het eigen karakter van de kernen en de relatie met het landschap kunnen versterken. De stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern. De ontwerpopgave hangt daarnaast samen met de historische gegroeide identiteit van de kern en omliggend landschap en met de fase van verstedelijking van de kern (suburbaan, dorps of plattelandskern):

    • 1. Suburbane kernen
      In de meer suburbane kernen van Brabant vragen de volgende opgaven aandacht:
      • herstructureringsopgave van verouderde woonwijken en bedrijventerreinen;
      • realiseren van goede verbindingen van de stedelijke groenstructuur met het omliggende landelijk gebied;
      • benutten van oude linten en ontginningsstructuren als multifunctionele zones en dragers van het stedelijk gebied;
      • verbeteren van de relatie van stedelijke uitbreidingen met het omliggende landschap.
    • 2. Dorpen
      Voor de kernen die meer geleidelijk zijn gegroeid en hun dorpse karakter nog hebben behouden vraagt de provincie aandacht voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe werklocaties in het dorp en het omliggende landschap. De provincie vindt het daarnaast van belang dat in het regionale overleg gezocht wordt naar mogelijkheden voor de opvang van de behoefte aan werklocaties bij de meer suburbane kernen in de regio of op regionale bedrijventerreinen.
    • 3. Plattelandskernen
      De kernen die de afgelopen decennia weinig zijn veranderd hebben hun historische karakter en oorspronkelijke relatie met het landschap behouden. In deze plattelandskernen hebben weinig en soms zelfs geen planmatige ontwikkelingen in de vorm van woonwijken of werklocaties plaatsgevonden. Vanwege het behouden van de eigen identiteit en contrasten vindt de provincie het belangrijk dat er bij de ontwikkeling van deze kernen aandacht is voor het verweven van functies binnen de dorpse structuur.
  • c. De relatie tot de hoofdinfrastructuur

De infrastructuur is belangrijk voor de beleving van de openbare ruimte van Noord-Brabant. De provincie vindt het daarom belangrijk dat gemeenten in hun structuurvisies aandacht geven aan de ontwikkelingen langs het hoofdwegennet en hoe die bijdragen aan de identiteit en de kwaliteit van Noord-Brabant.

De provincie wil buiten het stedelijk concentratiegebied geen verdere groei van verstedelijking langs hoofdwegen. Daar is het doel juist de identiteit van het landschap dat de (hoofd)weg doorsnijdt optimaal beleefbaar te maken. Het gaat daarbij zowel om de inrichting van de (hoofd)weg zelf als het landschap dat aan de (hoofd)weg grenst.

  • d. Wonen

De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. Er is ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang. Het gaat om kwalitatieve verbeteringen in bestaand stedelijk gebied zoals het saneren van milieuhinderlijke bedrijvigheid in de kern en het behouden van vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle complexen.

Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda's voor wonen.

  • e. Werken

In de kernen in het landelijk gebied hanteert de provincie als uitgangspunt dat alleen bedrijven worden gevestigd die qua aard, schaal en functie in de omgeving passen. Gemeenten hebben ruimte voor vestiging van kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid. Als doorgroei van bedrijven er toe leidt dat deze qua aard, schaal of functie niet meer passen in de omgeving, wil de provincie dat deze worden opgevangen op een daarvoor geschikt terrein in het stedelijk concentratiegebied. Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor de regio's Land van Heusden en Altena, De Kempen en Land van Cuijk. Vanwege de grote afstand tot het stedelijk concentratiegebied wordt aan de ruimtebehoefte van bedrijven uit deze regio's tegemoet gekomen op een nieuw te ontwikkelen regionaal bedrijventerrein.

Op enkele plaatsen liggen kansen voor de ontwikkeling van specifieke werkocaties. Deze zijn vaak vanuit de historie gegroeid op plekken die vanuit huidige inzichten als niet geschikt beoordeeld zouden worden, vanwege hun ligging buiten het stedelijk concentratiegebied. De provincie wil de kwaliteiten van deze locaties benutten en in relatie met de omgeving verder ontwikkelen. Het gaat concreet om het Duurzaam Industriepark Cranendonck, (het bedrijventerrein als onderdeel van) het 'AFC Nieuw Prinsenland' en Maintenance Valley/Aviolanda.

Regionale afstemming vindt plaats via de regionale agenda's voor werken. Hierbij is specifiek aandacht voor de problematiek van het ruimtegebrek voor bedrijven met een hinder- en risicoprofiel en de opvangtaak voor grootschalige bedrijven in het stedelijk concentratiegebied en op de regionale en specifieke bedrijventerreinen.

De provincie wil latente saneringssituaties bij provinciale inrichtingen oplossen, zoals in haar beleidsvisie Externe Veiligheid is opgenomen.

  • f. Voorzieningen

In de kernen in het landelijk gebied hanteert de provincie als uitgangspunt dat er alleen voorzieningen worden gevestigd die qua aard, schaal en functie passen. Dit zijn voorzieningen met een lokaal verzorgingsgebied.

3.3.2. Uitvoering kernen in het landelijk gebied
De provincie stuurt op een concentratie van verstedelijking. De sturing op de kernen in het landelijk gebied sluit daarom aan op de sturing voor stedelijke concentratiegebieden. Hier zijn alleen elementen opgenomen in aanvulling/afwijking op teksten van het stedelijk concentratiegebied.  

Ontwikkelingsgericht

  • Gebiedsontwikkelingen Waterpoort, Levende Beerze, Groene Woud, Brabantse Wal, As N65
  • De provincie participeert in de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein voor bedrijven uit – en gelieerd aan de agro- en foodsector op de locatie 'Oud Prinslandse Polder'. Dit in combinatie met 220 hectare netto glastuinbouw en maximaal 30-40 hectare bruto herontwikkeling op het bestaande terrein van de suikerfabriek ten behoeve van de autonome ontwikkeling van de suikerfabriek ('AFC Nieuw Prinsenland'). De provincie wil enerzijds ruimte scheppen voor een winstgevende symbiose en samenwerking tussen de bestaande suikerfabriek, glastuinbouwbedrijven en bedrijven uit en gelieerd aan de agro- en voedingsmiddelenindustrie, anderzijds tussen de bedrijven onderling.

Juridische instrumenten

  • De Verordening ruimte stelt regels ten aanzien van:
    • 1. uitbreiding van bedrijven die qua aard, schaal en functie schaal niet passen in hun omgeving;
    • 2. ontwikkelingsmogelijkheden voor complexen van cultuurhistorisch belang (historische landgoederen,kloosters, industrieel erfgoed, e.d.);

Subsidies

N.v.t.

Overleg en bestuurlijke afspraken

  • De provincie onderzoekt de mogelijkheden voor een clustering van landingsbaan-gebonden bedrijven met bijbehorende instellingen, die actief zijn in het onderhoud van vliegtuigen bij vliegveld Woensdrecht (Maintenance Valley/Aviolanda).
  • De provincie ondersteunt de (her)ontwikkeling van het Duurzaam Industriepark Cranendonck, in combinatie met de versterking van de omringende natuurstructuren.
  • In drie delen van het landelijke gebied stimuleert de provincie dat er bestuurlijke afspraken worden gemaakt door betrokken gemeenten over de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen voor de opvang van grootschalige bedrijven. Het gaat om het Land van Heusden en Altena, De Kempen en het Land van Cuijk.

Communicatieve instrumenten

  • De provincie stelt periodiek regionale bevolkings- en woningbehoefteprognoses vast. In de kernen in het landelijk gebied geldt het uitgangspunt dat er ten hoogste zoveel woningen mogen worden gebouwd als nodig is voor de opvang van de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'.
  • De provincie stelt periodiek regionale prognoses voor werklocaties vast, met daarbinnen een differentiatie op regionaal niveau tussen het stedelijk concentratiegebied en de kernen in het landelijk gebied. De provincie brengt ook de herstructureringsopgave (nader) in beeld. Periodieke analyse en monitoring van de kwalitatieve ruimtevraag is noodzakelijk (kwaliteitsonderzoeken).