direct naar inhoud van 4.2. (Hoofd)wegennet
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
4.2. (Hoofd)wegennet
4.2.1. Perspectief (hoofd)wegennet

Beschrijving

Kenmerkend voor de provincie Noord-Brabant is de aanwezigheid van een samenhangend wegennet met lokale en regionale verbindingen naast (inter)nationale wegen die de Brabantse steden onderling verbinden en ook Brabant verbinden met omliggende gebieden zoals de Randstad, het Ruhrgebied en de Vlaamse Ruit. Belangrijke oostwest verbindingen zijn de A59 in het noorden van de provincie, en de A58-A67 langs de zuidrand van enkele grote Brabantse steden. Belangrijke noord-zuid assen zijn de A2 en de N279 in het oosten en de A16 en de A27 in het westelijke deel van de provincie.

Beleid

De provincie streeft naar een verbetering van de internationale bereikbaarheid van BrabantStad met omliggende stedelijke netwerken over de weg. Ook de regionale bereikbaarheid over de weg tussen en in de steden moet verbeteren. Om dit te bereiken zet de provincie in op aanpak van het hoofdwegennet: op verbetering, cq. verbreding van de A2, A67, A27, A58, A59, N65 en N69 en op het doortrekken van de A4. Ook het onderliggend wegennet pakt de provincie aan. Het gaat om de noordoost corridor inclusief N279 (voltooiing 'ruit' om Eindhoven-Helmond) en de N261.

In het kader van het PVVP en de Netwerkanalyse BrabantStad werkt de provincie dit, in samenwerking met de BrabantStad-partners, uit . Doel is acceptabele en voorspelbare reistijden van 'deur tot deur' op de relaties tussen de belangrijkste woongebieden en de economische kerngebieden van BrabantStad.

4.2.2. Uitvoering (hoofd)wegennet

Ontwikkelen

  • Gebiedsontwikkelingen Brainport-Oost, Grenscorridor/N69,Oostelijke Langstraat en as N65
  • De provincie stelt in een partiële herziening van de structuurvisie na overleg met de regio het voorkeursalternatief vast voor de Noordoostcorridor (opwaarderen N279 tussen Veghel en A67 en de aanleg van een oost-westverbinding tussen A58/A50 en N279, ook wel voltooiing van de 'ruit' om Eindhoven-Helmond) en de Grenscorridor (N69).
  • Voor het onderliggende regionale wegennet ligt de prioriteit verder bij de N261. De provincie bouwt deze om tot ongelijkvloerse autoweg.
  • De provincie is verantwoordelijk voor de reconstructie N279 's-Hertogenbosch – Veghel en stelt daarvoor het inpassingsplan op.

Juridische instrumenten

  • De provincie stelt regels in de Verordening ruimte met betrekking tot de aanleg van nieuwe infrastructuur.

Subsidies

N.v.t.

Overleg en bestuurlijke afspraken

  • In overleg met de regio wordt bezien of de provincie bevoegd gezag wordt voor de planologische inpassing van de Noordoostcorridor.
  • De provincie werkt op basis van de MIRT-verkenning Zuidoostvleugel BrabantStad, samen met regionale partners, aan een integrale oplossing voor de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen als gevolg van de N69 in de Grensregio in het zuidelijke deel van de Zuidoostvleugel BrabantStad. De planologische inpassing van de grenscorridor N69 zal plaatsvinden via een herziening van de Structuurvisie. Daarvoor is de Plan-MER procedure reeds gestart. In overleg met de regio wordt bezien of de provincie bevoegd gezag wordt voor de planologische inpassing van de grenscorridor N69.
  • De resultaten uit de MIRT-Verkenning Antwerpen-Rotterdam worden opgenomen in de landsdelige MIRT Gebiedsagenda Brabant en betrokken bij de Regionale Agenda's.
  • Bij uitbreidingen en nieuwe aanleg van het Rijkswegennet geeft de provincie aan het rijk aandachtspunten mee voor het routeontwerp, gebaseerd op de gebiedspaspoorten. Er worden afspraken gemaakt over de versterking van de beleving van het landschap in de snelwegomgeving.
  • De provincie vraagt aandacht voor externe veiligheidsaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het basisnet weg in ontwikkeling en langs provinciale wegen waarover vervoer gevaarlijke stoffen plaatsvindt (zoals de ontsluiting van (middel)zware bedrijventerreinen).

Communicatieve instrumenten

  • De provincie stelt gebiedsprofielen op die gemeenten als beleidsondersteunend instrument kunnen betrekken in hun afweging om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen infrastructuur en bereikbaarheid beter te betrekken. Met de gebiedsprofielen worden bewuster afwegingen en keuzes gemaakt, onder andere bij het opstellen of actualiseren van infrastructuurnetwerken (voor auto, fiets, openbaar vervoer en goederen) op regionale schaal.