direct naar inhoud van 1.4. Hoe wil de provincie dit bereiken?
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
1.4. Hoe wil de provincie dit bereiken?

De paspoorten beschrijven de effecten die de provincie wil bereiken bij ontwikkelingen in het gebied. De provincie richt zich daarbij op het resultaat, de ontwikkeling van het landschap en van landschapstructuren in zijn geheel, en niet op individuele elementen en details.

Als de provincie zelf initiatiefnemer is voor planvorming, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkelingen of ontwikkelprojecten zoals beschreven in de vier structuren, zijn de paspoorten uitgangspunt. De provincie stuurt op de samenhang van de gebiedspaspoorten met de cultuurhistorische landschappen (hoofdstuk 3) en de provinciale structuren (hoofdstukken 4 tot en met 7).

In het geval dat gemeenten of andere partijen initiatiefnemer zijn, vraagt de provincie de landschapskenmerken en de ambities van de paspoorten uit te werken in hun eigen plannen, ze te betrekken in de afwegingen bij ruimtelijke planvorming en daaraan uitvoering te (laten) geven in plannen.

Om de landschapsdoelen te behalen staat een stimulerend provinciaal beleid voorop. De provincie zet in op communicatie en financiering, steeds op het samenhangende gebieds - of structuurniveau. De provincie voert graag een dialoog met gemeenten over de wijze waarop ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Uitvoering van landschapsdoelen is zoveel mogelijk gebaseerd op bestaande planvormen. Daar waar nodig stimuleert de provincie de planvorming landschap. Ook de rijksregeling voor het opstellen van landschapsontwikkelingsplannen kan daarbij worden ingezet.

De provincie organiseert – in samenwerking met gemeenten - werkgroepen landschap, gekoppeld aan het regionaal overleg, voor de uitwerking en realisering van de gebiedspaspoorten. In deze werkgroepen wordt ook gezamenlijk uitwerking gegeven aan de provinciale ambitie voor de structuren en de landschapsinvesteringsregel.

Voor de borging van het landschapsbelang op provinciaal schaalniveau werkt de provincie in de Verordening ruimte (Fase 2) het principe van zorgvuldig ruimtegebruik verder uit. Daarbij vraagt de provincie aan gemeenten aan te geven hoe ontwikkelingen en de daaraan gepaard gaande landschapsinvestering bijdragen aan de versterking van het landschap. De gebiedskenmerken en ambities zoals verwoord in de paspoorten zijn daarbij een belangrijk hulpmiddel. Het is aan de gemeenten om op dit vlak afwegingen te maken.

Het gaat zowel om nieuwe ontwikkelingen als uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied zoals landgoederen, golfbanen, paardenhouderijen, de ontwikkeling en inrichting van landbouwontwikkelingsgebieden, recreatiebedrijven, loonwerkbedrijven etc. Maar het kunnen ook meer stedelijke ontwikkelingen zijn zoals uitbreidingen van dorpen en steden of de aanleg en verbreding van wegen. De relatie tussen het toevoegen van kwaliteit voor het gebied en de voorgenomen ontwikkeling neemt de gemeente op in bestemmingsplannen, bijvoorbeeld in een paragraaf ruimtelijke kwaliteit.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0019.png"

Kaart 19. Overzicht kenmerken gebiedspaspoorten

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010-0003_0020.png" Kaart 20. Overzicht ambities gebiedspaspoorten