direct naar inhoud van 10.2. Ambitie De Meierij
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
10.2. Ambitie De Meierij

Het Groene Hart van Brabant

  • 1. Het karakter van de Meierij als groen hart van Brabant versterken. Dit kan door:
    • a. mogelijkheden te bieden voor menging van functies in buitengebied en verbreding van de landbouw. De ontwikkeling van dorpen, steden en de intensieve landbouw (o.a. boomteelt en intensieve veehouderij) vindt plaats in samenhang met het versterken van landschapselementen die bijdragen aan de biodiversiteit en het groene, kleinschalige karakter van de Meierij: zoals poelen, houtwallen, open graslanden, bomenlanen en onverharde wegen;
    • b. verbinden van Het Groene Woud met andere belangrijke natuurgebieden in de Meierij zoals het Wijbosch Broek, de Loonse en Drunense Duinen, het Aadal en het Dommeldal;
    • c. het versterken van de recreatieve verbindingen binnen de Meierij en tussen de Meierij en de omliggende steden;
    • d. in te zetten op de ontwikkeling van robuuste beeksystemen van de Dommel, de Aa en de Essche Stroom, waarin naast duurzame waterhuishouding ook de landschappelijke kwaliteit van het watersysteem versterkt wordt, zodat de ruimtelijke verschillen tussen de systemen van Aa en Dommel beter beleefbaar worden;
    • e. het maximaal sparen en bergen van water in de haarvaten van het watersysteem, alvorens het water af te voeren naar de beken;
    • f. de hoofdinfrastructuur die de Meierij doorsnijdt vormgeven als groene lanen tussen hoogstedelijke gebieden:
      • contrast beleving stad-land versterken;
      • de verschillen tussen de hoofdroutes A2 'internationale route', N65 'Napoleonsroute', de Midden Brabantweg en N279 'kanaalroute', respecteren en versterken.
  • 2. Mogelijkheden voor nieuwe landschapskwaliteit te bieden in de jonge ontginningslandschappen door bijvoorbeeld ontwikkeling van nieuwe landgoederen en het robuuster maken van de beplantingsstructuur in combinatie met het versterken van agrarische enclaves.
  • 3. In te zetten op behoud van de fijnmazigheid van de oude ontginningen door meer aandacht voor groen ondernemerschap bij agrariërs gericht op recreatie, zorg, educatie en natuurontwikkeling en door mogelijkheden te bieden voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen en andere vormen van wonen, groene dorpsranden. In de omgeving van Schijndel/Liempde ook in samenhang met de instandhouding en versterking van het kenmerkende Brabantse populierenlandschap.
  • 4. Inzetten op integrale gebiedsontwikkeling bij de verstedelijkingsopgave van de regio Waalwijk-'s-Hertogenbosch-Oss voor de lange termijn door:
    • a. de verstedelijking beter te verbinden met Het Groene Woud via het gebied Kloosterstraat;
    • b. in te zetten op versterking van het mozaïek van de dekzandrug en de groene buffer tussen Nuland en Geffen, in samenhang met nieuwe functies als wonen en recreatie;
    • c. de kansen van de ligging nabij spoor, A59 en A2 goed te benutten;
    • d. voort te bouwen op de karakteristieke stedelijke structuur van het stedelijke concentratiegebied 's-Hertogenbosch-Oss. Het onderscheid tussen steden, suburbane gebieden, dorpen en linten vergt bijzondere aandacht voor omvang en ontwikkelingstempo van de bouwproductie, met name bij kleine kernen die nu nog een dorpse identiteit hebben. Het gaat dan met name om de kernen Nuland, Geffen, Kruistraat, Maliskamp.
  • 5. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”.
  • 6. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”.
  • 7. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van poelen en kleine wateren, waterlopen, kleinschalig besloten landschap, open weide- en akkergebieden en het halfopen landschap met bomenrijen goede indicatoren zijn. Denk daarbij aan soorten als kamsalamander, kroeskarper, nachtegaal, grutto, wulp, geelgors en korenbloem.