direct naar inhoud van 11.1. Kenmerken Kempen
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
11.1. Kenmerken Kempen

Kleinschalig mozaïek aan de bovenloop van de beken, rijk aan dennen en eiken

11.1.1. De natuurlijke basis

De Kempen maakt onderdeel uit van het zwak golvende dekzandplateau dat doorsneden wordt door de bovenlopen van de beeksystemen Grote en Kleine Dommel, Beerze en Reusel. Het plateau bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een grofzandige en arme bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. Op plaatsen met leem in de ondergrond stagneert regenwater en lagen destijds kleinere veenkussens. Daar zijn veelal vennen ontstaan. Van noordwest naar zuidoost ligt een breuklijn die de westgrens vormt van de Centrale Slenk. Hierdoor maakt het noorden en oosten van de Kempen deel uit van de Centrale Slenk.

11.1.2. Het ontginningslandschap

De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen beekdalen, oude en jonge ontginningen, beboste dekzandruggen en restanten van woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen. Dorpen liggen als linten over het landschap op de overgang tussen beekdalen en hogere zandgronden. De beken vormen dunnen snoeren, dwars op de bebouwingslinten. De oude zandontginningen van de regio zijn kleinschalig, hebben een onregelmatige verkavelingstructuur en een besloten karakter (coulissen). De jonge ontginningen zijn grootschaliger en minder karakteristiek.

Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn de akkercomplexen met aan- en omliggende buurtschappen en bijhorende groenstructuren. Hiervan zijn de oude zandlandschappen met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en –wallen en buurtschappen in de omgeving van Cartierheide en Oerle-Knegsel cultuurhistorisch karakteristiek.

De meeste bossen in de Kempen zijn jong. Ze liggen verspreid over het gebied, met name op de oude dekzandruggen (zoals De Utrecht, Gorp en Rovert, Peelsche, Postelse en Malpische Heide, Leenderbos). Cultuurhistorisch gave boscomplexen zijn Gorp en Rovert en De Utrecht. In de Kempen liggen maar een paar kleine oude bossen. Cultuurhistorisch karakteristieke oude bossen zijn de landgoederen Baest, Heeze en Annanina's Rust met een landhuis of kasteel in een parkachtige omgeving met lanen.

Het landschap van de Kempen wordt doorsneden door de beeksystemen van Grote en Kleine Dommel, Beerze en Reusel. Delen van de Dommel en de Beerze zijn cultuurhistorisch gave beeklandschappen. Het beeklandschap van de Dommel ligt ten zuiden van Eindhoven (Belvedèregebied). Kenmerkend zijn vloeiweiden en viskwekerijen, watermolens, omvangrijke bossen met heidevelden en vennen en aangrenzend cultuurlandschap. Het cultuurhistorisch gave beeklandschap van de Beerze ligt in het noordelijke deel van de Kempen en maakt deel uit van het Nationale Landschap Het Groene Woud. De identiteit wordt bepaald door bossen met heide en vennen en nieuwe natuur in het beekdal.

Belangrijke cultuurhistorische identiteitsdragers van de Kempen zijn de akkercomplexen met de omliggende buurtschappen en groen, de oude heidevelden met zandverstuivingen zoals de Groote Heide en de Strabrechtse Heide en plantages met naaldhout. Maar ook de vloeiweiden en visvijvers, watermolens, oude kerklocaties, langgevelboerderijen en grafheuvels vertellen het verhaal van de Kempen.

Door de afwisseling en variëteit van het kleinschalige zandlandschap van de Kempen is de natuur rijk aan soorten die karakteristiek zijn voor besloten en halfopen cultuurlandschap.

11.1.3. Het moderne landschap

In de afgelopen decennia heeft door de ruilverkaveling, normalisatie van de watergangen en grootschalige landinrichting een nivellering van de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen plaatsgevonden. Het moderne landschap van de Kempen bestaat uit een landelijk gebied met een sterke menging van landbouw, natuur, wonen en recreatie. Binnen de landbouwbedrijven zijn grote verschillen, die uiteenlopen van verbrede landbouw met inzet op natuur- en landschapsbeheer, recreatie en/of zorg tot gespecialiseerde intensieve veehouderijen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. Het afwisselende en kleinschalige landschap draagt bij aan de aantrekkelijkheid van dit gebied als woonomgeving. Landinrichtingen en kavelverbeteringen hebben het landschap haar huidige vorm gegeven. Er zijn sterke contrasten tussen het kleinschalige landbouwbedrijf en de rationeel ingerichte landbouwgebieden in de zuidelijke Kempen.

Het noordoosten van de Kempen wordt gekenmerkt door een stedelijke concentratie rond Eindhoven, met suburbane dorpen als Best, Geldrop, Valkenswaard en Veldhoven, en daarmee samenhangende infrastructuur. De snelwegen A2, A58 en A67 komen samen in deze stedelijke concentratie, evenals spoorlijnen en het Wilhelminakanaal.