direct naar inhoud van 13.1. Kenmerken Peelkern
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
13.1. Kenmerken Peelkern

Monumentaal ontginningslandschap

13.1.1. De natuurlijke basis

De Peelkern is het centrale gedeelte van het dekzandplateau van de Peelhorst. De Peelhorst tekent zich als een verhoging van enkele meters in het landscha . De slenken aan weerszijden van de horst liggen lager. Op sommige plekken zijn de breuken als duidelijke 'traptreden” zichtbaar in het landschap. Het voormalige uitgestrekte hoogveenmoerasgebied op de Horst werkte als een grote spons voor het neerslagwater. Na de ontginning resteerde een zandplateau dat grotendeels een inzijgingsgebied is dat afwatert via beekjes op de Maas. Alleen het zuidelijk deel rond de Groote Peel watert af op de Aa.

13.1.2. Het ontginningslandschap

Het jonge heide en hoogveenontginningslandschap van de Peel is ontstaan door systematische en planmatige ontginning tussen 1850 en1960. De Middenpeelweg van Zeeland tot de Rips en verder zuidwaarts vormde de basis voor de ontginning in noord-zuidrichting. Het gebied kent een aantal planmatige heideontginningsdorpen en voormalige veenkoloniën zoals Odiliapeel, Venhorst, Landhorst, Wilbertoord, Elzendorp, Helenaveen (agrarisch) en de Rips (bosbouw). Het gebied heeft een rationele verkavelings/ontwaterings- en wegenstructuur. Langs doorgaande wegen staan forse wegbeplantingen van met name Amerikaanse eiken. De niet voor landbouw geschikte heidegronden zijn later ingeplant met bos en hebben zich tot landgoederen ontwikkeld (Cleefswit –De Sijp, Groote Slink-Bunthorst) of tot uitgestrekte bossen (Stippelberg, Sint Antonisbos). De bossen kennen een geometrische ontsluitingsstructuur. Slechts kleine heidegebieden bleven over. In het zuiden zijn de Bult, de Groote Peel en Deurnse Peel restanten van de hoogveengebieden en belangrijke natuurgebieden. De defensielinie van de Peel-Raamstelling gekoppeld aan het Peelkanaal heeft een bijzondere cultuurhistorische betekenis. De Peel-Raamstelling maakte deel uit van de verdedigingslinie tegen Duitsland uit de eerste helft van de 20e eeuw. De kenmerkende landschapselementen van de Peelkern zijn de lanen, de kanalen, de landgoederen, de plantages en de ontginningsdorpen met dorpsbosjes.

13.1.3. Het moderne landschap

De Peelkern is een grootschalig en primair landbouw gebied. Er is een afwisseling van uitgestrekte akkers met bebouwing (ontginningsdorpen) en grootschalige bebossingen die belangrijk zijn voor natuur en recreatie. De intensieve veehouderij en glastuinbouw hebben zich in dit gebied krachtig ontwikkeld. Door ruilverkaveling heeft schaalvergroting plaatsgevonden en zijn ontsluiting en ontwateringspatronen aangepast. De hoofdstructuur en het monumentale karakter van de veenontginning zijn gehandhaafd, maar natuur en milieu staan onder druk. Naast intensieve veehouderij en glastuinbouw is het gebied belangrijk voor akkerbouw (hoofdzakelijk maïsteelt) en is er toenemende ontwikkeling van andere teelten zoals graszoden, boomteelt en vollegrondstuinbouw.

De grote open akkers zijn van belang als foerageergebieden. De bomenrij- en lanenstructuur is van belang voor struweelvogels. Door de groei van de agrarische bedrijfsbebouwing is de verstening van het landschap van de Peelkern sterk toegenomen. Lokaal zijn recreatieve complexen in de jonge heide bebossingen aanwezig. In het noordelijk deel ligt het vliegveld Volkel. Er liggen enkele ontzandingen in het gebied.