direct naar inhoud van 2.2. Ambitie Zeekleigebied
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
2.2. Ambitie Zeekleigebied

Versterken van de poldereenheden en het deltakarakter

  • 1. Het behoud van het contrast tussen de open grootschalige zeekleipolders en de beboste steilrand van de Brabantse Wal en het kleinschalige landschap van de Westbrabantse Venen. Dit kan door:
    • a. het zicht op de steilrand van de Brabantse Wal vanuit het polderlandschap te behouden;
    • b. in het zeekleigebied geen grootschalige verstedelijkingsopgaven te projecteren, buiten de al geplande ontwikkelingen voor het Agrarisch Food Cluster (AFC) Dinteloord en Logistiek Park Moerdijk (LPM);
    • c. de polders als eenheden te ontwikkelen, wanneer er sprake is van nieuwe grootschalige functies als glastuinbouw, windturbines of waterberging;
    • d. tussen de ontwikkelde polders minimaal één polder als open landbouwgebied te behouden, zodat de openheid van het landschap blijft en de polder als eenheid beleefbaar blijft;
    • e. beplanting alleen toe te voegen op erven, dijken, langs kreken, dorpsranden en bedrijventerreinen;
    • f. op de overgang van zand naar klei in te zetten op ontwikkeling van aan kwel gebonden natuur.
  • 2. Het versterken van de zeekleipolders als grootschalig en open landbouwgebied. Dit kan door:
    • a. ontwikkelingsruimte te bieden voor schaalvergroting en intensivering van die vormen van landbouw die drager zijn van de openheid van de zeekleipolders in combinatie met de oprichting van forse erfbeplanting en met behoud als habitat voor akker- en weide vogels;
    • b. lokaal extra ruimte te bieden voor grondgebonden landbouwvormen die passen bij die delen van van het zeekleigebied die meer besloten zijn, zoals overgangszones naar het zandlandschap;
    • c. bij nieuwe ontwikkelingen in de zeekleipolders kansen te benutten om de onderlinge samenhang tussen de onderdelen van de Zuiderwaterlinie te verbeteren;
    • d. bij de verdere ontwikkeling van de dorpen in het zeekleigebied de verschillen in ontstaansgeschiedenis en de relatie tussen dorpstypen en omgeving te gebruiken;
    • e. bij de ontwikkeling van nieuwe landgoederen de kansen te benutten de agrarische structuur en de openheid van het gebied te behouden en te versterken.
  • 3. Het ontwikkelen van een robuust krekensysteem. Dit kan door:
    • a. de kreken als doorgaande natte structuur te versterken voor waterberging en natuurontwikkeling;
    • b. de kreken te benutten voor wateraanvoer voor de landbouwgebieden in de omliggende polders;
    • c. gekoppeld aan de kreken ruimte te bieden voor nieuwe landgoederen waarvan de structuur voortbouwt op de kenmerkende openheid en het waterrijke karakter van het gebied.
  • 4. Het ontwikkelen van dynamische natuurwaarden in de buitendijkse gebieden. Dit kan door:
    • a. de Biesbosch verder te ontwikkelen tot dé natte knoop van West-Nederland
    • b. in te zetten op de verbinding van de Biesbosch, via de buitendijkse gebieden naar de natuurgebieden de Slikken van de Heen en het Rammegors
  • 5. De cultuurhistorische waarden in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: “Biesbosch” en “Zuiderwaterlinie bij Willemstad-Klundert” (Polder Ruigenhil).
  • 6. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van open akker- en graslandgebied (zoals overwinterende ganzen en zwanen, maar ook kieviten, scholekster en veldleeuweriken), kreken en sloten (o.a. de rugstreeppad) en dijken en wegbermen (o.a. zomertortel en agrimonie) goede indicatoren zijn.
  • 7. Reeds geplande grootschalige ontwikkelingen worden zorgvuldig ingepast en leveren een bijdragen bij aan nieuwe landschapskwaliteit. Dit is vooral van belang bij:
    • a. de ontwikkeling van het AFC: de orthogonale wegenstructuur van de polder wordt drager voor een modern landschap;
    • b. verlenging van A4-Zuid: inspelen op het contrast open polderlandschap en bebouwde en beboste Brabantse Wal;
    • c. omgeving Moerdijk en A-16-HSL: ontwikkelen landschapsplan waarin stedelijke en groene ontwikkelingen met elkaar in evenwicht komen. Vormgeven van de (gebundelde) infrastructuur als robuuste groene poort van Brabant.