direct naar inhoud van 4.1. Kenmerken Maaskant
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
4.1. Kenmerken Maaskant

Kommen en oeverwallen; de Maas als sedimentatie rivier

4.1.1. De natuurlijke basis

Maaskant maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met hogere meer zandige oeverwallen en lager gelegen open komgronden. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een brede dekzandrug die de overgang met het Brabant van het zand markeert.

4.1.2. Het ontginningslandschap

Vanaf de middeleeuwen zijn de rivierkleigronden systematisch bedijkt. Door de aanleg van dijken resteerde minder ruimte voor het water van de Maas en is een complex stelsel van overlaten ontwikkeld. Zo kon het water ook ten tijde van hoge piekafvoeren in goede banen worden geleid. Cultuurhistorisch karakteristiek zijn de Beerse en Baardwijkse Overlaat. In dit gebied ligt ook het voormalige defensiestelsel van de zuiderwaterlinie met vestingsteden, forten en stellingen. De komgronden waren vanwege de slechte ontwatering en de functie als overlaat lang als extensieve weidegronden in gebruik. In de kommen zijn meerdere eendenkooien ontstaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden de komgebieden goed ontwaterd en ingericht voor de landbouw. Kenmerkend voor de ontwatering van de oostelijke Maaskant is het stelsel van oostwest lopende weteringen en voor de westelijke Maaskant het Drongelens Kanaal. De open rivierkleipolders worden geflankeerd door meer besloten oeverwallen. Het grondgebruik op de oeverwallen is gevarieerder dan in de polders. Op de oeverwallen is een halfopenlandschap ontstaan met besloten delen met oeverwaldorpen en beplanting, en meer open delen tussen de kernen. In de oostelijke Maaskant wordt de overgang met de dekzandrug gemarkeerd door de lintbebouwing van Kruisstraat, Heeseind en Geffen. De westelijke Maaskant wordt scherp begrensd door het Drongelens Kanaal. Binnen de overstromingsvlakte van de westelijke Maaskant -Gement, Baardwijkse Overlaat en polder Bokhoven en Vlijmen- ligt het omdijkte Eiland van Heusden. Deze zandopduiking te midden van de overstromingsvlakte is een landbouwkundig intensief gebruikt gebied (tuinbouw). Karakteristiek voor de verstedelijking binnen het eiland van Heusden is de lintbebouwing. Identiteitsdragers van Maaskant zijn dijken, weteringen, oude Maasmeanders, wielen en kloostercomplexen.

4.1.3. Het moderne landschap

Delen van de buitendijkse gebieden zijn nog steeds in gebruik voor de landbouw (grondgebonden veehouderij), maar de uiterwaarden worden steeds belangrijker voor natuurontwikkeling en recreatie. Het betreft vooral de waterrecreatie, met een concentratiepunt bij het Engelermeer, in De Lithse Ham, en aan Gelderse zijde de Gouden Ham. De afwisseling van open en meer besloten gebieden is ook nu nog kenmerkend voor het landschap van de oeverwallen. Door deze afwisseling in het landschap is de natuur rijk aan soorten van open weide- en akkergebieden en de halfopen oeverwallen. In de kommen zijn na de landinrichting moderne, grootschalige veehouderij bedrijven ontstaan.

Het eiland van Heusden is uitgegroeid tot een relatief sterk verstedelijkt gebied: de ruimten tussen de lintbebouwing zijn grotendeels gevuld met bedrijventerreinen, woonwijken en glastuinbouw. Het contrast met de omliggende open gebieden is daardoor toegenomen, de scherpe begrenzing met dijken is markant. De A59 doorsnijdt dit landschap.

Stedelijke ontwikkelingen van Den Bosch in de rivierkleipolders tot aan de Maas hebben het gebied van de Maaskant in twee├źn verdeeld. Meest recente stedelijke uitbreidingen zijn de Groote Wielen aan de oostkant, in het laagst gelegen deel van de Polder Maaskant, en de woonkastelen van Haverleij aan de westkant van Den Bosch.