direct naar inhoud van 5.1. Kenmerken Maasvallei
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
5.1. Kenmerken Maasvallei

Heggen, ruggen en vlakten; de Maas als insnijdingsrivier

5.1.1. De natuurlijke basis

Langs de oostgrens van Brabant heeft de Maas zich ingesneden in het landschap. Hierdoor hebben zich Maasterrasvlakte en -ruggen en het huidige rivierdal van de Maas gevormd. Ook oude stroomgeulen van de Maas, zoals de Vilt, zijn als geomorfologische relicten nog duidelijk herkenbaar in het landschap. Het lager gelegen westelijk deel van het gebied is mede gevormd onder invloed van de Raam die uit het zandplateau richting Grave stroomt. Kenmerkend voor de Maasvallei is het aanwezige microreliëf.

5.1.2. Het ontginningslandschap

Het oude rivierenlandschap van de Maasvallei is van oost naar west te verdelen in rivierdal, Maasterrasrug en Maasterrasvlakte. De Maasheggen zijn kenmerkend voor het rivierdal. Karakteristiek voor de Maasterrasrug zijn de oude bebouwingslinten van afzonderlijke dorpen met elk hun eigen karakteristieke formaat en kenmerken, afgewisseld door open akkercomplexen. Deze zone, met daarin Boxmeer en Cuijk, kent van oudsher de hoogste graad van ruimtelijke (stedelijke) dynamiek in de Maasvallei. Cuijk was in de Romeinse tijd al een belangrijke nederzetting. In het gebied ten westen van de spoorlijn Nijmegen-Venlo, de Maasterrasvlakte, is de bebouwingsgraad geringer. Het landschap is er relatief vlak en open. De kernen Rijkevoort en Haps liggen als 'eilanden' in het landschap. Grave, een oude vestingstad aan de Maas, vormt aan de noordzijde de beëindiging van de open en lager gelegen Maasterrasvlakte, waarin zich ook het dal van de Raam bevindt. Door de aanwezigheid van het microreliëf en de afwisseling tussen bosschages en open akkers is de Maasvallei een leefgebied voor de das.

Kenmerkende landschapselementen voor de Maasvallei zijn: de open akkercomplexen met aanliggende buurtschappen en groen, de Maasheggen, de oude geulen en steilranden. De Maasheggen nemen in Noord-Brabant een unieke plek in door de schaal waarop het zich voordoet. Eeuwenoude hagen omzomen kleine landbouwpercelen.

5.1.3. Het moderne landschap

Op de Maasterrasrug liggen de meeste voorzieningen, de bovenregionale infrastructuur en grootste kernen, Boxmeer en Cuijk. Kenmerkend verschil tussen beide kernen is de relatie tot het landschap en de infrastructuur: Boxmeer is omgeven door groen (bos, akkers en Maasheggenlandschap) en Cuijk heeft een stedelijk front direct naar de Maas en de A73. Grave vormt een belangrijke schakel tussen de Middenpeelweg en de A73 bij Cuijk. De Maasterrasvlakte is een meer laagdynamisch gebied, met kleinere kernen en halfopen landschap. De landbouw is een belangrijke drager van het buitengebied. Intensieve vormen van landbouw (tuinbouw, boomteelt, maar ook intensieve veehouderij) zijn kenmerkend voor dit gebied. De belangrijkste recreatieve en toeristische ontwikkelingen zijn gekoppeld aan de Maas, het Maasheggengebied en aan de grootschalige ontzanding van de Kraaijenbergse Plassen.