direct naar inhoud van 7.1. Kenmerken Westbrabantse Venen
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
7.1. Kenmerken Westbrabantse Venen

Open en onregelmatig turfvaartenlandschap

7.1.1. De natuurlijke basis

De Westbrabantse venen maken deel uit van het zwak golvende dekzandlandschap. Anders dan in Oost-Brabant waren hier geen beeklopen, waardoor de dekzandkommen een slechte ontwatering hadden. Hierdoor ontstond op grote schaal veen. Stormvloeden hebben grote delen van het Westbrabantse veen weggeslagen. Grote delen van de resterende venen zijn door de mens afgegraven en ontgonnen. De natuurlijke basis van dit gebied bestaat daardoor weer uit dekzand.

7.1.2. Het ontginningslandschap

Kenmerkend voor de Westbrabantse venen is het proces van veenontginning. Initiatiefnemers van de veenontginning waren de abdijen, kloosters en gasthuizen.

De turf is ontgonnen vanuit langgerekte veendorpen die de hogere ruggen in het landschap volgen. Hierdoor hebben de dorpen een vrij grillig verloop. De turfvaarten en turfhavens herinneren nog aan de periode van turfwinning. In de kleinste dorpen zijn imposante kerken gebouwd, zoals de basiliek van Oudenbosch, Klein Lourdes in Sint Willebrord en de kerk van Wouw. Ten behoeve van de ontwatering van de zandgronden zijn er verschillende noord-zuidlopende beken en waterlopen gegraven.

In de omgeving van Rucphen zijn op grote schaal bossen aangelegd, enerzijds om de dreigende verstuiving van de resterende heide gronden tegen te gaan, anderzijds als leverancier van mijnbouwhout. De oude en jonge zandontginningen zijn sterk verweven en visueel nog goed van elkaar onderscheiden. Kenmerkende landschapselementen zijn: turfvaarten, turfhavens, gegraven beken en waterlopen, houtwallen, landgoederen en (grillig lopende) ontginningslinten. De ontginningen hebben geleid tot een sterk landbouwkundig gebruik met een grote menging van rundvee, akkerbouw, groenteteelt en tuinbouw, lokaal met concentraties van intensieve veehouderij. Vooral groenteteelten en de opkomst van boomteelt zijn bepalend voor het gebied.

7.1.3. Het moderne landschap

In Westbrabantse venen zijn twee grotere suburbane kernen ontstaan, Roosendaal en Etten-Leur. Beide kernen hebben bij de snelle groei van de afgelopen decennia weinig relatie gezocht met het omliggende landschap. Vooral de hoofdwegen en spoorlijnen hebben de ontwikkeling van het stedelijke gebied bepaald. De kernen worden verbonden door de A58. Sint-Willebrord, Rucphen en Sprundel zijn drie dorpen ten zuidwesten van Etten-Leur, die nagenoeg aan elkaar zijn vastgegroeid. Verspreid in het buitengebied, meestal omgeven door een open landelijk gebied, liggen kleinere dorpskernen met een echt landelijk woonmilieu, zoals Heerle, Schijf, Achtmaal en Wernhout. Het overige deel van het voormalige veenlandschap heeft een nog sterk agrarisch karakter, dat gekenmerkt wordt door relatieve openheid en blokverkavelingen, en dat wordt doorsneden door linten en boscomplexen.

Het grondgebruik is afwisselend. Naast veehouderij komen tuinbouw, fruitteelt en boomteelt voor. Plaatselijk zijn er kleine glastuinbouwcomplexen te vinden. Kenmerkende natuur wordt binnen de Westbrabantse venen gevonden in halfopen cultuurlandschappen (ten zuiden van Etten-Leur) en besloten cultuurlandschappen (rondom de Rucphense bossen en de strook Kievitpolder/ Pannenhoef).