direct naar inhoud van 8.2. Ambitie De Langstraat
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
8.2. Ambitie De Langstraat

Slagenlandschap versterken en kwel benutten voor natuurontwikkeling

  • 1. Het versterken van het voor Brabant unieke en historische slagenlandschap van de Langstraat. Dit kan door:
    • a. de lange lijnen in het landschap van vaarten, wegen en sloten als inspiratiebron te gebruiken bij nieuwe ontwikkelingen. Dat kan bijvoorbeeld door lange lijnen te accentueren met beplanting die karakteristiek is voor de Langstraat en door open ruimte te behouden in de lange ontginningslinten ten behoeve van het zicht op het landschap;
    • b. de openheid van het landschap te behouden;
    • c. het versterken van het contrast tussen het slagenlandschap op de klei en het slagenlandschap op het zand;
    • d. de cultuurhistorische waarden in het cultuurhistorisch landschap “Langstaat” in samenhang verder te ontwikkelen en te beschermen en toeristisch-recreatief te ontsluiten en bij nieuwe ontwikkelingen de samenhang tussen de onderdelen van de Zuiderwaterlinie te verbeteren;
    • e. aanpassingen in de landbouwkundige structuur te enten op de slagenontginningen.
  • 2. Het versterken van de lange lijnen en het fijnmazige slagenpatroon op het zand. Dit kan door:
    • a. bos om te zetten naar moeras of grasland en de structuur van het slagenlandschap terug te brengen;
    • b. kavelgrenzen te beplanten met elzensingels;
    • c. hoge laanbeplanting aan te brengen langs de lange noord-zuidgerichte vaarten;
    • d. bestaande laanbeplanting buiten het patroon van vaarten op termijn te laten vervallen;
    • e. bij verkeerstechnische aanpassingen in ontginningslinten rekening te houden met het dragende en verbindende karakter;
    • f. het open houden van de zone aan weerszijden van de A59, zodat de snelweg als autonoom element in het landschap beleefbaar blijft;
    • g. ruimte te bieden aan de ontwikkeling van nieuwe landgoederen en nieuwe bebouwingslinten, waarbij deze ontwikkelingen bijdragen aan het herstel van het watersysteem (kwel benutten) en aan de versterking van de gebiedseigen landschaps- en cultuurhistorische kenmerken.
  • 3. Het versterken van de openheid van het slagenlandschap op de klei (ten noorden van de Winterdijk). Dit kan door:
    • a. in te zetten op vormen van landbouw die de openheid ondersteunen;
    • b. ruimtelijke accenten aan te brengen door langs de lange noord-zuidlijnen enkele rijen hoge beplanting aan te brengen met inheems materiaal. Bestaande laanbeplanting buiten dit patroon kan op termijn vervallen.
  • 4. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten sloten en andere wateren, sloot- en greppelkanten, open weide en akkergebied, perceelsranden, en het open en besloten cultuurlandschap goede indicatoren zijn. Dit betreft bijvoorbeeld soorten als spitsfonteinkruid, de poel- en heikikker, de grutto, overwinterende kleine zwanen en ganzen, de blauwborst en de kamsalamander. Het benutten van kwel voor natuurontwikkeling door de samenhang tussen de geïsoleerd gelegen natuurgebieden te verbeteren en daarmee het watersysteem te optimaliseren.
  • 5. Ontwikkeling van landbouw op een zodanig wijze dat de kwaliteiten van het landschap worden versterkt. Dit kan door:
    • a. ontwikkeling van het landbouwontwikkelingsgebied, boomteeltgebied en vestigingsgebied glastuinbouw tussen Dongen en Kaatsheuvel (bijvoorbeeld ruimte voor opslag en verwerking agrarische producten op bouwblokken, en verbetering van de ontsluiting voor landbouwkundig verkeer) waarbij is aangegeven hoe de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan behoud en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden;
    • b. grondgebonden landbouw gebruik te laten maken van kwel voor de productie van teelten.