direct naar inhoud van Bergrippenlijst (A-Z)
Plan: Structuurvisie ruimtelijke ordening
Status: vastgesteld
Bergrippenlijst (A-Z)
(Inter)nationale as

infrastructuurverbinding die met name van belang is voor externe uitsluiting van Brabant(Stad) en tevens een functie vervult voor de B5-steden en de daarbinnen gelegen hoogstedelijke zones en stedelijke knooppunten. Het gaat om de A16, A2, A58 (ten oosten van Breda) en A67.

Aardkundig waardevolle gebieden

gebieden, aangegeven op de aardkundig waardevolle gebiedenkaart van de provincie Noord-Brabant, waar de natuurlijke ontstaanswijze al dan niet mede teweeggebracht door menselijk handelen herkenbaar is, doordat aardkundige verschijnselen er nog een gave vorm hebben en/of in onderlinge samenhang voorkomen. De aardkunde heeft de - vaak trage en grootschalige - werking van de niet levende natuur als onderwerp en omvat de geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen. Aardkundige verschijnselen maken samen met natuurlijke, cultuurhistorische en archeologische waarden deel uit van de natuurlijke basis en zijn medebepalend voor de landschappelijke waarden.

Aardkundige waarden

delen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Voorbeelden hiervan zijn stuifzandgebieden, dekzandruggen, hoogveengebieden en stuwwallen.

Accentgebied agrarische ontwikkeling

gebied waar de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken.

Agglomeratie

een ruimtelijk geheel van een centrale stad inclusief de eraan vastgegroeide suburbane kernen.

Agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren.

Agrarisch bouwblok

een bestemmingsvlak (bouwblok) dat is bestemd voor agrarische doeleinden.

Agribusiness

bedrijven die goederen en diensten leveren aan land- en tuinbouwbedrijven of zorgen voor verwerking, afzet en transport van agrarische producten van de primaire land- en tuinbouwbedrijven, inclusief duurzame energieopwekking.

Agro&Co

ontwikkel- en participatiemaatschappij die samen met bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid de plattelandseconomie aanjaagt door innovaties in de agrofoodsector te stimuleren die bijdragen aan nieuw ondernemerschap en een duurzame en robuuste groene economie in Brabant.

Agro- en foodcluster Nieuw Prinsenland (AFC)

de ontwikkeling van een projectvestigingsgebied glastuinbouw in combinatie met een specifiek agro-en food gelieerd bedrijventerrein, gelegen in de Oud Prinslandsepolder/Willemspolder bij Dinteloord (gemeente Steenbergen).

Akkerbouw

teelt van gewassen in de volle grond, met uitzondering van groenten en fruit.

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

uitvoeringsbesluit van de Kroon (regering), behorende bij een wet, met een algemene strekking en een algemene werking.

Archeologisch landschap

in oorsprong samenhangend oud bewoningsareaal waar archeologische kampementen, nederzettingen, heiligdommen en grafvelden verborgen liggen onder het maaiveld.

Archeologische waarden

cultureel erfgoed, ook wel aangeduid als “ondergrondse cultuurhistorische waarden”, bestaande uit archeologische sporen en gebruiksvoorwerpen in de bodem die in samenhang nederzettingen, heiligdommen en grafvelden reflecteren.

Aviolanda

te ontwikkelen onderhoudscentrum voor de vliegtuigindustrie in Hoogerheide (gemeente Woensdrecht).

B5-steden

de vijf grote steden van Brabant, te weten Breda, Eindhoven, Helmond, 's Hertogenbosch en Tilburg.

Bebouwingsconcentratie

een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.

Bebouwingslint

een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg in het buitengebied, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen de bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige buitengebied- en niet-buitengebiedfuncties.

Bedrijven met een hinderprofiel

bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het inrichtingen en vergunningenbesluit, wet milieubeheer en bedrijven die hinder kunnen veroorzaken aan hun omgeving in de vorm van bijvoorbeeld geluid-, stof-, geur-, verkeershinder of door hun omvang moeilijk te plaatsen zijn (bijvoorbeeld grote logistieke bedrijven). Deze bedrijven worden vaak aangeduid als "Nimby-bedrijven".

Bedrijven met een risicoprofiel

bedrijven die risico's vormen voor hun omgeving ofwel bedrijven die van belang zijn voor externe veiligheid.

Bedrijven met specifieke vestigingseisen

bedrijven die specifieke eisen stellen aan hun omgeving of de inrichting van de kavel om hun activiteiten optimaal uit te kunnen voeren, zoals multimodale ontsluiting, voldoende milieuruimte of grote veiligheidscontouren.

Beeksysteem

het geheel van de bron, bovenloop, midden-benedenloop van een beek tot aan de uitmonding in een groter watersysteem, inclusief het grondwater en oppervlaktewater dat de beek voedt vanaf de bron tot de uitmonding in het grotere watersysteem. De grens tussen het ene beeksysteem en het naastliggende wordt gevormd door een waterscheiding.

Beheergebied

de door Gedeputeerde Staten begrensde gebieden in de ecologische hoofdstructuur gericht op agrarisch natuurbeheer. Op agrarische gronden wordt gewerkt aan het beheer van natuur- en landschapselementen en de kwaliteitsverbetering daarvan. Ook worden nieuwe natuur- en landschapselementen ingericht.

Bestemmingsplan

een gemeentelijk plan waarin de gemeenteraad de ruimtelijke ordening vastlegt voor (een deel van) het grondgebied van een gemeente. Het bestemmingsplan bevat een toelichting, voorschriften en een plankaart. Het is bindend voor de burgers.

Bezoekersintensieve voorziening

voorziening met veelal een groot ruimtebeslag, die frequent grote aantallen bezoekers trekt, met de daarbij behorende verkeersbewegingen.

Beëindigingsregeling Intensieve Veehouderijen (BIV)

provinciale subsidieregeling die beoogt de beeindiging van intensieve veehouderijen in extensiveringsgebied natuur (gelegen bij natuurgebieden) te stimuleren.

Binnendijks

gebied landwaards van de waterkering waarvoor een wettelijke veiligheidsnorm is gedefinieerd.

Biodiversiteit

verscheidenheid aan gebiedseigen plant- en diersoorten en micro organismen.

Biomassavergisting

productie van biogas uit organisch afval.

Bodemenergie

verzamelbegrip voor warmte/koudeopslag en aardwarmte. Bij koude/warmteopslag wordt gebruik gemaakt van de bodem - tot ongeveer 80 meter diep - als opslagmedium voor koude en warmte. Bij winning van duurzame energie uit aardwarmte wordt gebruik gemaakt van warmte uit de ondergrond om huizen, kantoren of kassen te verwarmen. Deze wordt gewonnen uit het warme water dat ligt opgeslagen in watervoerende lagen in de ondergrond, op diepten waar de temperatuur hoog genoeg is om deze direct of indirect (met een warmtepomp) te benutten.

Bodemwijzer

interactieve webapplicatie die het mogelijk maakt om relevante bodemthema's op eenvoudige wijze te betrekken bij ruimtelijke plannen en processen.

Bouwblok

een in een bestemmingsplan vastgelegde ruimtelijke eenheid, waarbinnen de bebouwing en de bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een bestemming dienen te worden geconcentreerd.

Bovenregionale voorziening

voorziening met een verzorgingsgebied met een reikwijdte van meer dan 35 km.

Brabantse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventerreinen (BHB)

BV, opgericht door de provincie Noord-Brabant en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) om herstructureringsplannen voor bedrijventerreinen tot uitvoering te brengen.

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM)

NV, opgericht door de Provincie Noord-Brabant en het Ministerie van Economische Zaken met als doel de economische groei- en innovatiekracht van Brabant te versterken. De BOM ondersteunt bedrijven, participeert in ontwikkelingen en deelt kennis en ervaring met gemeenten en andere organisaties. Haar afdeling bedrijventerreinen houdt zich bezig met de herstructurering van bedrijventerreinen in Brabant.

BrabantStad

stedelijk netwerk van de vijf grote Brabantse steden Breda, Eindhoven, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg én de provincie Noord-Brabant. Zij behartigen gezamenlijk hun belangen regionaal en bij het Rijk, werken samen met andere Europese stedelijke netwerken en stellen eens per vier jaar een meerjarenprogramma op met investeringen in concrete projecten.

Brainport

de regio Zuidoost-Brabant van 21 gemeenten met toptechnologie in de kennisindustrie. Eindhoven is het centrum. De regio bevat de complete keten van fundamentele research tot ontwikkeling, productie en het vermarkten van innovatieve producten. Samen met Leuven en Aken vormt Brainport de kennisdriehoek 'ELAt', een Europees netwerk van organisaties, bedrijven en kennisinstellingen.

Buffer(zone)

gebied rondom de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 gebieden dat als doel heeft omgevings- en klimaatinvloeden op de natuur en het waterbeheer in de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 gebieden te beperken. De buffer(zone)s zijn essentieel voor het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden in Brabant.

Buitendijks

gebied aan de zee- of rivierzijde van de waterkering waarvoor geen wettelijke veiligheidsnorm is gedefinieerd.

Buitengebied

het gebied dat buiten het bestaand stedelijk gebied ligt zoals begrensd in de Verordening ruimte.

Cultuurhistorische landschappen

gebieden waar de vroegere ontginnings- en bewoningsgeschiedenis nog goed afleesbaar zijn en nu nog in hoge mate samenhang bestaat met het huidige landschap.

Cultuurhistorische waarden

cultureel erfgoed, structuren en landschappelijke elementen met betrekking tot bouwkundig erfgoed, historische groenwaarden, historisch-geografisch erfgoed en het archeologisch erfgoed waaraan de vroegere ontginnings- en bewoningsgeschiedenis van een gebied nog goed afleesbaar zijn.

Cultuurlandschap

een landschap waarop de mens zijn stempel heeft gedrukt door het in gebruik te nemen als agrarisch, industrieel, of stedelijk productie- en woongebied.

Dagrecreatie

het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eigen woning zonder dat daar ter plaatse een overnachting mee gepaard gaat.

Detailhandel

bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Duurzame locatie intensieve veehouderij

een bestaand agrarisch bouwblok in verwevingsgebied met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieu-oogpunt (ammoniak, geur en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het te laten groeien tot een bouwblok van maximaal 2,5 hectaren voor een intensieve veehouderij. In een landbouwontwikkelingsgebied zijn in beginsel alle locaties duurzaam.

Duurzame ontwikkeling

evenwichtige en toekomstbestendige groei van de drie kapitalen 'Economie', 'Ecologie' en het 'Sociaal-Culturele domein'. Daarbij wordt afwenteling in de tijd (naar andere generaties) en ruimte (naar andere gebieden) voorkomen en wordt rekening gehouden met veranderingen in de wereld om ons heen, zoals klimaatverandering.'

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Doel is een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan.

Ecologische verbindingszone (EVZ)

een verbinding tussen bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden van de Ecologische hoofdstructuur. Doel is geïsoleerde leefgemeenschappen van dieren en planten met elkaar te verbinden waardoor soorten beter kunnen voortbestaan doordat zij binnen de grotere leefgebieden hun genen kunnen uitwisselen.

Economisch cluster

regionaal cluster van bedrijven, onderwijs- en/of onderzoeksinstellingen binnen een toepassingsgebied of sector die elkaar zo versterken dat ze een bron vormen voor extra regionale economische groei. De versterking kan bijvoorbeeld ontstaan door ketensamenwerking of gezamenlijke innovatieprojecten.

Eurodelta

werktitel voor een samenwerking tussen Nederland, België en Duitsland om de economische positie van deze landen te versterken. Tot de Eurodelta worden voorlopig de Randstad en de “corridorprovincies” naar het oosten en het zuiden, Vlaanderen inclusief Brussel en Luik en de deelstaat Noordrijn-Westfalen gerekend. Hierbinnen liggen de stedelijke clusters Randstad/Deltametropool Brabantstad, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied.

Externe veiligheid

begrip dat de kans beschrijft dat personen komen te overlijden:

  • 1. in de omgeving van een locatie waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, toegepast, geproduceerd of getransporteerd ten gevolge van een ongeval met die gevaarlijke stoffen;
  • 2. in de omgeving van een locatie waar vliegbewegingen plaatsvinden (bv luchthaven) ten gevolge van die vliegbewegingen.
Gebieds Meerjaren Programma (GMjP)

programma dat voor zeven jaar de ambities en beschikbare middelen weergeeft voor het platteland voor een afzonderlijk reconstructiegebied, voor de Brabantse Delta of voor de Wijde Biesbosch, zoals vastgelegd in de reconstructie- en gebiedsplannen.

Gebiedsgerichte Aanpak (GGA)

integrale aanpak van onderwerpen op verschillende beleidsterreinen (bijv. mobiliteit) op regionaal schaalniveau door provincies en gemeenten in samenwerking met andere partners.

Gebiedspaspoort

beschrijving van de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en van de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan.

Gebiedsplan

een plan voor een gedeelte van West-Brabant, waarvan de inhoud vergelijkbaar is met die van een reconstructieplan. Gebiedsplannen hebben geen wettelijke status. Provinciale Staten hebben in het kader van de revitalisering van het landelijk gebied in 2005 een gebiedsplan vastgesteld voor de Brabantse Delta en voor de Wijde Biesbosch.

Gedeputeerde Staten (GS)

het dagelijks bestuur van een provincie. Het bestaat uit de Commissaris van de Koningin, de gedeputeerden en de (provincie-)secretaris.

Geledingszone

groen gebied tussen steden en (suburbane) kernen met als doel het contrast tussen stad en land te behouden en verder te ontwikkelen. Ze hebben soms een natuur-, water- en recreatiefunctie, maar kunnen ook bestaan uit een aantrekkelijk gebied waar landbouw een belangrijke drager is van het landschap.

Gemengd landelijk gebied

gebied waarbinnen verschillende functies in evenwicht met elkaar en de omgeving worden ontwikkeld. Agrarische functie's worden in samenhang met andere functies in de omgeving uitgeoefend.

Geomorfologie

(wetenschap die) de vormen van het landschap en de processen die daarbij een rol spelen of hebben gespeeld (bestudeert).

GGA-regio

regio waarbinnen de Brabantse gemeenten volgens de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) samenwerken binnen het werkveld Mobiliteit en Infrastructuur. Noord-Brabant is opgedeeld in vijf GGA-regio's, exclusief het SRE-gebied.

Glastuinbouw

agrarische bedrijvigheid, waarin de productie geheel of in overwegende mate plaatsvindt in kassen.

Goederenknoop(punt)

locaties die minimaal via twee vervoerswijzen bereikbaar zijn (via weg, spoor, water en/of buisleiding), of die multimodaal kunnen worden ontsloten, en die geschikt zijn voor bedrijven gericht op de overslag van goederen.

Goederenruit

beoogd netwerk van goederenspoorlijnen buiten specifiek bestemd voor goederenvervoer langs en door Brabant tussen de economische stedelijke regio's Rotterdam, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied. Het doel is doorgaand goederenvervoer en vervoer van gevaarlijke stoffen buiten de steden om te leiden. Het netwerk bestaat uit de Betuweroute, de RoBel-lijn (Rotterdam-België), de gemoderniseerde IJzeren Rijn (2009 nog onder besluitvorming) en een Zuidtak-Betuweroute, inclusief zuidaansluiting Chemelot en oostelijke aftakking Venlo.

Groen om de stad

beleid, gericht op het realiseren van ”groene gebieden” rond de verstedelijkingsgebieden. In deze gebieden wordt gestreefd naar een samenhangende combinatie van groene functies zoals natuur , water(-beheer), landbouw en recreatief medegebruik vanuit de stad.

Groenblauwe diensten

het op vrijwillige basis leveren van bovenwettelijke prestaties door agrariërs, gericht op realisatie van maatschappelijke wensen op het terrein van natuur, landschap, waterbeheer, cultuurhistorie en recreatief medegebruik, waarvoor de overheid een kostendekkende vergoeding verstrekt.

Groenblauwe mantel

gemengd agrarisch gebied, grenzend aan het kerngebied natuur en water, met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap draagt bij aan de bescherming van de waarden in het kerngebied.

Groenblauwe structuur

de samenhangende gebieden, voornamelijk bestaande uit bos- en natuurgebieden, beken en andere waterlopen, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. Ook sommige (agrarische) gebieden die van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties kunnen hier deel vanuit maken.

Grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

agrarische bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

Grootschalige voorziening

voorziening met veelal een groot ruimtebeslag, die frequent grote aantallen bezoekers trekt met de daarbij behorende verkeersbewegingen. De exacte normen van grootschaligheid zijn verschillend per type voorziening en branche en bovendien tijdgebonden.

Habitatrichtlijn (92/43/EEG)

Europese richtlijn die ten doel heeft de biodiversiteit in de Europese Unie te waarborgen. Hij bevat lijsten van plant- en diersoorten en natuurlijke leefgemeenschappen die extra bescherming verdienen (exclusief vogels, omdat daarvoor al eerder de Vogelrichtlijn is ingesteld).

Herbestemmen

het (deels) opnieuw bestemmen van (leegstaande) bebouwing of gebieden voor andere functies of ander gebruik dan de huidige functie of het huidige gebruik.

Hergebruik

het opnieuw in gebruik nemen van bestaande (leegstaande) bebouwing of gebieden.

Herstructurering

de activiteiten waarbij men de structuur van een gebied zodanig herontwikkelt en herinricht, dat het gebied weer geschikt is voor toekomstig gebruik.

Hogesnelheidslijn (HSL)

innovatief, hoogwaardig openbaar vervoersysteem van treinen met een topsnelheid van 300 kilometer per uur. Voorbeeld is de lijn van Amsterdam via Rotterdam, Antwerpen en Brussel naar Parijs.

Hoofdwegennet

zoveel mogelijk gesloten netwerk van auto(snel)wegen.

Hoogstedelijke zone

zone, gelegen binnen het stedelijk gebied van de gemeenten binnen BrabantStad, langs infrastructuurassen (weg, spoor en/of water).

Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)

openbaar vervoer dat plaatsen in Brabant verbindt met het landelijke spoornet door middel van comfortabele, herkenbare bussen die rijden via een snelle route met goed toegeruste haltes volgens een betrouwbare, hoogfrequente dienstregeling. Het concept draagt bij aan de duurzame bereikbaarheid van Brabant.

HOV-as

openbaar-vervoerlijn die belangrijke knooppunten verbindt, gebruik maakt van hoogwaardige voertuigen, infrastructuur en voorzieningen en een gemiddelde snelheid heeft van tenminste 30 km per uur in stedelijk gebied en daarbuiten hoger. De hoge gemiddelde snelheid is mogelijk door een volledig vrije baan, prioriteit bij kruisingen met overig verkeer, grote halteafstanden en een korte haltetijd. Voorbeelden zijn een sneltram/light-rail en geleide bus zoals de Phileas.

Inbreiding

het bouwen binnen bestaand stedelijk gebied.

Infrastructuur

de samenhangende netwerken van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen.

Inpassingsplan

bestemmingsplan waarmee de provincie of het Rijk de bestemming van een bepaald gebied juridisch vastlegt. De provincie (of het Rijk) kan alleen een inpassingsplan vaststellen als er sprake is van een provinciaal (of rijks-)belang.

Instructieregel

regels in de provinciale ruimtelijke verordening die grenzen stellen aan de besluitvormingsmogelijkheden van gemeenten bij bestemmingsplannen.

Integrale zonering

zonering van de intensieve veehouderijen, zoals vastgelegd in de reconstructieplannen (2005, 2007).

Intensieve veehouderij

een agrarisch bedrijf met een bedrijfvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen

Interimstructuurvisie 2008

plan van de provincie waarin de provinciale ruimtelijke belangen, doelen en instrumenten die de provincie inzet, zijn weergegeven.

Interprovinciaal overleg (IPO)

samenwerkingsverband van de twaalf Nederlandse provincies.

Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG)

budget van het Ministerie van LNV ten behoeve van de ontwikkeling van een Vitaal Platteland door gebiedsgerichte en integrale aanpak van natuur, landbouw, milieukwaliteit, recreatieve ontwikkelingen, landschap en waterhuishouding.

Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV)

brede doeluitkering uit het grote stedenbeleid (GSB). Doel is door een integrale aanpak de achterstanden in sommige buurten en wijken in de steden mee te helpen oplossen, de leefbaarheid te verbeteren en de aantrekkelijkheid van de steden te vergroten.

Joint Venture Aviolanda

samenwerkingsverband-in-oprichting tussen Stork Fokker, gemeente Woensdrecht en provincie Noord-Brabant ten behoeve van de ontwikkeling van Aviolanda.

Kaderrichtlijn Water (KRW) (2000/60/EG)

door de EU in 2000 vastgestelde richtlijn ter bescherming van alle wateren en het bevorderen van het duurzaam gebruik van water en grondwater.

Kas

een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dat dient voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. Schuurkassen en permanente tunnel- of boogkassen (>1,5 meter) worden beschouwd als een kas.

Kernen in het landelijk gebied

steden, dorpen en kernen buiten het stedelijk concentratiegebied.

Kerngebied groenblauw

natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur, inclusief de (robuuste) ecologische verbindingszones en belangrijke waterstructuren in Brabant met de hoofdfunctie behoud en ontwikkeling van het natuur- en watersysteem.

Kernrandzone

een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en/of afnemende agrarische functie.

Knooppunt

plekken die goed bereikbaar zijn en ontsloten zijn door meerdere vervoerswijzen (multimodaal), via de weg, spoor en/of water buisleiding of lucht (zie goederenknoop en stedelijk knooppunt).

Landbouwontwikkelingsgebied (LOG)

een ruimtelijk begrensd gedeelte van het reconstructiegebied met het primaat landbouw, dat geheel of gedeeltelijk voorziet, of in het kader van de reconstructie zal voorzien in de mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij.

Landelijk gebied

het landelijke gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur waar ruimte is voor een breed georiënteerde plattelandseconomie en ruimte voor schaalvergroting en intensivering van de land- en tuinbouw.

Landschap

de aardoppervlakte zoals wij haar kunnen waarnemen, en die bepaald is door de invloed van de niet-levende en de levende natuur en het menselijk handelen.

Leisure

grootschalige bezoekersintensieve voorziening met een bovenlokaal verzorgingsgebied op het gebied van entertainment, sport, recreatie, e.d.

Logistiek

het geheel van handelingen dat nodig is om een organisatie (vaak een bedrijf) zo goed mogelijk uit te rusten en te bevoorraden. Onderdeel daarvan is de planning, besturing en uitvoering van goederenstromen.

Maintenance Valley

project uit de rijksnota Pieken in de Delta dat zich richt op het creëren van randvoorwaarden voor een duurzame versterking en innovatie van de onderhoudsindustrie in Zuid-West Nederland en dat binnen Noord-Brabant bestaat uit twee deelprojecten:

  • Duurzame gebiedsontwikkeling Aviolanda Woensdrecht;
  • World Class Maintenance, gericht op bedrijfsontwikkeling in Zuid(west) Nederland en versterking van de onderwijssector (Aviation Academy).
Milieu Effect Rapport (m.e.r.)

rapport dat de gevolgen voor het milieu beschrijft van een voorgenomen m.e.r.-plichtige activiteit. De wet Milieubeheer regelt voor welke activiteiten een MER verplicht is.

Milieueffectrapportage (MER)

procedure om te komen tot een Milieu Effect Rapport.

MIRT-gebiedsagenda

rapport waarin de visie, ambities, ruimtelijke opgaven en potentiële projecten van rijk en/of regio op het gebied van verstedelijking, mobiliteit, duurzaamheid, water, natuur en landschap in samenhang met elkaar worden bezien en waarin de ruimtelijke investeringen van rijk en regio goed op elkaar worden afgestemd.

Mobiliteit

alle verplaatsingen van zowel mensen als goederen die het mogelijk maken om economische en maatschappelijke activiteiten te verrichten.

Modal shift

het veranderen van vervoerswijze van een deel van het (goederen)vervoer over de weg naar andere vormen van vervoer, met name via spoor, water en buisleidingen.

Moderne landschap

de karakteristieke ontwikkeling van stad en land in de tweede helft van de vorige eeuw, die steeds losser staat van de natuurlijke basis en het aanwezige cultuurlandschap. Voorbeelden zijn infrastructuur, glastuinbouwlocaties, vinexlocaties, regionale bedrijventerreinen etc..

Monitoring

instrument dat inzicht geeft of (ruimtelijke) ontwikkelingen sporen met de doelen van het (provinciale ruimtelijke) beleid. Het dient om het beleid te (kunnen) evalueren en periodiek te herzien.

Multimodaal

via meerdere vervoerswijzen, zoals auto, trein/bus, fiets of schip, bereikbaar of ontsloten (locaties of knooppunten).

Nationaal Landschap

gebied met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten.

Natte natuur

waterafhankelijk deel van de ecologische hoofdstructuur, bestaande uit natuurgebieden (met droge en natte delen) die in hun geheel sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving. Voorheen ook wel natte natuurparels genoemd.

Natte natuurparel

de natte natuur

Natura 2000-gebied

gebied dat is aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld of aangewezen onder de Habitatrichtlijn en waarbinnen soorten en/of habitattypen voorkomen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk. In Brabant liggen 21 van de 162 Natura 2000-gebieden in Nederland.

Natuurlijke basis

de abiotische ondergrond. Deze bestaat uit het bodem – en watersysteem inclusief de reliëfvormen (geomorfologie).

Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

agrarische bedrijfsvoering die geheel of in overwegend mate in gebouwen plaatsvindt.

Nieuw landgoed

Een functionele eenheid, bestaande uit bos of natuur al dan niet met agrarische gronden met een productiedoelstelling. Vormen van bos- en landbouw kunnen deel uitmaken van de bedrijfsvoering. Het geheel omvat minimaal tien hectaren grond en is overwegend openbaar toegankelijk. Op het landgoed staan één of meer wooncomplexen met een tuin van allure en uitstraling. Als ruimtelijk kenmerk geldt dat er een raamwerk van wegen, waterlopen, lanen en singels is waarbinnen de verschillende ruimtegebruiksvormen zijn gerangschikt. Het geheel is een ecologische, economische en esthetische eenheid waarvan de invulling is geïnspireerd door het omringende landschap, de cultuurhistorie en de bodemgesteldheid.

Nieuwvestiging

de projectie van een bouwblok op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een bouwblok respectievelijk de projectie van een bestemmingsvlak voor een functie die volgens het ter plaatse vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan.

Ontginningslandschap

het rijke palet aan agrarische cultuurlandschappen, ontstaan vanaf de vroegste ontginning op basis van de variatie aan natuurlijke omstandigheden in Brabant, inclusief de weerslag van de militaire, industriële en kerkelijke geschiedenis van Brabant.

Peelrandbreuk

geologische breuklijn die zijn naam dankt aan de Peel. Hij volgt grofweg de lijn Roermond- Meijel - Liessel - Deurne- Bakel - Gemert - Uden-Heesch en scheidt de relatief omhoog bewegende Peelhorst van de relatief omlaag bewegende Roerdalslenk. De Peelrandbreuk is met name bij Uden, bij Liessel en Neerkant en bij Meijel nog aan de oppervlakte zichtbaar.

Plan-m.e.r.

verplichte milieueffectbeoordeling bij wettelijk verplicht vast te stellen plannen. De wet Milieubeheer bepaald wanneer er een plicht bestaat een plan- m.e.r. op te stellen. Zie ook milieu effect rapportage (m.e.r.) en Milieu Effect Rapport (MER).

Planologische kernbeslissing (PKB)

tot de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening een plan van de Nederlandse Rijksoverheid voor de inrichting van een deel van Nederland.

Primair agrarisch gebied

gebied waar ruimte is en blijft voor een sterke agrarische productiestructuur. In deze gebieden worden (stedelijke) functies die beperkingen geven voor de gewenste agrarische ontwikkeling geweerd.

Primaire waterkeringen

dijken, duinen en technische kunstwerken die bescherming bieden tegen de zee, grote rivieren en grote meren (het buitenwater). In de Wet op de waterkering (1996) zijn de normen vastgelegd waaraan primaire waterkeringen moeten voldoen.

Programma Landelijk Gebied (PLG)

programma waarmee de provincie Noord-Brabant de herinrichting van het platteland monitort en regisseert. De uitvoering van het programma ligt bij overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren.

Provinciaal Meerjarenprogramma Landelijk Gebied (PMjP)

programma dat voor zeven jaar de ambities en beschikbare middelen weergeeft voor het landelijk gebied van Noord-Brabant, zoals vastgelegd in de reconstructie- en gebiedsplannen.

Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2006 (PVVP)

beleidskadervoor het verkeer en vervoer (infrastructuur en mobiliteit) in Brabant, waarin de bereikbaarheid voor de mobilist centraal staat binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid.

Provinciaal waterplan (2009)

strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer voor de korte en lange termijn. Het Provinciaal Waterplan heeft de status van ruimtelijke structuurvisie op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening voor het aspect water.

Provinciale gebiedsontwikkelingen

gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben en waar de provincie samen met betrokken partijen tot integrale oplossingen wil komen.

Provinciale landschappen

gebieden waar de provincie via een gebiedsgerichte aanpak - samen met de streek - de versterking van de kenmerkende landschapwaarden en de eigen identiteit wil stimuleren. In Noord-Brabant zijn er drie provinciale landschappen benoemd: het Groene Woud (tevens Nationaal Landschap), de Brabantse Wal en de Maashorst.

Provinciale Staten

algemeen bestuur van een provincie. De leden van Provinciale Staten worden iedere vier jaar rechtstreeks door de stemgerechtigde inwoners van de provincie gekozen.

Reconstructieplan

plan als bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden. Een reconstructieplan bevat in ieder geval een beschrijving van maatregelen en voorzieningen:

  • ter verbetering van de ruimtelijke structuur ten behoeve van de landbouw, mede om veterinaire risico's voortvloeiend uit een hoge veedichtheid te verminderen;
  • ter verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap;
  • ter verbetering van de kwaliteit van milieu en water.
Recreatieve poort

toegang tot een natuur- en bosgebied met ruime parkeermogelijkheden, een horecavoorziening en informatie over het gebied.

Regeling kwaliteitsverbetering van het landschap

een rood-met-groen regel van de provincie waarbij ontwikkelingen door middel van een fysieke prestatie bijdragen aan de versterking van het landschap.

Regionaal ruimtelijk overleg

overleg tussen gemeenten, waterschappen en provincie gericht op het opstellen van een regionale ontwikkelagenda en het maken van afspraken over de ruimtelijke ontwikkeling van een regio.

Regionaal waterbergingsgebied

gebied waar, in tijden van overvloedige neerslag, water dat niet afkomstig is uit de grote rivieren, tijdelijk vastgehouden kan worden.

Regionaal wegennet/regionale verbinding

een zoveel mogelijk gesloten netwerk van de provinciale wegen (in beheer en onderhoud van provincie) en een aantal stedelijke wegen in beheer en onderhoud van gemeenten.

Regionale as

infrastructuurverbinding die hoofdzakelijk een regionale functie vervult voor verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen). Het betreft hier zowel rijkswegen als provinciale wegen.

Regionale waterkeringen

dijken en kades die bescherming bieden tegen binnenwateren. In Noord-Brabant liggen de regionale keringen langs regionale wateren, als compartimenteringsdijken achter primaire waterkeringen en langs boezemwateren en kanalen.

Revitalisering

proces met als doel verschillende problemen op het gebied van de veterinaire kwetsbaarheid, natuur, landschap, milieu en ruimtelijke kwaliteit integraal aan te pakken. Hierbij gaat het in Noord-Brabant om in totaal 9 gebieden (7 reconstructiegebieden en de 2 revitaliseringsgebieden Wijde Biesbosch en Brabantse Delta).

Revitaliseringscommissie

Reconstructiecommissie of Gebiedscommissie. Deze commissies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de reconstructie- en gebiedsplannen.

Revitaliseringsplannen

de reconstructie- en gebiedsplannen samen.

Rijksbufferzone

groene ruimte binnen stedelijke netwerken die door de rijksoverheid wordt aangewezen om het groene karakter duurzaam in stand te houden en de (dag)recreatieve functie te verbeteren.

Rijkswaterstaat

een uitvoerend agentschap van het ministerie van Verkeer & Waterstaat dat zich bezighoudt met de praktische uitvoering van de water- en wegenaanleg en het onderhoud daaraan.

Robuuste verbinding

robuuste aaneengesloten lijnvormige natuur die twee natuurkernen verbindt.

Ruimte voor de Rivier

Planologische Kernbeslissing die het Rijk in 2006 heeft vastgesteld om Nederland veilig, leefbaar én aantrekkelijk te houden.

Ruimte voor Ruimte

regeling waarin de Provincie met private partijen (investeerders) de sloop van stallen in het buitengebied financiert met de opbrengst van de verkoop van woningbouwlocaties. Voor de uitvoering van deze regeling is de ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte opgericht.

SER-ladder

denkmodel ter bevordering van zorgvuldig ruimtegebruik waarbij in drie stappen de ruimtelijke mogelijkheden worden afgewogen: (1) de beschikbare ruimte optimaal gebruiken of door herstructurering beschikbaar maken; (2) door meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit verhogen; (3) het ruimtegebruik uitbreiden.

Stedelijk concentratiegebied

gebied waar de bundeling van verstedelijking plaatsvindt.

Stedelijk knooppunt

locaties die voor personenvervoer goed bereikbaar zijn voor zowel auto, fiets als hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en daardoor potenties hebben voor (bezoekers)intensieve stedelijke ontwikkelingen.

Stedelijke Structuur

stedelijk concentratiegebied en de kernen in het landelijk gebied inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking.

Streekplan 2002

Kadernota, vastgesteld door Provinciale Staten, met het ruimtelijke beleid van Provincie Noord-Brabant, geldig tot de inwerkingtreding van de Interimstructuurvisie Noord-Brabant per 1 juli 2008.

Stuurgroep LIB

samenwerkingsverband van de Provincie Noord-Brabant en de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) met als doel gezamenlijk te werken aan een duurzame en vitale land- en tuinbouw die bijdraagt aan de kwaliteit van het platteland.

Tangent

Een wegverbinding in stedelijke gebied die is bedoeld om verkeer snel en efficiënt te laten doorstromen en die tevens een belangrijke ontsluitingsfunctie heeft.

Teeltondersteunende voorzieningen

Voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven:

  • verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
  • verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;
  • bereiken van positieve effecten op milieu en water(bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water).

Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn aardbeiteelttafels, afdekfolies, anti-worteldoek, boomteelthekken, regenkappen, wandeltunnels, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten.

Tuinbouw

het op commerciële basis op intensieve wijze telen van groenten, tuin- en kasvruchten, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden.

Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij (TOM)

samenwerkingsverband tussen ZLTO en de Provincie Noord-Brabant gericht op een duurzame ontwikkeling en concentratie van de glastuinbouw in Noord-Brabant.

Uitbreiding

vergroting van een bestaand bouwblok of bestemmingsvlak.

Uitwerkingsplan

Uitwerking van het Streekplan 2002 voor afzonderlijke regio's van Brabant waarin de verstedelijking tot 2020 is afgewogen.

Vaarweg

een bevaarbare waterweg met een functie voor het beroepsgoederenvervoer of voor recreatievaart. Het zijn meestal rivieren en kanalen. In Brabant gaat het met name om de Maas, de Zuid-Willemsvaart, Wilhelminakanaal, Beatrixkanaal en Mark-Vlietkanaal.

Verblijfsrecreatie

het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen.

Verbrede landbouw

het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwblok, die ruimtelijk inpasbaar zijn en verbonden zijn aan de bestaande en te behouden agrarische bedrijfsvoering.

Verdroging

alle nadelige effecten op natuurwaarden als gevolg van een grond- en/of oppervlaktewaterstand die, door menselijk ingrijpen, structureel lager is dan gewenst, of als gevolg van de aanvoer van gebiedsvreemd water om de lagere waterstanden te bestrijden.

Verkenning Antwerpen-Rotterdam (VAR)

verkenning die moet leiden tot een plan waar en hoeveel bedrijventerreinen, wegen, woonwijken en natuur er in 2040 nodig zijn in het gebied tussen Antwerpen en Rotterdam. Betrokken zijn de ministeries van VenW, VROM, LNV en EZ, de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland en de drie stadsregio's Rotterdam, Drechtsteden en West Brabantse Vergadering. De verkenning is onderdeel van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Aanleiding is het kabinetsbesluit in maart 2008 om geen bedrijventerrein in de Hoeksche Waard aan te leggen.

Verordening ruimte

regels, vastgesteld door Provinciale Staten, waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen.

Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV):

provinciale subsidieregeling die beoogt de verplaatsing van intensieve veehouderijen in extensiveringsgebied natuur (gelegen bij natuurgebieden) naar Landbouwontwikkelingsgebieden te stimuleren.

Vlaamse Ruit

stedelijk kerngebied in Vlaanderen rond de grootstedelijke gebieden van Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven.

Vollegrondstuinbouw

teelt van tuinbouwgewassen in de openlucht. Voorbeelden zijn groenten, snijbloemen, boomteelt, fruitteelt of bloembollenteelt.

Voorziening

publieks- en/of consumentenverzorgende functie zoals detailhandel, horeca, leisurevoorzieningen, onderwijs-, sport- en sociaal-culturele voorzieningen, zorgvoorzieningen en specifieke recreatievoorzieningen, kantoren met een baliefunctie en dergelijke, gekoppeld aan stad of dorp.

Waterbeheer

de uitvoering van wettelijke taken betreffende de waterhuishouding - met name het beheer van de waterkwantiteit en de waterkwaliteit - in een bepaald gebied.

Waterberging

het tijdelijk bergen van water in daarvoor aangewezen gebieden, ter voorkoming van wateroverlast elders.

Waterkering

natuurlijke of kunstmatige verhoging in het landschap om het achterliggende gebied te beschermen tegen overstroming. Zie ook 'Primaire waterkeringen' en 'Regionale waterkeringen'.

Waterschapsbond

samenwerkingsverband van de vier Brabantse waterschappen (waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta, De Dommel en Rivierenland). Voluit is de naam Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB).

Watersysteem

geografisch afgebakend, samenhangend en functioneel geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en technische infrastructuur, met inbegrip van de daarin voorkomende levensgemeenschappen en alle bijbehorende fysische, chemische en biologische kenmerken en processen.

Watertoets

wettelijk vastgelegde overlegverplichting met de waterbeheerder met als doel vroegtijdig te waarborgen dat alle waterhuishoudkundige aspecten een afweging krijgen bij ruimtelijke plannen en besluiten.

Wegennet

zoveel mogelijk gesloten netwerk dat bestaat uit het hoofdwegennet (auto(snel)wegen) en het regionaal verbindend net.

Wet op de Ruimtelijke Ordening

wetgeving voor de ruimtelijke ordening, die per 1 juli 2008 is komen te vervallen.

Wet ruimtelijke ordening

wetgeving voor de ruimtelijke ordening, die per 1 juli 2008 van kracht is.

Wijst

verschijnsel bij sommige geologische breuken, waaronder de Peelrandbreuk. Daarbij stagneert de grondwaterstroom vanaf de hoge horstgronden door een ondoorlatende leemlaag in de breuk. Het komt aan de breukrand aan de oppervlakte als sterk ijzerhoudende rode kwel. Als gevolg daarvan zijn de hooggelegen horstgronden veel vochtiger dan de laaggelegen slenkgronden. In Brabant liggen wijstgronden verspreid langs de Peelrandbreuk onder andere bij Uden.

Winterbed/zomerbed

het zomerbed is de oppervlakte die bij gewoon hoogwater in de zomer door de rivier wordt ingenomen. Het winterbed is de oppervlakte tussen het zomerbed van een rivier en de buitenkruinlijn van de hoogwaterkerende dijk (bedijkte rivier), dan wel de hoge gronden die het water bij hoge waterstanden keren (onbedijkte rivier).

Zuidoostvleugel (Brabant(Stad)

regio Eindhoven-Helmond.