direct naar inhoud van Toelichting
vastgesteld

Toelichting

Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg)

Hoofdstuk 1 Het gemeentelijk plan

1.1 Beschrijving van het plan

Het bestemmingsplan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg) is een herziening van het geldende bestemmingsplan voor de aanleg van een ontsluitingsweg voor het woonzorgcentrum Amarant-Mariahof. Amarant wordt voorzien van een tweede ontsluitingsweg. Als gevolg van de verbreding van de Bredaseweg zijn het aantal kruispunten geminimaliseerd en daarnaast diende tevens het aantal ongeregelde linksafbewegingen zoveel mogelijk voorkomen worden. Daarmee is de noodzaak ontstaan voor een tweede ontsluitingsweg van Amarant, om het vrachtverkeer en het personen/patiëntenverkeer te scheiden en daarmee te zorgen voor een veilige en goede doorstroming van het verkeer.

1.2 Afwijking van geldende Verordening ruimte

De ontsluitingsweg valt gedeeltelijk op gronden die in de Verordening ruimte zijn opgenomen als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur (ehs).

De regels van de verordening hebben hier als uitgangspunt de ontwikkeling en bescherming van natuur. In het ontwerpplan is daarom in een wijziging in de ecologische hoofdstructuur voorzien ten opzichte van de structuur zoals op dat moment opgenomen in de Verordening ruimte.
Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de Verordening ruimte bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen. Meer informatie hierover is opgenomen in Hoofdstuk 3 Verordening ruimte.

Hoofdstuk 2 Herbegrenzing voor het plan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg)

2.1 Procedure

Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van de structuur 'ecologische hoofdstructuur' in de Verordening ruimte voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen van 1 december 2015 tot en met 11 januari 2016. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de Verordening ruimte.

Er is één reactie ingezonden tegen deze wijziging van de begrenzingen in de Verordening ruimte.

2.2 Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing

Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de Verordening ruimte ten behoeve van het gemeentelijk plan.

In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg) en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt zorgvuldig onderbouwd dat aan de regels behorend bij een verzoek om wijziging van de ecologische hoofdstructuur op verzoek voor kleinschalige ingrepen wordt voldaan. Planologisch is dit op een juiste wijze door vertaald in het ontwerp van het gemeentelijk plan dat daarmee voldoet aan de daaraan gestelde regels in de Verordening ruimte.
In de volgende paragrafen gaan wij hier verder op in.

2.3 Overwegingen t.a.v. vereisten voor wijziging

Wij hebben de activiteiten in onderlinge samenhang beoordeeld en geconstateerd dat de kwaliteit en kwantiteit van de ecologische hoofdstructuur in het gebied per saldo verbetert. Wij zijn van mening dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ontwikkelingen zoals voorzien in het bestemmingsplan wenselijk zijn en herbegrenzing van de ehs ter plaatse rechtvaardigen.
De in het bestemmingsplan opgenomen natuurcompensatie achten wij aanvaardbaar. De bestaande ehs die in het plangebied verloren gaat, wordt door de geplande herinrichting volledig gecompenseerd ter versterking van de bestaande ehs.


Afweging van alternatieven
Uit de toelichting bij het bestemmingsplan (paragraaf 5.8.3 ) en het compensatieplan blijkt dat het plangebied grotendeels in de ehs is gelegen, bestaande uit droog bos met productie. Het is niet mogelijk om een alternatieve ontsluitingsweg te realiseren buiten de ehs om.

Als gevolg van het plan gaat 560 m2 ehs verdwijnen. Het gaat om een onverhard pad met bermvegetatie en enkele bomen. Er gaat daarbij geen bijzondere vegetatie of verblijfplaatsen van strenger beschermde soorten verloren. Het effect van de ontwikkeling betreft een beperkt versnipperend effect in het groene gebied aan de zuidwestzijde van Tilburg.

In het plan is voldoende gemotiveerd waarom de afweging resulteert in een kleinschalige ingreep in de ehs.

Natuurcompensatie
De noodzakelijke compensatie zal daarom niet gericht worden op herplant van bos, maar op het ontwikkelen en inrichten van een ecologische verbindingszone in de omgeving van de ingreep. De compensatie zal worden gerealiseerd in de ecologische verbindingszone Groote Leij, ten oosten van de Langenbergseweg (het gedeelte tussen afrit 12 van de A58 en de Hultenseweg). Hier is 2.972 m2 beschikbaar voor natuurcompensatie. Deze zone heeft nu reeds geheel de bestemming 'water' en de exacte zone en inrichting wordt nader uitgewerkt. Hiervoor zijn afspraken vastgelegd tussen gemeente Tilburg en Waterschap Brabantse Delta in het kader van gebiedsontwikkeling Wijkevoort. Op grond van de omgevingsvisie Tilburg 2040 zal deze ontwikkeling binnen 10 jaar worden gerealiseerd. Hiermee is de duurzame instandhouding van de natuurcompensatie voldoende geborgd.

2.3.1 Natuurcompensatie ter realisering van reeds aangewezen ehs of ecologische verbindingszone

De gemeente Tilburg kiest ervoor om de compensatieopgave die voorkomt uit het project ontsluitingsweg Amarant-Mariahof te realiseren ten oosten van de Langenbergseweg. De gronden hier zijn aangewezen als ecologische verbindingszone, maar er moet nog daadwerkelijk natuur worden gerealiseerd. De ontwikkeling van de natuur op deze gronden komt nu tot stand door een deel van de natuurcompensatie voor het bestemmingsplan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg) op deze percelen uit te voeren.

2.4 Overwegingen t.a.v. ingekomen reacties

Er is een zienswijze ingediend die betrekking heeft op het voorgenomen verzoek tot aanpassing van de ehs in de Verordening ruimte.

Wij beschouwen de zienswijzen van

  • De heer A. van der Leun

als mede gericht tegen de herbegrenzing van de ehs als gevolg van de in het bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsweg.

Samenvatting zienswijzen
Het bestemmingsplan leidt tot onnodige aantasting van de ehs, die niet voldoende wordt gecompenseerd. De aantasting van de ehs is in strijd met de Vr omdat nut en noodzaak ontbreken. De Oude Rielsebaan moet juist gevrijwaard blijven van gemotoriseerd verkeer, om sluipverkeer te mijden. De aanleg deze ontsluitingsweg tast het karakter van het stadsbos aan, terwijl het bos bedoeld is voor wandelaars en fietsers. Het verlies aan natuurwaarden als gevolg van externe effecten en de natuurcompensatie daarvan zijn niet inzichtelijk gemaakt.

Overwegingen
De gemeente heeft bij de aanvraag om herbegrenzing de ''Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg)" meegestuurd. Wij constateren dat in deze nota van zienswijzen de tegen het bestemmingsplan ingebrachte zienswijzen, die betrekking hebben op de herbegrenzing ehs uitvoerig en zorgvuldig zijn beantwoord.

Aanvullend hierop merken wij op dat het gaat om een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het betreffende gebied en de noodzaak hiertoe ons inziens voldoende aannemelijk is gemaakt.

Verder constateren wij dat het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de noodzakelijke natuurcompensatie. In het bestemmingsplan en bijlagen wordt duidelijk aangegeven welke natuurwaarden verloren gaan als gevolg van de nieuwe wegen en bijbehorende voorzieningen en op welke wijze deze worden gecompenseerd. De voorgestelde natuurcompensatie leidt per saldo tot versterking van de kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur als geheel.

Samengevat komen wij tot de conclusie dat de ingebrachte zienswijzen geen reden zijn om het verzoek om herbegrenzing af te wijzen.

Hoofdstuk 3 Verordening ruimte

De Verordening ruimte 2014 bestaat uit kaartmateriaal en regels die onolosmakelijk met elkaar zijn verbonden in een digitaal plan. Dit digitale plan kan in een kaartviewer in een internetbrowser bekeken en geraadpleegd worden. Een klik op de kaart maakt duidelijk welke structuren en aanduidingen met bijbehorende regels op die locatie gelden.Dit samenspel tussen kaarten en regels bepaalt welke normen een gemeente voor een bepaalde locatie moet hanteren bij het maken van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het geldende bestemmingsplan.
De kaarten maken dus deel uit van die normen en een wijziging van de kaarten betekent dat voor die locatie een andere norm gaat gelden. Bijvoorbeeld in plaats van de regels voor het gemengd landelijk gebied worden regels voor bestaand stedelijk gebied van toepassing.

3.1 Bevoegdheid aanpassing grenzen

Omdat de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan de Verordening in acht moet nemen, zou het zonder aanpassingen van de kaart van de verordening niet mogelijk zijn om het bestemmingsplan Amarant-Mariahof, Bredaseweg, 1e herziening (ontsluitingsweg) vast te stellen. Het plan zoals het er nu ligt is immers in strijd met de regels voor de ehs. Vaststelling is dus alleen mogelijk wanneer de kaart van de Verordening ruimte zodanig is aangepast, dat het plan er niet langer mee in strijd is.

Om aanvaardbare en wenselijke wijzigingen in de grenzen van de ehs in het kader van een gemeentelijk plan mogelijk te maken, bevat de verordening in artikel 5.5 een regeling waarbij wij onder voorwaarden deze grenzen kunnen wijzigen op verzoek.

In artikel 36.5 is de procedure hiervoor opgenomen. Deze strekt ertoe, dat wij kennis kunnen nemen van zienswijzen over de nieuwe ehs-grenzen, voordat wij hierover een besluit nemen. Omwille van overzichtelijkheid en ter voorkoming van vertraging in de gemeentelijke besluitvorming is bepaald dat hiervoor gelegenheid wordt geboden tegelijkertijd met de terinzagelegging van de ontwerp-bestemmingsplan.

Daarnaast is geconstateerd, dat de ecologische hoofdstructuur in de Verordening ruimte op deze locatie niet helemaal correct is: er is overlap met een bestaande weg. Op grond van artikel 36.4 van de Verordening kan een begrenzing worden aangepast indien sprake is van een kennelijke onjuistheid en/of deze niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan.
Daarom wordt nu deze overlap ook meteen gecorrigeerd door hier ook ehs te verwijderen; nu het gaat om een fout in de verordening is daarvoor geen compensatie vereist.

3.2 Natuurcompensatie

Indien de ecologische hoofdstructuur aangepast moet worden ten behoeve van een plan, dient de aantasting van de natuur te worden gecompenseerd. Dit kan op de volgende manieren, een combinatie is ook mogelijk:

  • fysiek:
    Elders wordt door een initiatiefnemer nieuwe natuur gerealiseerd en in stand gehouden. Bij de berekening van de omvang van de compensatie wordt rekening gehouden met de leeftijd en ontwikkelingstijd van de natuur die wordt aangetast. Omdat het enige tijd zal duren voor de nieuwe natuur 'volwassen' is, komt er een toeslag bovenop de oppervlakte aangetaste natuur.
  • financieel:
    Er wordt een berekening gemaakt van de kosten van compensatie en het bedrag dat hieruit volgt wordt gestort in een provinciaal Groenontwikkelfonds. Dit wordt gebruikt om gronden in de ehs aan te kopen en daar natuur te realiseren.

De voorschriften voor natuurcompensatie zijn te vinden in bijlage 1 "Relevante artikelen Verordening ruimte". In artikel 40 lid 4 Vr is een overgangsregeling opgenomen voor de wijze van compenseren. De volledige tekst van deze artikelen is opgenomen in de bijlage bij de toelichting.

3.3 Bijkomende wijzigingen

3.3.1 Wijziging van andere structuur door aanpassing ecologische hoofdstructuur

In de Verordening ruimte wordt de ruimtelijke hoofdstructuur gevormd door het bestaand stedelijk gebied, de ecologische hoofdstructuur, de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Deze structuren sluiten op elkaar aan en overlappen niet.

Dit betekent dat een wijziging in één van deze legenda-eenheden ook gevolgen heeft voor de aangrenzende structuur. Er kan niet volstaan worden met het verwijderen van de ehs, dit zou namelijk een 'witte vlek' in de kaart opleveren - er moet op die plek ook een nieuwe legendaeenheid aan worden toegekend.

De hoofdregels voor toekenning van het vlak waar de ehs is verwijderd zijn als volgt:

  • 1. het vlak grenst ergens aan de groenblauwe mantel: het vlak wordt toegevoegd aan de groenblauwe mantel;
  • 2. het vlak raakt geen groenblauwe mantel, maar wel bestaand stedelijk gebied: het vlak wordt toegevoegd aan bestaand stedelijk gebied;
  • 3. het vlak was volledig omringd door gemengd landelijk gebied: het wordt toegevoegd aan gemengd landelijk gebied.
  • 4. het vlak wordt volledig omringd door ehs: de toekenning van de aanduiding is maatwerk.

In deze 'afgeleide' wijzigingen wordt bij deze herbegrenzing ook voorzien.

3.4 Regels Verordening ruimte 2014 raadplegen

De wijziging heeft alleen betrekking op de begrenzingen van een beperkt aantal structuren en/of aanduidingen in de Verordening ruimte. Daarom dient naast dit wijzigingsbesluit ook altijd de Verordening ruimte te worden geraadpleegd:

  • voor de regels die van toepassing zijn op de gronden die bij dit besluit zijn aangeduid als groenblauwe mantel;
  • omdat er nog andere aanduidingen en dus regels op dezelfde locatie van toepassing kunnen zijn.

Bijlage(n)

Bijlage 1 Relevante artikelen Verordening ruimte

Hoofdstuk 1 Wijziging van de ecologische hoofdstructuur

Artikel 5.5 Wijziging van de begrenzing op verzoek bij kleinschalige ingrepen

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur op verzoek van de gemeente wijzigen ten behoeve van een individuele, kleinschalige ingreep.
  • 2. Een verzoek om wijziging van de begrenzing, als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een bestemmingsplan waaruit blijkt dat:
    • a. de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur in het desbetreffende gebied;
    • b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur als geheel;
    • c. de voorgestelde ingreep is onderbouwd met een afweging van alternatieven;
    • d. de voorgestelde ingreep vergezeld gaat van zodanige maatregelen dat er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing;
    • e. de uitvoering van de voorgestelde ingreep en de daarbij betrokken maatregelen en de monitoring daarvan zijn verzekerd;
    • f. wordt voldaan aan de regels inzake het compenseren van verlies van ecologische waarden en kenmerken bedoeld in artikel 5.6 (compensatieregels).
  • 3. Artikel 3.2 (kwaliteitsverbetering van het landschap) is niet van toepassing op een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid.
  • 4. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid is artikel 36.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.

Artikel 5.6 Compensatie

  • 1. De op grond van de verordening verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door:
    • a. fysieke compensatie, overeenkomstig artikel 5.7;
    • b. financiële compensatie, overeenkomstig artikel 5.8.
  • 2. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde areaal waarbij een toeslag op de omvang van het vernietigde areaal wordt berekend, zowel in oppervlak, als in budget, te onderscheiden in de volgende categorieën:
    • a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag;
    • b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak, plus de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer;
    • c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak, plus de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer;
    • d. bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk.

Artikel 5.7 Aanvullende regels voor fysieke compensatie

  • 1. De fysieke compensatie vindt plaats in:
    • a. de niet gerealiseerde delen van de ecologische hoofdstructuur;
    • b. de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.
  • 2. In afwijking van het eerste lid kan fysieke compensatie ook plaatsvinden in, aansluitend op of nabij het aangetaste gebied indien een wijziging van de begrenzing plaatsvindt met toepassing van de saldobenadering als bedoeld in artikel 5.4.
  • 3. Een verzoek als bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4 en 5.5, alsmede een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5.1, zesde lid, gaat vergezeld van een compensatieplan.
  • 4. Een compensatieplan omvat ten minste:
    • a. het netto verlies aan ecologische waarden en kenmerken dat optreedt;
    • b. de wijze waarop het netto verlies, genoemd onder a, wordt gecompenseerd;
    • c. de ruimtelijke begrenzing van het te compenseren gebied en de compensatie;
    • d. de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie;
    • e. de termijn van uitvoering;
    • f. de inhoud en realisatie van de voorgenomen mitigerende en compenserende maatregelen;
    • g. een beschrijving van het reguliere beheer en het ontwikkelingsbeheer.
  • 5. Het compensatieplan wordt opgenomen als onlosmakelijk onderdeel van het bestemmingsplan dat wordt vastgesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling die de aantasting veroorzaakt.
  • 6. De uitvoering van het compensatieplan start uiterlijk op het moment van voltooiing van de aantasting en wordt op zo kort mogelijke termijn daarna, doch uiterlijk binnen vijf jaar, afgerond.
  • 7. In afwijking van het zesde lid, wordt indien sprake is van een aantasting van bedreigde soorten of hun leefgebied, de uitvoering van het compensatieplan afgerond op het moment dat de aantasting daadwerkelijk start.
  • 8. In afwijking van het zesde lid, kan indien er sprake is van een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van het compensatieplan een termijn van maximaal tien jaar bedragen.
  • 9. De uitvoering van het compensatieplan wordt vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente waarin:
    • a. rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen zijn vastgelegd;
    • b. een financiële onderbouwing is vastgelegd waaruit blijkt dat de uitvoering van de compensatiemaatregelen is zeker gesteld en niet wordt gefinancierd uit middelen die beschikbaar zijn op grond van een subsidieregeling;
    • c. de termijn is vastgelegd waarbinnen de uitvoering van compensatie moet zijn afgerond;
    • d. een boeteclausule is opgenomen die van toepassing is bij het niet, niet tijdig of onvolledig uitvoeren van de compensatie.
  • 10. Voor het verschuldigd zijn van de boete bedoeld in het negende lid is geen ingebrekestelling nodig.
  • 11. Het boetebedrag wordt gestort in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling. Het boetebedrag is op het moment van vaststelling ten minste gelijk aan 150% van alle directe en indirecte kosten die samenhangen met de betrokken compensatie.
  • 12. Het college van burgemeester en wethouders dient jaarlijks gedurende de realisatietermijn bedoeld in het vierde lid onder e, een voortgangsrapportage over de uitvoering van de compensatie in bij Gedeputeerde Staten.
  • 13. Gedeputeerde Staten hebben het recht om in het veld controles uit te voeren ten einde te bezien of de compensatie daadwerkelijk is of wordt uitgevoerd.
Hoofdstuk 2 Wijziging in verband met actualisatie/correctie

36.4 Algemene wijzigingsbevoegdheid

  • 1. Onverlet het bepaalde in deze verordening kunnen Gedeputeerde Staten de regels van deze verordening wijzigen in het geval dat:
    • a. er sprake is van een kennelijke onvolkomenheid of onduidelijkheid in de tekst, mits dit geen beleidsinhoudelijke wijziging ten gevolge heeft;
    • b. er strijdigheid bestaat met een wet, een algemene maatregel van bestuur of anderszins een wettelijke maatregel.
  • 2. Onverlet het bepaalde in deze verordening kunnen Gedeputeerde Staten de begrenzing van de bij of krachtens deze verordening aangewezen gebieden (structuren) en aanduidingen wijzigen in het geval dat:
    • a. er sprake is van kennelijke onjuistheden in de begrenzing;
    • b. er strijdigheid bestaat met een wet, een algemene maatregel van bestuur of anderszins een wettelijke maatregel;
    • c. de begrenzing van een gebied of aanduiding niet (langer) in overeenstemming is met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, van de wet is bekendgemaakt;
    • d. dit nodig is vanwege een verzoek tot wijziging van een bepaald gebied of aanduiding op grond van deze verordening.
Hoofdstuk 3 Procedure wijziging op verzoek

Artikel 36.5 Procedure wijziging van grenzen op verzoek

  • 1. Het voornemen om een verzoek te doen als bedoeld in artikelen 4.12, 5.3, 5.4, 5.5, 6.18, 8.3, 9.3, 11.2, tweede lid, 12.2, 13.2, derde lid, 14.2, vierde lid, 18.2, derde lid, 19.2, derde lid, 20.2, derde lid, en 25.2, maakt deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan, waarbij in het ontwerp bestemmingsplan, indien van toepassing, de volgende gebiedsaanduidingen worden opgenomen:
    • a. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte toe te voegen [naam gebiedscategorie];
    • b. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte te verwijderen[naam gebiedscategorie].
  • 2. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen.
  • 3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid.
  • 4. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.