direct naar inhoud van Toelichting
vastgesteld

Toelichting

Hoofdstuk 1 Het gemeentelijk plan

1.1 Beschrijving van het plan

Het bestemmingsplan Gerststraat te Riethoven is een herziening van het geldende bestemmingsplan voor de realisatie van vier woningen als stedenbouwkundige afronding van de kern Riethoven.

1.2 Afwijking van geldende Verordening ruimte

De gronden aan de Gerstraat waar de woningen zijn geprojecteerd zijn niet opgenomen in het bestaand stedelijk gebied in de verordening. Dat betekent dat getoetst zou moeten worden aan de regels voor het buitengebied. Deze staan het toevoegen van woningen niet toe - het bestemmingsplan zou zoals dat nu luidt dus niet vastgesteld kunnen worden.

In het ontwerpplan is daarom in een wijziging van de grens van het bestaand stedelijk gebied voorzien ten opzichte van de structuur zoals op dat moment opgenomen in de Verordening ruimte.
Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de Verordening ruimte bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen. Meer informatie hierover is opgenomen in Hoofdstuk 3 Verordening ruimte.

Hoofdstuk 2 Herbegrenzing voor het plan Gerststraat te Riethoven

2.1 Procedure

Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van de structuur 'bestaand stedelijk gebied' in de Verordening ruimte voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft deels samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen van 23 september 2015 tot 22 oktober 2015 Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de Verordening ruimte.

Er zijn zienswijzen ingezonden die deels betrekking hebben op deze wijziging van de begrenzingen in de Verordening ruimte. Kopieën van de kenbaar gemaakte zienswijzen in verband met het ontwerpbestemmingsplan Gerststraat te Riethoven zijn door de gemeente Bergeijk aan ons toegezonden. Wij beschouwen deze deeks als inspraakreacties op de beoogde wijziging van de verordening en hebben deze betrokken bij onze besluitvorming tot herbegrenzing van het bestaand stedelijk gebied.

2.2 Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing

Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de Verordening ruimte ten behoeve van het gemeentelijk plan.

In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Gerststraat te Riethoven en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt onderbouwd dat aan de regels behorend bij een verzoek om wijziging van het bestaand stedelijk gebied wordt voldaan. Planologisch is dit op een juiste wijze doorvertaald in het ontwerp van het gemeentelijk plan dat daarmee voldoet aan de daaraan gestelde regels in de Verordening ruimte.
In de volgende paragrafen gaan wij hier verder op in.

2.3 Overwegingen t.a.v. vereisten voor wijziging

Artikel 4.12 van de Verordening voorziet in de bevoegdheid om wijziging van het bestaand stedelijk gebied te verzoeken mits het gaat om een beperkte afronding die tot een logische stedenbouwkundige opzet leidt.

In de toelichting bij het bestemmingsplan en overige bijbehorende stukken wordt gemotiveerd dat de realisatie van de 4 woningen op onderhavige locatie passend is binnen het gemeentelijk beleid en voldoet aan de voorwaarden die op grond van artikel 4.12 van de Verordening gelden. De woningen worden dusdanig gepositioneerd, dat de bestaande zichtlijnen naar het noordelijk gelegen buitengebied tastbaar blijven en de woningen sluiten als ontwikkeling in zijn geheel, qua stedenbouwkundige opzet en structuur, aan bij het naastgelegen woongebied.

Het plangebied, ingeklemd tussen de Hennepstraat, Boekweitstraat en Gerststraat, geeft daarmee invulling aan de voorwaarde uit de Verordening, datt het bestaand stedelijk gebied op een logische wijze wordt afgerond.

Ten behoeve van de vereiste kwaliteitsverbetering (artikel 4.12 lid 1 sub b van de Verordening) wordt noordelijk van de planlocatie een robuuste landschappelijke groenzone aangelegd, welke een overgang vormt van het bestaand .stedelijk gebied naar het buitengebied. Deze kwaliteitsverbetering van het landschap is verantwoord op basis van de uitgifteprijs van de ondergrond (1.963 m2 uitgeefbare grond), als gevolg van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden. Een en ander conform de afspraken die wij hierover met gemeenten hanteren.

Daarnaast wordt het plangebied door middel van een beukenhaag ingepast en wordt het plangebied zelf versterkt met enkele groenelementen. De vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap is door middel van een voorwaardelijke gebruiksbepaling in de planregels verzekerd.

Samengevat leidt het plan tot een beperkte afronding en een logische stedenbouwkundige opzet en overgang naar het buitengebied.

2.4 Overwegingen t.a.v. ingekomen reacties

Er zijn door het college van burgemeester en wethouders drie zienswijzen aan ons toegezonden, gericht tegen het ontwerp-bestemnmingsplan 'Gerststraat Riethoven'. Enkel één van die zienswijzen heeft betrekking op het voorgenomen verzoek tot aanpassing van de begrenzing van het stedelijk gebied in de Verordening ruimte.

Wij beschouwen de zienswijzen van

  • Arends advies namens de heer en mevrouw van Veldhoven, Gerststraat 8 te Riethoven

als mede gericht tegen de aanpassing van de kaart van de Verordening ruimte als gevolg van de in het bestemmingsplan opgenomen woningen.

Samenvatting zienswijzen
In deze samenvatting van de zienswijzen beperken wij ons tot die zienswijzen welke zich richten tot het onderhavige verzoek om aanpassing van de kaart van de Verordening, meer specifiek ten aanzien van de voorwaarden op grond van artikel 4.12 van de Verordening. Alle overige zienswijzen laten wij buiten beschouwing, omdat deze in onze afweging voor onderhavig besluit niet meegewogen kunnen worden. De zienswijzen luiden kortweg als volgt:

  • a. De realisatie van de vier woningen leidt niet tot een logische stedenbouwkundige afronding van het stedelijk gebied;
  • b. Er wordt onvoldoende toepassing gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap (art. 3.2 van de Verordening);
  • c. De procedure zoals voorgeschreven in artikel 36.5 van de Verordening is onzorgvuldig gevolgd.

Overwegingen
De gemeente heeft bij de aanvraag om herbegrenzing de ''Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Gerststraat" meegestuurd. Wij constateren dat in deze nota van zienswijzen de tegen het bestemmingsplan ingebrachte zienswijzen, die betrekking hebben op de herbegrenzing van het bestaand stedelijk gebied uitvoerig en zorgvuldig zijn beantwoord.

Aanvullend hierop merken wij op dat in de zienswijze wordt gesteld dat het plan Mortakkers als stedenbouwkundig plan een logische opzet kent en de stedenbouwkundige noodzaak van een afronding van het stedelijk gebied Mortakkers met extra woningbouw op onderhavige locatie niet is aangetoond. Voorts wordt in de zienswijze gesteld dat aan de overige voorwaarden van de Verordening voor de "technische wijziging" niet wordt voldaan.

In artikel 4.12 van de Verordening is geen voorwaarde opgenomen, dat bij een verzoek om wijziging van de begrenzing het college van burgemeester en wethouders de noodzaak van het plan moet aantonen. Wij kijken bij verzoeken als in onderhavig geval naast de geldende voorwaarden op basis van de Verordening vooral, of met de wijziging van de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied geen waarden van provinciaal belang worden aangetast. Dat is hier niet het geval. Bovendien kunnen wij uit de zienswijze niet herleiden wat wordt bedoeld met de stelling dat niet wordt voldaan aan de overige voorwaarden voor de "technische wijziging" van de Verordening. Wij zijn van mening dat aan alle voorwaarden die op grond van artikel 4.12 van de verordening gelden wordt voldaan. Ten aanzien van de stelling dat onvoldoende toepassing is gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap, verwijzen wij naar onze overwegingen in 2.3 van dit besluit.

Samengevat komen wij tot de conclusie dat de ingebrachte zienswijzen geen reden zijn om het verzoek om herbegrenzing af te wijzen.

Hoofdstuk 3 Verordening ruimte

3.1 Bevoegdheid aanpassing grenzen

Omdat de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan de Verordening in acht moet nemen, zou het zonder aanpassingen van de kaart van de verordening niet mogelijk zijn om het bestemmingsplan Gerststraat te Riethoven vast te stellen. Het plan zoals het er nu ligt is immers in strijd met de regels voor het gemengd landelijk gebied, de geldende structuur. Vaststelling is dus alleen mogelijk wanneer de kaart van de Verordening ruimte zodanig is aangepast, dat het plan er niet langer mee in strijd is.

Om aanvaardbare en wenselijke wijzigingen in de grenzen van de het bestaand stedelijk gebied in het kader van een gemeentelijk plan mogelijk te maken, bevat de verordening in artikel 4.12 een regeling waarbij wij onder voorwaarden op verzoek van een gemeente deze grenzen kunnen wijzigen.

In artikel 36.5 is de procedure hiervoor opgenomen. Deze strekt ertoe, dat wij kennis kunnen nemen van zienswijzen over de nieuwe begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, voordat wij hierover een besluit nemen. Omwille van overzichtelijkheid en ter voorkoming van vertraging in de gemeentelijke besluitvorming is bepaald dat hiervoor gelegenheid wordt geboden tegelijkertijd met de terinzagelegging van de ontwerp-bestemmingsplan.

3.2 Bijkomende wijzigingen

3.2.1 Wijzigingen van andere structuur door aanpassing stedelijk gebied

In de Verordening ruimte wordt de ruimtelijke hoofdstructuur gevormd door het bestaand stedelijk gebied, de ecologische hoofdstructuur, de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Deze structuren sluiten op elkaar aan en overlappen niet.

Dit betekent dat een wijziging in één van deze legenda-eenheden ook gevolgen heeft voor de aangrenzende structuur. Er kan niet volstaan worden met het toevoegen van bestaand stedelijk gebied, dit zou namelijk een 'overlap' in de kaart opleveren - er moet op die plek ook een andere structuur worden verwijderd, in dit geval gemengd landelijk gebied.

In deze 'afgeleide' wijzigingen wordt bij deze herbegrenzing ook voorzien.

3.2.2 Wijziging van aanduidingen

Een aantal aanduidingen zijn niet relevant binnen het stedelijk gebied. Dit is het geval voor Zoekgbied voor stedelijke ontwikkeling, Beperkingen veehouderij, Attentiegebied ecologische hoofdstructuur en Cultuurhistorisch vlak. Daarom worden dergelijke aanduidingen indien zij op de gronden in kwestie aanwezig zijn ook meteen in dit besluit verwijderd.

3.3 Regels Verordening ruimte 2014 raadplegen

De wijziging heeft alleen betrekking op de begrenzingen van een beperkt aantal structuren en/of aanduidingen in de Verordening ruimte. Daarom dient naast dit wijzigingsbesluit ook altijd de Verordening ruimte te worden geraadpleegd:

  • voor de regels die van toepassing zijn op de gronden die bij dit besluit zijn aangeduid als bestaand stedelijk gebied;
  • omdat er nog andere aanduidingen en dus regels op dezelfde locatie van toepassing kunnen zijn.

Bijlage(n)

Bijlage 1 Relevante artikelen Verordening ruimte

Hoofdstuk 1 Wijziging van bestaand stedelijk gebied

Artikel 4.12 Wijziging grenzen bestaand stedelijk gebied op verzoek

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kan Gedeputeerde Staten verzoeken om de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied te wijzigen, mits:
    • a. het een beperkte afronding van een bestaand stedelijk gebied betreft die tot een logische stedenbouwkundige opzet leidt;
    • b. er toepassing is gegeven aan artikel 3.2 (kwaliteitsverbetering landschap).
  • 2. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid is artikel 36.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.

Artikel 3.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap

  • 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving;
  • 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording:
    • a. van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd;
    • b. dat de in het eerste lid bedoelde verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied.
  • 3. De in het eerste lid bedoelde verbetering kan mede betreffen:
    • a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening;
    • b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;
    • c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;
    • d. het wegnemen van verharding;
    • e. het slopen van bebouwing;
    • f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones.
  • 4. Indien een kwaliteitsverbetering als bedoeld in het eerste lid niet is verzekerd, wordt het bestemmingsplan slechts vastgesteld indien een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd en wordt over de werking van dat fonds regelmatig verslag gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg.
  • 5. In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan de toelichting van een bestemmingsplan een verantwoording bevatten over de wijze waarop de afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap, die zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg, bedoeld in artikel 37.4, onder b, worden nagekomen.
  • 6. Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing op een uitwerking van een bestemmingsplan, mits dat niet ouder is dan tien jaar, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de wet.

Artikel 37.4 Taken regionaal ruimtelijk overleg

Het regionaal ruimtelijk overleg bevordert in het belang van de regionale ruimtelijke samenhang dat de deelnemers:

  • a. de inhoudelijke voorbereiding van een gemeentelijke of provinciale structuurvisie of van een beheerplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet op elkaars beleid afstemmen, met in begrip van de wijze waarop deelnemers de voorgenomen ruimtelijke inrichting willen verwezenlijken;
  • b. regionale afstemming plegen en afspraken maken over de programmering en planologische voorbereiding van:
    • 1. de bouw van woningen;
    • 2. de aanleg, uitbreiding, herstructurering en transformatie van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen en kantorenlocaties;
    • 3. overige stedelijke voorzieningen, waaronder detailhandelslocaties;
    • 4. infrastructurele voorzieningen;
    • 5. landschapsontwikkeling en andere ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied.
  • c. elkaar informeren over de voortgang van hiervoor bedoelde voornemens en afspraken;
  • d. een monitoringssysteem opzetten en bijhouden waarin de voortgang van de woningbouw, van de herstructurering en ontwikkeling van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen en kantorenlocaties en zo nodig van andere ruimtelijke ontwikkelingen van regionaal en provinciaal belang worden bijgehouden.
Hoofdstuk 2 Procedure wijziging op verzoek

Artikel 36.5 Procedure wijziging van grenzen op verzoek

  • 1. Het voornemen om een verzoek te doen als bedoeld in artikelen 4.12, 5.3, 5.4, 5.5, 6.18, 8.3, 9.3, 11.2, tweede lid, 12.2, 13.2, derde lid, 14.2, vierde lid, 18.2, derde lid, 19.2, derde lid, 20.2, derde lid, en 25.2, maakt deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan, waarbij in het ontwerp bestemmingsplan, indien van toepassing, de volgende gebiedsaanduidingen worden opgenomen:
    • a. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte toe te voegen [naam gebiedscategorie];
    • b. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte te verwijderen[naam gebiedscategorie].
  • 2. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen.
  • 3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid.
  • 4. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.