direct naar inhoud van Aanwijzing 23, t.a.v. inhoudsmaat woningen
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Sint-Oedenrode
Status: geconsolideerde versie

Aanwijzing 23, t.a.v. inhoudsmaat woningen

Artikel 20.2.2. lid c, treedt niet in werking.

Motivering
In onze zienswijze van 1 september 2011 hebben wij - onder het kopje 'bevordering van ruimtelijke kwaliteit' onder meer vermeld dat in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied een generieke inhoudsmaat voor een woning is opgenomen van 500 m3. Het ontwerp-bestemmingsplan voorziet aldus in het rechtstreekse recht tot vergroting van woningen, zonder dat er voorwaarden worden gesteld aan landschappelijk inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap. Wij achten dit in strijd met artikel 2.2 en 11.1, lid 4 van de Verordening ruimte.

Hoofdstuk 11 Vr
Dit hoofdstuk van de Vr bevat regels voor niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied. Regels voor wonen buiten bestaand stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 11.1 van de Vr.
Nu onze zienswijze niet heeft geleid tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan, constateren wij dat dit bestemmingsplan de planologisch-juridische procedure vormt voor het vastleggen van deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en beoordeeld moet worden aan de hand van artikel 11.1 lid 1 Vr, in nadrukkelijke samenhang met artikel 2.2 van de Vr.

Artikel 11.1. lid 4 bepaalt dat de toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in de vergroting van een of meer woningen, een verantwoording bevat waaruit blijkt dat het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de vergroting te verzekeren, onverlet het bepaalde in artikel 2.2 Vr in verband met kwaliteitsverbetering van het landschap.
Wij constateren dat in het vastgestelde bestemmingsplan een generieke vergroting van meerdere woningen bevat, zonder dat een verantwoording is opgenomen waaruit blijkt dat deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een goede landschappelijke inpassing.
Wij merken hierbij op dat bestaande woningen met een grotere inhoudsmaat dan 750 m3 zijn vervat in een bestemming 'Wonen' met een specifieke aanduiding 'maximale inhoud (m3)'. Het bestemmingsplan biedt voor deze woningen geen ontwikkelingsruimte en zijn dan ook in overeenstemming met de Vr.
Om deze redenen is de bestemming “Wonen”, met uitzondering van de bestemmingen 'Wonen' met specifieke aanduiding 'maximale inhoudsmaat (m3)', strijdig met artikel 11.1, lid 4, van de Vr.

Hoofdstuk 2 Vr
De Vr kent geen specifieke regels over de maximale inhoudsmaat voor burgerwoningen in het buitengebied. In artikel 2.1 Vr is de algemene zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit opgenomen. Het betreft een algemene regeling die bepaalt dat een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied zorgt draagt voor het behoud en bevordering van ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Zo als ook uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 14 maart 2012 (201004181/1/R3) blijkt, kent artikel 2.1 Vr een algemeen betekenis. De toelichting van de Vr stelt dat het aan de gemeenten is om een bij de omgeving passende maximale maatvoering op te nemen.
Wij achten het opnemen van een generieke inhoudsmaat van 750 m3, gelet op artikel 2.1 van de Vr aanvaardbaar.

Wij constateren evenwel dat het bestemmingsplan een generieke ontwikkelingsmogelijkheid bevat voor het vergroten van woningen van 500m3 naar 750 m3 zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 2.2 Vr, Kwaliteitsverbetering van het landschap. Artikel 2.2, lid 1 bepaalt dat een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een verantwoording bevat van de wijze waarop financieel, juridisch en feitelijk is verzekerd dat de realisering van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van d e aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft omschreven. Dit betekent dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling, waaronder ook het generiek vergroten van woningen, gepaard dient te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.
Wij constateren dat het bestemmingsplan wel regels bevat voor de bevordering van ruimtelijke kwaliteit waar het gaat om uitbreidingen van woningen tot een maximale inhoudsmaat van 900 m3. Een dergelijke verantwoording ontbreekt echter voor de generieke ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor het vergroten van woningen van 500m3 naar 750 m3. Wij achten dit een relevante ruimtelijk ontwikkeling die een behoorlijke waardevermeerdering van de betrokken gronden vertegenwoordigt, zonder dat dit gepaard is gegaan met een navenante verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Nu bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet is voorzien in kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 2.2 Vr is er op dit punt sprake van strijd met de Vr.

Wij zien ons genoodzaakt om ons besluit tot reactieve aanwijzing tevens te betrekken op de verbeelding, ten aanzien van de bestemmingen 'Wonen', met uitzondering van de bestemmingen ' Wonen' met de aanduiding 'specifieke inhoudsmaat (m3)'. Een reactieve aanwijzing uitsluitend op artikel 20.2.2, lid c, van de planregels, zou er toe leiden het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt en in werking treedt zonder een maximale inhoudsmaat voor burgerwoningen.