direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Status: vastgesteld
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.IPAFC2009-0002

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening;
  • b. behoud van openheid;
  • c. water en watergangen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding "waterberging" tevens voor de bescherming van de betreffende gronden als waterbergingsgebied;
  • f. verkeersvoorzieningen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - ecologische verbindingszone en waterberging" voor instandhouding en ontwikkeling van de ecologische verbindingszone alsmede voor de bescherming van de betreffende gronden als waterbergingsgebied;
  • h. ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone" voor instandhouding en ontwikkeling van de ecologische verbindingszone.
3.2 Bouwregels

Op de voor Agrarisch aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen.

3.3 Specifieke gebruiksregels

Uitsluitend ter plaatse van of binnen een afstand van 200 meter uit de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - indicatieve ontsluiting" mag een rotonde met parallelweg te worden aangelegd. Hiervoor geldt dat de rotonde uit maximaal 4 rijstroken mag bestaan en de parallelweg uit maximaal 2 rijstroken.

3.4 Aanlegvergunning
3.4.1 Aanlegverbod

Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ophogen van gronden;
  • b. het planten van bomen en hoogopschietende beplantingen.
3.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het bepaalde in lid 3.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  • b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. werken of werkzaamheden ten behoeve van waterberging en/of natuur;
  • d. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik.
3.4.3 Criteria aanlegvergunningverlening

Een aanlegvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 mag slechts worden verleend indien door deze werken of werkzaamheden geen schade toegebracht wordt aan de openheid.

3.4.4 Strafregel

Overtreding van het bepaalde in lid 3.4.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.

3.5 Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Wijziging naar natuur

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 2" te wijzigen in de bestemming Natuur waarbij tevens een waterbergingsfunctie kan worden toegekend, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische-, landschappelijke- of natuurwaarden;
  • b. door middel van onderzoek dient te worden aangetoond dat er geen overwegende bezwaren bestaan vanwege de aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem;
  • c. door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving;
  • d. door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat het waterbelang voldoende is meegewogen;
  • e. de realisatie/uitvoering van de natuurlijke inrichting is voldoende verzekerd.

3.5.2 Wijziging naar windturbinepark

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant kunnen het plan wijzigen om de op de verbeelding met "wro-zone wijzigingsgebied 3" ingetekende gronden te wijzigen en de aanduiding "Windturbinepark" op te nemen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. in totaal mogen maximaal 4 windturbines worden opgericht binnen de aanduiding "wro-zone wijzigingsgebied 3" voor zover gelegen binnen de bestemmingen "Agrarisch" en "Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouw";
  • b. de hoogte van een windturbine bedraagt niet meer dan 110 meter, met dien verstande dat voor zover de hoogte van 63 meter wordt overschreden tevens uit een radarverstoringsonderzoek dient te blijken dat geen onaanvaardbare verstoring plaatsheeft van het radarbeeld. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie;
  • c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen;
  • d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de aanwezige aardkundige waarden;
  • e. de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische toelaatbaarheid dient te zijn aangetoond;
  • f. er dient een milieueffectrapport te worden opgesteld;
  • g. de bestemming "Agrarisch" blijft gehandhaafd, en wordt aangevuld met regels in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels die de windturbines mogelijk maken; op de verbeelding wordt de aanduiding "Windturbinepark" ingetekend;
  • h. waterschap Brabantse Delta heeft advies uitgebracht met betrekking tot buitendijks bouwen.