direct naar inhoud van Artikel 5 Bedrijventerrein
Status: vastgesteld
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.IPAFC2009-0002

Artikel 5 Bedrijventerrein

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie in de milieucategorieën 3 en 4 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën 3 en 4 naar invloed op de omgeving vergelijkbare agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 3 en 4";
  • b. agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie in de milieucategorieën 3, 4 en 5 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën 3, 4 en 5 naar invloed op de omgeving vergelijkbare agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 3, 4 en 5";
  • c. agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie in de milieucategorieën 3, 4 en 5.1 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën 3, 4 en 5.1 naar invloed op de omgeving vergelijkbare agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 3, 4 en 5.1";
  • d. agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie in de milieucategorieën 3, 4, 5.1 en 5.2 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën 3, 4, 5.1 en 5.2 naar invloed op de omgeving vergelijkbare agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 3, 4, 5.1 en 5.2";
  • e. agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie in de milieucategorieën 4 en 5 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën 4 en 5 naar invloed op de omgeving vergelijkbare agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 4 en 5";
  • f. niet grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde intensieve veehouderijen en glastuinbouwbedrijven;
  • g. aan de hoofdactiviteit ondergeschikte kantoorfuncties tot een vloeroppervlak van maximaal 1500 m2 per bedrijf zoals genoemd onder sub a t/m e van dit lid;
  • h. natuur als medebestemming ter plaatse van de aanduiding "natuur";
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. een of meer voorziening(en) voor warmteafvang, warmtetransport en warmteopslag voor levering aan kassen of derden;
  • k. gasontvangst- en gasopslagvoorzieningen welke zijn aangesloten op het distributienetwerk ten dienste van de ontvangst van gas of het verlagen of verhogen van de druk van dit gas op de individuele bedrijven;
  • l. voorzieningen ten behoeve van het opslaan, distribueren en in druk verhogen en/of verlagen van CO2 en perslucht, al dan niet door middel van hogedrukleidingen;
  • m. één 150 KV station, zonder bovengrondse lijn buiten het station;
  • n. verkeersvoorzieningen in de zin van interne ontsluitingswegen met bijbehorende bermen, fietspaden en taluds;
  • o. groenvoorzieningen;
  • p. waterstaatkundige doeleinden in de vorm van ont- en/of afwatering alsmede waterberging;
  • q. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - rijksmonument" voor de instandhouding van de monumentale waarde van het betreffende gebouw;
  • r. voorzieningen ten behoeve van de zuivering, opslag en distributie van aanvullend (giet)water;
  • s. landschappelijke inrichting van de beeldkwaliteitzones overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.2;
  • t. collectieve parkeervoorzieningen;
  • u. collectieve voorzieningen ten behoeve van symbiose en samenwerking;
  • v. voorzieningen ten behoeve van de uitwisseling van producten;
  • w. instandhouding en ontwikkeling van de ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone";
  • x. een kadefaciliteit ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - kadefaciliteit".
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen
  • a. Op de voor Bedrijventerrein aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden opgericht.
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding "natuur" geen gebouwen worden opgericht.
  • c. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - vloeivelden" geen gebouwen worden opgericht, tenzij het betreft de gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwd".
  • d. Voor zover bouwwerken ten tijde van het ter inzage leggen van dit plan reeds hoger zijn dan voorgeschreven in de leden 5.2.2 en 5.2.3, geldt deze bestaande bouwhoogte als maximaal toegestane bouwhoogte.
  • e. Ondergronds bouwen is toegestaan, indien is aangetoond dat de waterhuishouding niet wordt aangetast.
  • f. Bebouwing is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone", met uitzondering van ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan bestaande bebouwing.
  • g. Bebouwing is niet toegestaan binnen de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" voor zover gelegen binnen een afstand van 25 meter uit de bestemming "Verkeer".
  • h. Gebouwen mogen niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 8 meter uit de ter realiseren hoofdontsluitingsweg.
5.2.2 Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 40 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding:
    • 1. "maximale bouwhoogte (m)" (63 meter) silo's en bijbehorende gebouwen en een koeltoren zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 63 meter en overige gebouwen tot een bouwhoogte van maximaal 45 meter;
    • 2. "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" een bouwhoogte is toegestaan van maximaal 20 meter;
    • 3. "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 8" een bouwhoogte is toegestaan van maximaal 25 meter.
  • b. de afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter.
  • c. het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 70 %, behalve voor de gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwd' waarvoor een oppervlakte van maximaal 221.000 m2 geldt.
5.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 3 m en elders niet meer dan 8 meter;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 40 meter, met dien verstande dat:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" (63 meter) een koeltoren is toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 63 meter;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" een bouwhoogte is toegestaan van maximaal 20 meter;
    • 3. "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 8" een bouwhoogte is toegestaan van maximaal 25 meter.
  • c. de afstand van enig punt van een bouwwerk, geen gebouw zijnde tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen.
  • d. windturbines niet zijn toegestaan.
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en afmetingen van de toegelaten bebouwing, een en ander ten behoeve van:

  • a. de verkeersveiligheid;
  • b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • c. de sociale veiligheid.
5.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in:

  • a. lid 5.2.1 sub c teneinde ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwd" wel gebouwen op te richten, waarbij aan de maatvoeringseisen van lid 5.2.2 wordt voldaan en mits het functioneren van de ecologische verbindingszone niet wordt aangetast.
  • b. lid 5.2.1 sub f teneinde bebouwing op te richten ter plaatse van de gronden met de aanduiding "ecologische verbindingszone", mits:
    • 1. de functie van de ecologische verbindingszone niet wordt aangetast;
    • 2. de ecologische functie niet wordt aangetast.
  • c. lid 5.2.1 sub g teneinde bouwwerken toe te staan ter plaatse van de "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" voor zover gelegen binnen een afstand van 25 meter uit de bestemming "Verkeer", mits het bebouwing met een bijzonder hoogwaardige vorm van architectuur. Hiertoe wordt advies ingewonnen bij een door burgemeester en wethouders aan te wijzen gekwalicifeerd architect.
  • d. lid 5.2.2 sub a onder 1. teneinde ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" (63 meter) overige gebouwen toe te staan tot een bouwhoogte van 55 meter, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. deze gebouwen zijn noodzakelijk voor een goede bedrijfsvoering;
    • 2. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen.
  • e. lid 5.2.2 sub a onder 2 en onder 3 teneinde bedrijfsgebouwen toe te staan tot een bouwhoogte van 40 meter, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. deze gebouwen zijn noodzakelijk voor een goede bedrijfsvoering;
    • 2. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen.
  • f. lid 5.2.2 sub a en b teneinde ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" (63 meter) silo's en bijbehorende bouwwerken en een koeltoren toe te staan tot een bouwhoogte van 75 meter, mits:
    • 1. uit een radarverstoringsonderzoek blijkt dat geen onaanvaardbare verstoring plaatsheeft van het radarbeeld. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie;
    • 2. de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de veiligheid uit het oogput van brandoverslag niet in het gedrang komt. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de commandant van de brandweer.
  • g. lid 5.2.2 sub b teneinde de afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse en/of achterste perceelsgrens terug te brengen tot maximaal bouwen in de zijdelingse en/of achterste perceelsgrens, mits de eigenaar van het op die zijdelingse perceelsgrens aangrenzende bouwperceel instemming verleend, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de veiligheid uit het oogpunt van brandoverslag niet in het gedrang komen. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de commandant van de brandweer.
  • h. lid 5.2.3 sub b onder 2 en onder 3 teneinde bouwwerken geen gebouwen zijnde toe te staan tot een bouwhoogte van 40 meter, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen;
    • 2. de eenheid van het bebouwde straatbeeld wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij een gekwalificeerd architect.
  • i. lid 5.2.3 sub b teneinde ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - ontheffingsgebied' hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van schoorstenen/pijpen toe te laten, onder volgende voorwaarden:
    • 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 120 meter;
    • 2. deze hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn noodzakelijk voor een goede bedrijfsvoering;
    • 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen.

Voor zover de hoogte van 63 meter wordt overschreden dient tevens uit een radarverstoringsonderzoek te blijken dat geen onaanvaardbare verstoring plaatsheeft van het radarbeeld. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie.

5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Gebruik
  • a. Het beleid ten aanzien van bedrijven genoemd onder lid 5.1 onder a tot en met d is erop gericht om ter plaatse een bedrijventerrein te realiseren dat gericht is op symbiose c.q. samenwerking tussen bedrijven binnen het plangebied.
  • b. Interne hoofdontsluitingswegen mogen uitsluitend aansluiten op de ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan bestaande infrastructuur ter plaatse van of binnen een afstand van 200 meter uit de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - indicatieve ontsluiting"; voor deze interne hoofdontsluitingswegen geldt dat deze uit maximaal 4 rijstroken mogen bestaan en dat de totale profielbreedte inclusief fietspaden en eventuele middenbermen maximaal 24 meter mag bedragen. Bovendien mag een verbinding uitsluitend worden gelegd tussen twee aanduidingen "specifieke vorm van verkeer - indicatieve ontsluiting"
  • c. Voor de overige interne ontsluitingswegen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan indien zij 2 rijstroken bevatten en de profielbreedte niet meer dan 16 meter bedraagt .
  • d. Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein en/of op (een) door bedrijven gezamenlijk ingericht(e) parkeerterrein(en).
5.5.2 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden en opstallen voor de uitoefening van een Bevi-inrichting;
  • b. het gebruik van gronden en opstallen voor een Wet geluidhinder-inrichting, behoudens ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - suikerfabriek";
  • c. het gebruik van gronden en opstallen voor de uitoefening van enige tak van detailhandelsdoeleinden, met uitzondering van de verkoop in het klein als niet zelfstandig onderdeel van het betreffende bedrijf, mits dit beperkt blijft tot op het eigen bedrijf geproduceerde of bewerkte producten, met dien verstande dat het verkoopvloeroppervlak maximaal 100 m² mag bedragen;
  • d. het gebruik van gronden en opstallen voor horeca, behoudens ondergeschikte kantine-activiteiten;
  • e. het gebruik van de gronden met de aanduiding "natuur" voor bedrijfsmatige functies die de natuurwaarde aantasten, met uitzondering van bestaand gebruik zoals dat binnen de bestaande bedrijfsvoering aanwezig was ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan;
  • f. het bepaalde in dit lid onder c en d is niet van toepassing op restaurants waarvoor ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5.6 sub f.
5.6 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in:

  • a. lid 5.1 onder a t/m d teneinde agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie toe te staan die één categorie hoger zijn dan de reeds toegelaten milieucategorie bedrijven, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het verblijfsklimaat wordt niet onevenredig aangetast;
    • 2. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
    • 3. bedrijven in de milieucategorieën 5.3 en 6 zijn niet toegestaan;
    • 4. er treedt geen strijdigheid op met de specifieke gebruiksregels opgenomen in lid 5.5.
  • b. lid 5.1 onder a t/m d teneinde agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie toe te staan die één categorie lager zijn dan de reeds toegelaten milieucategorie bedrijven, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
    • 2. bedrijven in de milieucategorie 2 zijn niet toegestaan;
    • 3. er treedt geen strijdigheid optreedt met de specifieke gebruiksregels opgenomen in lid 5.5.
  • c. lid 5.1 onder a t/ d teneinde agrologistieke bedrijven toe te staan, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. door de vestiging van het bedrijf dient symbiose op te treden met andere bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein;
    • 2. de oppervlakte van het bedrijfsperceel mag niet meer bedragen dan 5 ha, met dien verstande dat deze omvangsbeperking niet geldt indien wordt aangetoond dat er regionaal geen geschikte alternatieve vestigingslocatie voor handen is;
    • 3. bedrijven in de milieucategorieën 1, 2, 5.3 en 6 zijn niet toegestaan;
    • 4. er dient een advies te zijn verkregen van een door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en burgemeester en wethouders gezamenlijk aan te wijzen commissie van ter zake deskundigen.
  • d. lid 5.1 onder a t/ d teneinde overige bedrijven toe te staan, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. door de vestiging van het bedrijf dient symbiose op te treden met andere bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied en er dient een relatie te zijn met het productieproces of direct daarmee verband houdende activiteiten in agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek, voedings- en genotmiddelenindustrie en/of agrarische bedrijven;
    • 2. bedrijven in de milieucategorieën 1, 2 en 6 zijn niet toegestaan;
    • 3. er dient een advies te zijn verkregen van een door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en burgemeester en wethouders gezamenlijk aan te wijzen commissie van ter zake deskundigen.
  • e. lid 5.1 sub f teneinde aan de hoofdactiviteit ondergeschikte kantoorfuncties met een groter vloeroppervlak dan 1.500 m2 per bedrijf toe te staan, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. dit is noodzakelijk in verband met de bedrijfsvoering;
    • 2. deze kantoorfuncties vormen geen beperking voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de overige bedrijven in dit plangebied.
  • f. lid 5.1 teneinde toe te staan:
    • 1. kennis- en onderzoeksinstellingen, laboratoria, een bedrijfsverzamelgebouw en restaurants, mits deze ten dienste staan van de agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en de agrarische sector;
    • 2. kantoren van de binnen het plangebied gevestigde bedrijven, waarbij het in lid 5.1. onder g voorgeschreven oppervlak niet geldt voor de kantoorfuncties die binnen de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - diensten en voorzieningen" worden gerealiseerd;
    • 3. serviceverlenende bedrijven gelieerd aan de binnen het plangebied gevestigde bedrijven;

onder de volgende voorwaarden:

      • deze functies zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - diensten en voorzieningen";
      • deze bedrijven vormen geen beperking voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de overige bedrijven in het plangebied ;
      • er bestaan geen bezwaren vanuit het aspect externe veiligheid;
      • het bruto vloeroppervlak per restaurant bedraagt niet meer dan 1000 m2.
5.7 Aanlegvergunning
5.7.1 Aanlegverbod

Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
het verlagen, afgraven, egaliseren, beschadigen of verwijderen van de:

  • a. naar de bestemming verkeer gekeerde grondwallen voor zover het betreft de grondwallen binnen de aanduidingen "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" die conform het bepaalde in artikel 18.2 gerealiseerd zijn;
  • b. naar de plangrens gekeerde grondwallen voor zover het betreft de grondwallen met de aanduidingen "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 7" en "specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 8" die conform het bepaalde in artikel 18.2 gerealiseerd zijn.
5.7.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het bepaalde in lid 5.7.1 is niet van toepassing op:

  • a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  • b. het rooien of vellen van bestaand houtgewas in het kader van normale verzorging en onderhoud;
  • c. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • d. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik.
5.7.3 Criteria aanlegvergunningverlening

Een aanlegvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.7.1 mag slechts worden verleend indien door deze werken of werkzaamheden geen schade toegebracht wordt aan de beeldkwaliteit; hiertoe wordt tevoren advies ingewonnen van een gekwalificeerd landschapsarchitect.

5.7.4 Strafregel

Overtreding van het bepaalde in lid 5.7.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.

5.8 Wijzigingsbevoegdheid
5.8.1 Verwijderen aanduiding natuur

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de op de verbeelding ingetekende aanduiding "natuur" te verwijderen al dan niet in combinatie met het bepaalde in lid 5.2.1 sub b te schrappen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving;
  • b. voldaan wordt aan de Spelregels EHS, dat wil zeggen dat aangetoond moet worden dat er sprake is van een groot openbaar belang, dat er geen alternatieven beschikbaar zijn en er wordt voorzien in de benodigde compensatie dan wel dat door middel van een herbegrenzing de betreffende gronden niet langer deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur.
5.8.2 Vormverandering gebiedsaanduiding "Specifieke bouwaanduiding - bebouwd

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de op de verbeelding aangegeven gronden met de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - vloeivelden" in samenhang met de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwd" van vorm te veranderen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de totale oppervlakte van het het gebied met met de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwd" voor zover dat samenvalt met de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - vloeivelden" mag niet worden vergroot;
  • b. nut en noodzaak van de vormverandering ten behoeve van de autonome ontwikkeling van de suikerfabriek dient te zijn aangetoond;
  • c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische-, landschappelijke- of natuurwaarden;
  • e. waterschap Brabantse Delta advies heeft uitgebracht met betrekking tot buitendijks bouwen;
  • f. door middel van onderzoek dient te worden aangetoond dat er geen overwegende bezwaren bestaan vanwege de aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem;
  • g. door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving;
  • h. door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat het waterbelang voldoende is meegewogen.
5.8.3 Wijzigen naar Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouw

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de op de verbeelding met "wro-zone wijzigingsgebied 1" ingetekende gronden geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemming Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouw, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • b. uit een ingesteld bodemonderzoek blijkt, dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik;
  • c. door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat het waterbelang voldoende is meegewogen;
  • d. er bestaat redelijkerwijs geen behoefte meer aan (volledige) handhaving van de bestemming 'Bedrijventerrein' voor de gronden binnen de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 1' en er bestaat aantoonbaar behoefte aan de bestemming 'Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouw' voor de desbetreffende gronden of een gedeelte daarvan;
  • e. de planregels van artikel 4 worden van toepassing verklaard;
  • f. ten aanzien van de gronden met de aanduiding "Specifieke vorm van bedrijventerrein - beeldkwaliteitzone 6" worden de in plaats van de nu voorgeschreven regels van 18.2.6 de regels die gelden voor de aanduiding "Specifieke vorm van agrarisch - beeldkwaliteitzone 1" (lid 18.2.1) van toepassing verklaard.
5.8.4 Wijziging naar windturbinepark

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant kunnen het plan wijzigen om de op de verbeelding met "wro-zone wijzigingsgebied 3" aangeduide gronden te wijzigen en de aanduiding "Windturbinepark" op te nemen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. maximaal 4 windturbines mogen worden opgericht binnen deze bestemming;
  • b. de hoogte van een windturbine bedraagt niet meer dan 110 meter, met dien verstande dat voor zover de hoogte van 63 meter wordt overschreden tevens uit een radarverstoringsonderzoek dient te blijken dat geen onaanvaardbare verstoring plaatsheeft van het radarbeeld. Hiertoe dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie;
  • c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen;
  • d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de aanwezige aardkundige waarden;
  • e. de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische toelaatbaarheid dient te zijn aangetoond;
  • f. er dient een milieueffectrapport te worden opgesteld;
  • g. de bestemming "Bedrijventerrein" blijft gehandhaafd, en wordt aangevuld met regels in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels die de windturbines mogelijk maken; op de verbeelding wordt de aanduiding "Windturbinepark" ingetekend;
  • h. waterschap Brabantse Delta heeft advies uitgebracht met betrekking tot buitendijks bouwen.
5.8.5 Wijziging ten behoeve van Bevi-inrichting

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde Bevi-inrichtingen toe te staan, onder de volgende voorwaarden:

  • a. het verblijfsklimaat wordt niet onevenredig aangetast;
  • b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad;
  • c. de 10-6 contour voor plaatsgebonden risico als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen is niet buiten de grens van de betreffende Bevi-inrichting gesitueerd, behoudens indien deze ligt op gronden met de bestemming 'Groen', 'Verkeer', 'Water - Kanaal' of 'Water - Watergang'.