direct naar inhoud van Toelichting
vastgesteld

Toelichting

Hoofdstuk 1 Het gemeentelijk plan

1.1 Beschrijving van het plan

De gemeente Eersel heeft het bestemmingsplan 'Herziening afrit Veldhoven A 67” in procedure gebracht. Ten behoeve van de verbetering van de verkeerssituatie rondom Veldhoven wordt op de rijksweg A 67 voorzien in een nieuwe afrit die deels op het grondgebied van de gemeente Eersel is gelegen.

Het bestemmingsplan hangt samen met het bestemmingsplan voor de Kempenbaan-West van de gemeente Veldhoven. Dit bestemmingsplan is opgesteld om diverse maatregelen mogelijk te maken om de bereikbaarheid van bedrijventerrein De Run te verbeteren en verkeersproblematiek op te lossen.

1.2 Afwijking van geldende Verordening ruimte

In de Verordening ruimte is langs de A67 ecologische hoofdstructuur (ehs) opgenomen. De regels van de verordening hebben hier als uitgangspunt de ontwikkeling en bescherming van natuur. Het bestemmingsplan voor de nieuwe aansluiting valt voor circa een halve hectare samen met deze ehs.

In het ontwerpplan is daarom in een wijziging in de ehs voorzien ten opzichte van de ehs zoals op dat moment opgenomen in de Verordening ruimte.
Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de Verordening ruimte bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen. Meer informatie hierover is opgenomen in Hoofdstuk 3 Verordening ruimte.

Hoofdstuk 2 Herbegrenzing voor het plan Herziening Afrit Veldhoven A67

2.1 Procedure

Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van de structuur 'ecologische hoofdstructuur' in de Verordening ruimte voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen van 6 november tot en met 17 december 2014. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de Verordening ruimte. Er is 1 zienswijze ingekomen, maar deze had geen betrekking op de wijziging van de begrenzingen in de Verordening ruimte.

2.2 Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing

Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de Verordening ruimte ten behoeve van het gemeentelijk plan.

In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Herziening Afrit Veldhoven A67 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (waaronder het (natuur)compensatieplan Kempenbaan-West Veldhoven) wordt onderbouwd dat aan de regels behorend bij een verzoek om wijziging van de ecologische hoofdstructuur op verzoek met toepassing van het nee-tenzij principe wordt voldaan.

Planologisch is dit op een juiste wijze door vertaald in het ontwerp van dit gemeentelijk plan en het bestemmingsplan Kempenbaan-West van de gemeente Veldhoven. Hiermee is voldaan aan de daaraan gestelde regels in de Verordening ruimte.
In de volgende paragrafen gaan wij hier verder op in.

2.3 Overwegingen t.a.v. vereisten voor wijziging

Door de aanleg van deze afrit zal er sprake zijn van enig ruimtebeslag op de ecologische hoofdstructuur (ehs) in de gemeente Eersel. Het betreft een oppervlakte van 0,55 hectare ter plaatse van de noordelijke aansluiting naar de A67 met beheertype 'Droog bos met productie' op basis van het provinciaal Natuurbeheerplan - Beheertypenkaart. De strook ligt in de huidige situatie voor een groot deel in de bermen van de rijksweg.

Het grootste deel van de aanpassing van de ehs vindt plaats op grondgebied van de gemeente Veldhoven op basis van het bestemmingsplan Kempenbaan-West. Dit bestemmingsplan, de aantasting van de ehs en de compensatie daarvoor zijn in maart 2015 beoordeeld en akkoord bevonden. Dit heeft op 17 maart 2015 geleid tot een besluit tot aanpassing van de Verordening ruimte op het grondgebied van de gemeente Veldhoven. De compensatie voor de aantasting van ongeveer een halve hectare ehs op het grondgebied van Eersel is daarbij ook verwerkt. Meer informatie is te vinden in de Wijziging Verordening ruimte 2014 ivm plan Kempenbaan-West Veldhoven, als bijlage toegevoegd bij de toelichting.

Hoofdstuk 3 Verordening ruimte

3.1 Bevoegdheid aanpassing grenzen

Omdat de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan de Verordening in acht moet nemen, zou het zonder aanpassingen van de kaart van de verordening niet mogelijk zijn om het bestemmingsplan Kempenbaan-West vast te stellen. Het plan zoals het er nu ligt is immers in strijd met de regels voor de ehs. Vaststelling is dus alleen mogelijk wanneer de kaart van de Verordening ruimte zodanig is aangepast, dat het plan er niet langer mee in strijd is.

Om aanvaardbare en wenselijke wijzigingen in de ehs in het kader van een gemeentelijk plan mogelijk te maken, bevat de verordening een regeling waarbij wij in een aantal gevallen onder voorwaarden de ehs-grenzen kunnen wijzigen op verzoek.

Artikel 5.3 Vr bevat de bevoegdheid voor de wijziging van de grens van de ecologische hoofdstructuur (ehs) volgens het 'nee-tenzij principe.
In artikel 36.5 is de procedure opgenomen. Deze strekt ertoe, dat wij kennis kunnen nemen van zienswijzen over de nieuwe ehs-grenzen, voordat wij hierover een besluit nemen. Omwille van overzichtelijkheid en ter voorkoming van vertraging in de gemeentelijke besluitvorming is bepaald dat hiervoor gelegenheid wordt geboden tegelijkertijd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

3.2 Natuurcompensatie

Indien de ecologische hoofdstructuur aangepast moet worden ten behoeve van een plan, dient de aantasting van de natuur te worden gecompenseerd. Dit kan op de volgende manieren, een combinatie is ook mogelijk:

  • fysiek:
    Elders wordt door een initiatiefnemer nieuwe natuur gerealiseerd en in stand gehouden. Bij de berekening van de omvang van de compensatie wordt rekening gehouden met de leeftijd en ontwikkelingstijd van de natuur die wordt aangetast. Omdat het enige tijd zal duren voor de nieuwe natuur 'volwassen' is, komt er een toeslag bovenop de oppervlakte aangetaste natuur.
  • financieel:
    Er wordt een berekening gemaakt van de kosten van compensatie en het bedrag dat hieruit volgt wordt gestort in een provinciaal Groenontwikkelfonds. Dit wordt gebruikt om gronden in de ehs aan te kopen en daar natuur te realiseren.

De voorschriften voor natuurcompensatie zijn te vinden in bijlage 1 "Relevante artikelen Verordening ruimte". In artikel 40 lid 4 Vr is een overgangsregeling opgenomen voor de wijze van compenseren. De volledige tekst van deze artikelen is opgenomen in de bijlage bij de toelichting.

3.3 Wijziging van andere structuur

In de Verordening ruimte wordt de ruimtelijke hoofdstructuur gevormd door het bestaand stedelijk gebied, de ecologische hoofdstructuur, de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Deze structuren sluiten op elkaar aan en overlappen niet.

Dit betekent dat een wijziging in één van deze legenda-eenheden ook gevolgen heeft voor de aangrenzende structuur. Er kan niet volstaan worden met het verwijderen van de ehs, dit zou namelijk een 'witte vlek' in de kaart opleveren - er moet op die plek ook een nieuwe legendaeenheid aan worden toegekend.

De hoofdregels voor toekenning van het vlak waar de ehs is verwijderd zijn als volgt:

  • 1. het vlak grenst ergens aan de groenblauwe mantel: het vlak wordt toegevoegd aan de groenblauwe mantel;
  • 2. het vlak raakt geen groenblauwe mantel, maar wel bestaand stedelijk gebied: het vlak wordt toegevoegd aan bestaand stedelijk gebied;
  • 3. het vlak was volledig omringd door gemengd landelijk gebied: het wordt toegevoegd aan gemengd landelijk gebied.
  • 4. het vlak wordt volledig omringd door ehs: de toekenning van de aanduiding is maatwerk.

Andersom brengt de herbegrenzing ook met zich mee, dat op de locatie waar ehs wordt toegevoegd, een van de andere structuren (gemengd landelijk gebied, groenblauwe mantel, bestaand stedelijk gebied) vervalt.

In deze 'afgeleide' wijzigingen wordt bij deze herbegrenzing ook voorzien.

De afrit Veldhoven A67 te Eersel is geheel omringd door ehs. In de directe nabijheid bevindt zich de A67 en deze is gelegen binnen de structuur "gemengd landelijk gebied". Wij achten met het opnemen van de structuur "gemengd landelijk gebied" voldoende recht te doen aan de ecologische en landschappelijke waarden in (de omgeving van) het gebied. In deze "afgeleide" wijziging wordt bij deze herbegrenzing eveneens voorzien.

3.4 Raadplegen Verordening ruimte 2014 voor overige regels

De wijziging heeft alleen betrekking op de begrenzingen van een beperkt aantal aanduidingen in de Verordening ruimte. Daarom dient naast dit wijzigingsbesluit ook altijd de Verordening ruimte te worden geraadpleegd:

  • voor de regels die van toepassing zijn op de gebieden die bij dit besluit zijn aangeduid als gemengd landelijk gebied;
  • omdat er nog andere aanduidingen en dus regels op dezelfde locatie van toepassing kunnen zijn. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van integratie stad-land, een zoekgebied voor ecologische verbindingszone, een regionale waterberging, aardkundig waardevol gebied, enz.

Bijlage(n)

Bijlage 1 Relevante artikelen Verordening ruimte

Hoofdstuk 1 Wijziging van de ecologische hoofdstructuur

Artikel 5.3 Wijziging van de begrenzing op verzoek met toepassing nee-tenzij principe

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur op verzoek van de gemeente wijzigen in geval van een ruimtelijke ontwikkeling met toepassing van het nee-tenzij principe.
  • 2. Een verzoek om herbegrenzing, als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een bestemmingsplan waaruit blijkt dat:
    • a. er sprake is van een groot openbaar belang;
    • b. er voor de ontwikkeling geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten de ecologische hoofdstructuur;
    • c. er geen andere oplossingen voorhanden zijn waardoor de aantasting van ecologische hoofdstructuur wordt voorkomen;
    • d. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, waarbij wordt voldaan aan de regels inzake het compenseren als bedoeld in artikel (compensatieregels).
  • 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een omheind militair terrein alleen het tweede lid, onder d, van toepassing.
  • 4. Aan het onderzoek naar alternatieve locaties bedoeld in het tweede lid, onder b, liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:
    • a. gezocht wordt naar alternatieve locaties binnen de gemeente en in omliggende gemeenten;
    • b. een alternatieve locatie moet overwegend dezelfde functie kunnen vervullen;
    • c. tijdverlies en meerkosten ten gevolge van de ontwikkeling van een alternatieve locatie zijn op zichzelf geen reden om dat alternatief af te wijzen.
  • 5. Artikel (kwaliteitsverbetering van het landschap) is niet van toepassing op een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid.
  • 6. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid is artikel 36.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.

Artikel 5.6 Compensatie

  • 1. De op grond van de verordening verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door:
    • a. fysieke compensatie, overeenkomstig artikel 5.7;
    • b. financiële compensatie, overeenkomstig artikel 5.8.
  • 2. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde areaal waarbij een toeslag op de omvang van het vernietigde areaal wordt berekend, zowel in oppervlak, als in budget, te onderscheiden in de volgende categorieën:
    • a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag;
    • b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak, plus de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer;
    • c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak, plus de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer;
    • d. bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk.

Artikel 5.7 Aanvullende regels voor fysieke compensatie

  • 1. De fysieke compensatie vindt plaats in:
    • a. de niet gerealiseerde delen van de ecologische hoofdstructuur;
    • b. de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.
  • 2. In afwijking van het eerste lid kan fysieke compensatie ook plaatsvinden in, aansluitend op of nabij het aangetaste gebied indien een wijziging van de begrenzing plaatsvindt met toepassing van de saldobenadering als bedoeld in artikel 5.4.
  • 3. Een verzoek als bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4 en 5.5, alsmede een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5.1, zesde lid, gaat vergezeld van een compensatieplan.
  • 4. Een compensatieplan omvat ten minste:
    • a. het netto verlies aan ecologische waarden en kenmerken dat optreedt;
    • b. de wijze waarop het netto verlies, genoemd onder a, wordt gecompenseerd;
    • c. de ruimtelijke begrenzing van het te compenseren gebied en de compensatie;
    • d. de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie;
    • e. de termijn van uitvoering;
    • f. de inhoud en realisatie van de voorgenomen mitigerende en compenserende maatregelen;
    • g. een beschrijving van het reguliere beheer en het ontwikkelingsbeheer.
  • 5. Het compensatieplan wordt opgenomen als onlosmakelijk onderdeel van het bestemmingsplan dat wordt vastgesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling die de aantasting veroorzaakt.
  • 6. De uitvoering van het compensatieplan start uiterlijk op het moment van voltooiing van de aantasting en wordt op zo kort mogelijke termijn daarna, doch uiterlijk binnen vijf jaar, afgerond.
  • 7. In afwijking van het zesde lid, wordt indien sprake is van een aantasting van bedreigde soorten of hun leefgebied, de uitvoering van het compensatieplan afgerond op het moment dat de aantasting daadwerkelijk start.
  • 8. In afwijking van het zesde lid, kan indien er sprake is van een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van het compensatieplan een termijn van maximaal tien jaar bedragen.
  • 9. De uitvoering van het compensatieplan wordt vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente waarin:
    • a. rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen zijn vastgelegd;
    • b. een financiële onderbouwing is vastgelegd waaruit blijkt dat de uitvoering van de compensatiemaatregelen is zeker gesteld en niet wordt gefinancierd uit middelen die beschikbaar zijn op grond van een subsidieregeling;
    • c. de termijn is vastgelegd waarbinnen de uitvoering van compensatie moet zijn afgerond;
    • d. een boeteclausule is opgenomen die van toepassing is bij het niet, niet tijdig of onvolledig uitvoeren van de compensatie.
  • 10. Voor het verschuldigd zijn van de boete bedoeld in het negende lid is geen ingebrekestelling nodig.
  • 11. Het boetebedrag wordt gestort in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling. Het boetebedrag is op het moment van vaststelling ten minste gelijk aan 150% van alle directe en indirecte kosten die samenhangen met de betrokken compensatie.
  • 12. Het college van burgemeester en wethouders dient jaarlijks gedurende de realisatietermijn bedoeld in het vierde lid onder e, een voortgangsrapportage over de uitvoering van de compensatie in bij Gedeputeerde Staten.
  • 13. Gedeputeerde Staten hebben het recht om in het veld controles uit te voeren ten einde te bezien of de compensatie daadwerkelijk is of wordt uitgevoerd.

Artikel 5.8 Aanvullende regels voor financiële compensatie

  • 1. De financiële compensatie wordt bepaald op grond van de omvang van de compensatieverplichting overeenkomstig artikel 5.6, tweede lid, en omvat de volgende kostenelementen:
    • a. kosten voor de planontwikkeling en planuitvoering;
    • b. kosten van de aanschaf van vervangende grond;
    • c. kosten van de basisinrichting;
    • d. kosten van ontwikkelingsbeheer gedurende de ontwikkelingstijd.
  • 2. De financiële compensatie wordt uiterlijk zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan gestort in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling.
  • 3. Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een rapportage vast waarin:
    • a. verantwoording wordt gegeven over de bestedingen uit het compensatiefonds van het afgelopen jaar, en
    • b. een prioritering wordt gegeven aan de realisatie van de ecologische hoofdstructuur voor het toekomstige jaar.

Artikel 40 Overgangsbepalingen

  • 1. ...
  • 2. ...
  • 3. ...
  • 4. In afwijking van artikelen 5.6, 5.7 en 5.8 blijven de regels inzake natuurcompensatie uit een eerder vastgestelde Verordening ruimte van toepassing indien de gemeente reeds compensatiegronden als natuur heeft bestemd, maar deze gronden nog niet als ecologische hoofdstructuur zijn begrensd in de Verordening ruimte 2014, danwel ingeval de gemeente reeds verworven gronden buiten de ecologische hoofdstructuur binnen 1 jaar na inwerkingtreding van deze verordening als natuur bestemd.
Hoofdstuk 2 Procedure wijziging op verzoek

Artikel 36.5 Procedure wijziging van grenzen op verzoek

  • 1. Het voornemen om een verzoek te doen als bedoeld in artikelen 4.12, 5.3, 5.4, 5.5, 6.18, 8.3, 9.3, 11.2, tweede lid, 12.2, 13.2, derde lid, 14.2, vierde lid, 18.2, derde lid, 19.2, derde lid, 20.2, derde lid, en 25.2, maakt deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan, waarbij in het ontwerp bestemmingsplan de volgende gebiedsaanduidingen worden opgenomen:
    • a. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte toe te voegen [naam gebiedscategorie];
    • b. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte te verwijderen[naam gebiedscategorie].
  • 2. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen.
  • 3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid.
  • 4. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.