direct naar inhoud van Hoofdstuk 1. Inleiding
Plan: Structuurvisie Grenscorridor N69
Status: ontwerp

Hoofdstuk 1. Inleiding

1.1. Provinciale gebiedsontwikkeling

Voor de uitvoering van haar ambities benoemt de provincie in de Structuurvisie ruimtelijke ordening negen gebiedsontwikkelingen. De Grenscorridor N69 is er daar één van. De gebiedsontwikkeling Grenscorridor is in de Structuurvisie als volgt omschreven:

"De N69 verbindt Eindhoven met Hasselt. Het is een belangrijke, internationale verbinding voor de Zuidoost-Vleugel van BrabantStad en Brainport. De Zuidoostvleugel van BrabantStad is namelijk onderdeel van de ELAT-driehoek (Eindhoven, Leuven, Aachen Triangle). De ELAT-driehoek is een samenwerkingsverband van bedrijven, kennisinstellingen en overheid dat zich richt op verbetering van de kenniseconomie.

De Grenscorridor N69 ligt in een gebied met hoge natuur- en landschapswaarden. De beken de Dommel, de Keersop en de Run zijn de groenblauwe aders waarin de natuurwaarden grotendeels verbonden zijn. Veel gebieden behoren tot de groenblauwe structuur (ecologische hoofdstructuur en ook Natura 2000). De gebieden hebben een vrij lage dynamiek met hoge recreatieve betekenis.

De N69 loopt dwars door de kernen Aalst/Waalre en Valkenswaard. Als gevolg daarvan kent de grensregio een groot leefbaarheids- en bereikbaarheidsprobleem. Op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau is er sprake van congestie, sluipverkeer, geluidsoverlast, slechte luchtkwaliteit en verkeersonveiligheid. Als eigenaar en beheerder van de weg heeft het Rijk voor deze problemen vele jaren naar verkeerskundige oplossingen gezocht. Deze varianten hebben het vanwege het eendimensionale karakter nooit gered.

In november 2008 heeft het Rijk de N69 overgedragen aan de provincie Noord Brabant. Hierdoor kan de provincie samen met haar regionale partners de problematiek aanpakken. De provincie beschouwt de Grenscorridor N69 niet alleen als een belangrijke internationale verbinding, maar ook als een gebied met grote landschappelijke, natuur en recreatieve betekenis voor Brainport".

In deze Structuurvisie Deel E 'Grenscorridor N69' vult de provincie de Gebiedsopgave voor de Grenscorridor in. In deze aanvulling op de Structuurvisie ruimtelijke ordening legt zij ruimtelijke kaders vast voor de verdere ontwikkeling van de Grenscorridor.

1.2. Grenscorridor N69

Binnen de gebiedsontwikkelingen Grenscorridor N69 (kortweg: de Grenscorridor) zoekt de provincie met de samenwerkende partijen in de regio naar een breed gedragen en integrale oplossing, die vraagt om een totaalbenadering. Gezocht wordt naar een oplossing, die enerzijds de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblematiek in de Grenscorridor oplost en anderzijds de kwaliteit van landschap, natuur, water, wonen, werken, landbouw en recreëren zo mogelijk versterkt. Belangrijk hierbij is dat problemen niet worden verplaatst naar elders.

Vanwege de complexe problematiek en de bestuurlijke urgentie is in 2009, onder provinciale regie, gestart met een zogenaamde Brede belangen benadering. De Brede belangen benadering is een procesaanpak waarbij vanuit belangen gewerkt wordt naar een totaaloplossing. Alle partijen met een relevant belang zitten aan tafel en er is voldoende vertrouwen tussen deze partijen, zodat een zo breed mogelijk draagvlak is ontwikkeld voor de gebiedsopgave. De samenwerkende partijen hebben naar elkaar het commitment uitgesproken om het proces gezamenlijk te doorlopen, zonder zich op voorhand te committeren aan de uitkomst van het proces.

In het Bestuurlijk Overleg - waarvan de provincie deel uitmaakt - zijn gedurende het proces steeds 'ankerpunten' met elkaar vastgesteld. Onder meer het Afsprakenkader Gebiedsopgave Grenscorridor N69, de notitie Reikwijdte en Detailniveau, de Verklaring Gebiedsakkoord Grenscorridor (met hierin het voorlopige voorkeursalternatief) zijn vastgesteld. Uiteindelijk is in het Bestuurlijk Overleg Grenscorridor N69 van 16 en 17 juni 2011 op basis van een zorgvuldige afweging het voorkeursalternatief Westparallel Plus gekozen. Het alternatief Westparallel Plus draagt het meeste bij aan de doelen. De Westparallel leidt tot de beste effecten op verkeer en bereikbaarheid en ook vanuit haalbaarheid, robuustheid en kosten gaat de voorkeur uit naar Westparallel, ondanks een aantal negatieve effecten op natuur en landschap.

1.3. Voorkeursalternatief Westparallel Plus

Het voorkeursalternatief Westparallel Plus betreft een integrale oplossing voor de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen en versterking van de ruimtelijke kwaliteiten. Het alternatief bestaat uit een aantal samenhangende categorieën van maatregelen, te weten: verbeter-, infrastructurele, mitigerende, compensatie- en gebiedsimpulsmaatregelen.

Verbetermaatregelen zijn maatregelen voor het verminderen van het autoverkeer, zoals het stimuleren van openbaar vervoer, fietsgebruik en het verbeteren van de doorstroming. Infrastructuur betreft een nieuwe infrastructurele verbinding tussen de N69 ten zuiden van Valkenswaard en de A67 ten zuid westen van Veldhoven. Gekoppeld aan deze infrastructurele verbinding bevat het voorkeursalternatief mitigerende en compenserende maatregelen. Daarnaast zijn gebiedsimpulsmaatregelen benoemd, dit betreffen aanvullende maatregelen op de onderdelen landschap, water, natuur, recreatie en landbouw ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de Grenscorridor.

1.4. Deel E van de provinciale Structuurvisie

De provincie legt het zoekgebied voor de nieuwe infrastructuur (Westparallel) vast in dit Deel E van de provinciale Structuurvisie. Daarmee wordt de strategische afweging op provinciaal niveau bestuurlijk vastgelegd en onderbouwd. De noodzaak van de herziening komt voort uit de wijziging van onderdelen van de ruimtelijke structuren uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening, te weten 'Stedelijke structuur', 'Groenblauwe structuur', 'Infrastructuur' en het 'Landelijk Gebied'. Hoofdstuk 4 gaat nader in op het vervolgtraject planvorming.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0001.png"

Figuur 1: Structurenkaart Deel E Structuurvisie - Grenscorridor N69

1.5. Maatschappelijk proces

Aan de totstandkoming van het plan-MER - en daarmee aan dit Deel E van de Structuurvisie - is een maatschappelijk proces voorafgegaan.

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau - op basis waarvan het plan-MER is opgesteld - heeft ter inzage gelegen van 11 augustus tot en met 5 oktober 2010. Op 8 en 9 september 2010 hebben twee openbare informatieavonden plaatsgevonden. Tegelijkertijd is de notitie Reikwijdte en Detailniveau door de leden van het Bestuurlijk Overleg met hun achterbannen besproken.

Tijdens de terinzagelegging is ook de commissie voor de milieueffectrapportage (commissie m.e.r.) geraadpleegd. De commissie m.e.r. is een onafhankelijk toetsende organisatie. De commissie heeft op 27 oktober 2010 advies uitgebracht op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarin zij de ingebrachte zienswijzen heeft betrokken. Daarnaast heeft de commissie m.e.r. adviezen gegeven over de onderzoeksmethodiek van diverse onderdelen van het plan-MER. Het advies van de commissie m.e.r. is door de samenwerkende partijen overgenomen, met daarbij de opmerking dat de onderzoeken primair ten dienste staan van het plan- en besluitvormingsproces.

De reacties en adviezen uit deze raadplegings- en inspraakronde en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan, is in een Reactienotitie Inspraak en Raadpleging vastgelegd. Deze nota is besproken in het Bestuurlijk Overleg en daarna door Gedeputeerde Staten van de provincie op 9 november 2010 vastgesteld en vormt daarmee de basis voor het plan-MER en Deel E van de Structuurvisie.

1.6. Milieuaspecten

Om tot afgewogen keuzes te komen voor de verbetering van de leefbaarheid, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in de Grenscorridor, heeft de provincie samen met de regio onderzoek uitgevoerd naar de milieueffecten van diverse alternatieven. Dit op het abstractieniveau van de structuurvisie. Voor deze alternatieven is in een uitgebreid proces een breed scala aan oplossingsrichtingen betrokken, die elk een effect op de omgeving hebben. De diverse oplossingsrichtingen zijn opgebouwd uit infrastructurele, verkeerskundige en ruimtelijke maatregelen. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van de verschillende alternatieven, waarbij de inpassing in de omgeving van groot belang is.

De milieueffecten van de alternatieven zijn onderzocht in het kader van het plan-MER 'Gebiedsopgave Grenscorridor N69'. In de m.e.r.-procedure vervult de provincie de rol van initiatiefnemer en bevoegd gezag en heeft daarbij intensief overleg met de samenwerkende partijen.

In de volgende fase van planvorming vindt voor de Grenscorridor op een meer gedetailleerd schaalniveau onderzoek plaats naar de milieueffecten van het voorkeursalternatief. Dit vindt plaats via een project-m.e.r.-procedure. De project-m.e.r. wordt gekoppeld aan een provinciaal inpassingsplan of gemeentelijke bestemmingsplannen.

1.7. Watertoets

Voor alle infrastructurele maatregelen, of het nu een verbreding van een bestaande weg betreft of de aanleg van een geheel nieuwe weg, geldt dat de watertoets doorlopen dient te worden. Dit houdt in dat mogelijke negatieve effecten van de infrastructurele ingreep, zoals een toename van de afstroming van neerslag door extra verharding of negatieve effecten op de waterkwaliteit, worden onderzocht en - middels het treffen van maatregelen - voorkomen dienen te worden.

De provincie onderschrijft in de structuurvisie het belang van de wateraspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deel E van de Structuurvisie is de provincie verantwoordelijk voor het toepassen van de watertoets en heeft in dit kader overleg gevoerd met Waterschap De Dommel over de uitgangspunten ten aanzien van water. Het waterschap is nadrukkelijk betrokken bij de plan- en besluitvorming voor de Grenscorridor. Het waterschap heeft daarbij geadviseerd en inhoudelijke input geleverd. In het plan-MER zijn de kwalitatieve wateraspecten op basis van input van het waterschap reeds verwerkt. De watertoets in het kader van de herziening van de Structuurvisie is daarmee doorlopen. Bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief zal nadere invulling worden gegeven aan het proces van de watertoets.

1.8. Leeswijzer

In hoofdstuk 2 volgt een onderbouwing van de ontwikkelingen in de Gebiedsopgave Grenscorridor N69. De onderbouwing is gebaseerd op de uitkomsten van de brede belangen benadering en de bijbehorende milieueffectrapportage. Hierin is nut en noodzaak van de Grenscorridor onderzocht en zijn integrale maatregelenpakketten uitgewerkt, die als alternatieven in het m.e.r. zijn vergeleken en afgewogen. Op basis van deze afweging heeft het Bestuurlijk Overleg een voorkeursalternatief gekozen en een integrale Gebiedsimpuls uitgewerkt. In hoofdstuk 3 van dit deel E van de provinciale Structuurvisie zijn de ruimtelijke keuzes geplaatst in de regionale context, waarbinnen de Grenscorridor wordt ontwikkeld. Samen vormen zij de inhoudelijke basis voor dit Deel E van de structuurvisie. Voor detailinformatie wordt verwezen naar het milieueffectrapport met bijbehorende bijlagen.

Vervolgstappen voor verdere planvorming en procedures zijn uiteengezet in hoofdstuk 4.