direct naar inhoud van Hoofdstuk 2. Gebiedsopgave Grenscorridor N69
Plan: Structuurvisie Grenscorridor N69
Status: ontwerp

Hoofdstuk 2. Gebiedsopgave Grenscorridor N69

De planvorming voor de Grenscorridor N69 staat niet op zichzelf en is door provincie en regio als project opgepakt als onderdeel van de gebiedsontwikkelingen in de Zuidoostvleugel BrabantStad. Het gebied van de Grenscorridor is een deelgebied in deze regio, grofweg gelegen tussen de A67/A2 en de Belgische grens.

In het plan-MER 'Gebiedsopgave Grenscorridor N69' zijn alternatieven onderzocht om de problematiek op en rond de N69 op te lossen.

Het resultaat van het plan-MER heeft samen met onder andere ruimtelijk-economische en financiële overwegingen geleid tot een bestuurlijk gedragen keuze voor een voorkeuralternatief (bepaald in het Bestuurlijk Overleg Grenscorridor N69 van 16 en 17 juni 2011). Het Bestuurlijk Overleg heeft de provincie geadviseerd deze keuze in Deel E van de Structuurvisie vast te leggen. Dit advies neemt de provincie - samen met het resultaat van het plan-MER - mee om te komen tot een integrale afweging van mogelijke alternatieve ontwikkelingen en de keuze voor de ontwikkeling van de Grenscorridor in voorliggend Deel E van de Structuurvisie.

In de Structuurvisie is aangegeven dat de provincie de keuze voor de concrete ontwikkeling van de Grenscorridor opneemt in een herziening van de Structuurvisie.

2.1. Nut en noodzaak

De Gebiedsopgave Grenscorridor N69 kent een lange voorgeschiedenis met als aanleiding de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblematiek op en rond de N69. Tegelijkertijd is duidelijk dat een oplossing voor deze problematiek niet gemakkelijk is in relatie tot de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied.

Met de Grenscorridor wordt bedoeld het gebied aan weerszijden van de N69 ten zuiden van Eindhoven, van Eindhoven-Zuid tot Lommel en van Eersel/Bergeijk tot Heeze-Leende. Dit is het plangebied voor de Gebiedsopgave (zie figuur 2).

Probleemstelling Grenscorridor N69

De Grenscorridor kampt met, door alle samenwerkende partijen erkende, leefbaarheids- en bereikbaarheidknelpunten. De leefbaarheidsproblematiek bestaat uit verslechterde luchtkwaliteit, geluid- en trillingshinder, verslechterde oversteekbaarheid/ barrièrewerking en verkeersonveiligheid.
De belangrijkste oorzaak van deze leefbaarheidsproblematiek is gelegen in de bereikbaarheids-problematiek, namelijk het ontbreken van een goede doorgaande (inter)nationale verbinding voor het (vracht)verkeer tussen de economische kerngebieden Brainport Eindhoven en de Belgische regio Hasselt/Leuven. Daarnaast staan diverse ruimtelijke waarden in het gebied onder druk en worden niet alle potenties optimaal benut. De Grenscorridor is een bijzonder gebied met diverse waarden op het gebied van landschap, cultuurhistorie, archeologie, water, wonen, werken, landbouw en recreatie. Naast de waarde van het gebied op zichzelf en voor de inwoners en gebruikers in het gebied, heeft de Grenscorridor ook bijzondere waarde en potentie als woon-, verblijf- en recreatiegebied voor Brainport Eindhoven.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0002.png"

Figuur 2: plangebied gebiedsopgave Grenscorridor N69

Doelstelling Grenscorridor N69

Binnen de drie hoofdthema's zijn concrete subdoelen gesteld. Voor leefbaarheid gaat het om verbetering van de luchtkwaliteit, geluidkwaliteit, oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Op het gebied van bereikbaarheid zijn als doelen gesteld een betere verkeersdoorstroming (bovenregionaal en regionaal), lokale ontsluiting en koppeling van netwerken, minder sluipverkeer, minder vrachtauto's door de kernen en meer gebruik van openbaar vervoer en fiets. Op het gebied van ruimtelijke kwaliteit is een reeks verbeterdoelen benoemd. De doelen zijn grotere landschappelijke kwaliteit, een beter watersysteem, sterkere natuur, grotere beleefbaarheid van cultuurhistorie, een aantrekkelijkere woon- en werkomgeving, sterkere landbouw, sterkere recreatie, minder gebruik van primaire grondstoffen, minder energiegebruik en CO2-uitstoot en zorgvuldiger ruimtegebruik.

2.2. Totstandkoming integrale maatregelenpakketten / alternatieven

Op basis van vooraf gestelde bestuurlijke kaders hebben de samenwerkende partijen integrale maatregelenpakketten samengesteld, die als alternatieven in het plan-MER zijn onderzocht. Er is zo breed mogelijk naar oplossingen voor de Gebiedsopgave gezocht. De alternatieven zijn zo gekozen dat ze de problematiek in de Grenscorridor oplossen en bijdragen aan de doelstellingen op leefbaarheid, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteiten.

In eerste instantie is een alternatief ontwikkeld zonder opwaardering van bestaande wegen of aanleg van nieuwe wegen: Alternatief Nulplus. Daarna zijn zeven maatregelenpakketten opgesteld waarbij in verschillende deelgebieden is gekeken naar mogelijke infrastructurele maatregelen: Midden, Westparallel, Intentieverklaring, West, Oost, Oost+West en Zuid.

In deze maatregelenpakketten is zowel gekeken naar de mogelijkheden voor opwaardering van bestaande wegen als naar de noodzaak/mogelijkheden voor de aanleg van nieuwe wegen. Dit heeft binnen een aantal maatregelenpakketten geleid tot varianten.

De maatregelenpakketten zijn door het Bestuurlijk Overleg vastgesteld en gepresenteerd in de notitie Reikwijdte en Detailniveau. Op basis van de resultaten van de inspraak zijn de maatregelenpakketten aangescherpt en aangevuld.

2.3. Afweging alternatieven in plan-MER 'Gebiedsopgave Grenscorridor N69'

In het plan-MER zijn de alternatieven (oplossingen) voor de Gebiedsopgave Grenscorridor N69 onderzocht. Er is voor gekozen om een brede plan-MER op te stellen; dit betekent dat meer effecten dan alleen de milieueffecten, conform de plan-m.e.r. procedure, zijn onderzocht. Daarbij zijn alle effecten, die nodig zijn om een bestuurlijke keuze voor een voorkeursalternatief te maken, in beeld gebracht. In het plan-MER zijn de resultaten van de onderzoeken beschreven op basis waarvan de bestuurders een gemotiveerde keuze hebben gemaakt voor een voorkeursalternatief.

In drie stappen - met toenemend detailniveau - is toegewerkt naar een integrale en breed gedragen totaaloplossing (voorkeursalternatief). Vanuit de opzet van de brede belangenbenadering van de Gebiedsopgave, waarin het proces leidend is en de inhoud/procedure volgend, zijn de resultaten van elke onderzoeksstap gedeeld met de samenwerkende partijen en door de samenwerkende partijen gezamenlijk bepaald of alternatieven afvallen of nader onderzocht dienen te worden. Hieronder volgt een toelichting op de vergelijking van de alternatieven in drie stappen. In figuur 3 zijn deze stappen schematisch weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0003.png"

Figuur 3: getrapte analyse en selectie van oplossingen

Stap 1: Selectie op basis van oplossend vermogen.

In de eerste stap zijn zogenaamde enkelvoudige alternatieven onderzocht op bereikbaarheid. Op basis van veranderingen in verkeersstromen is onderzocht of de alternatieven voldoende mogelijkheden bieden om de problematiek van de bereikbaarheid en de overlast van het verkeer op de leefbaarheid te verminderen.

Conclusie van stap 1 is dat (onderdelen van) de alternatieven Midden, West en Westparallel kansrijk worden geacht om individueel of in onderlinge combinatie een oplossing te geven voor de problematiek in de Grenscorridor en verder moeten worden onderzocht. Aan deze alternatieven zijn in stap 2 Nulplus maatregelen toegevoegd om het probleemoplossend vermogen te versterken. De maatregelen uit het alternatief Nulplus alleen blijken onvoldoende oplossend vermogen te hebben.

De andere alternatieven vallen af, omdat ze geen oplossing bieden voor de bovenregionale verbinding of omdat ze niet uitvoerbaar zijn (Intentieverklaring).

De enkelvoudige alternatieven zijn beschreven in het volgende kader.

De alternatieven

Nulplus (0+)
De grondgedachte van Nulplus is om met zo min mogelijk maatregelen met ruimtebeslag en/of negatieve milieueffecten, zoveel mogelijk invulling aan de doelstellingen proberen te geven. Deze maatregelen concentreren zich op de belangrijkste problematiek: de leefbaarheid in de kernen Aalst, Waalre, Valkenswaard, Dommelen, Eindhoven-Zuid, Bergeijk en Eersel. Nulplus betekent ook dat er geen nieuwe infrastructuur wordt aangelegd en dat gebruik gemaakt blijft worden van de bestaande wegenstructuur via de provinciale wegen N69, N397 en N396 en dat de problematiek wordt aangepakt met verbetermaatregelen. Met verbetermaatregelen wordt getracht om de problematiek in de kernen aan te pakken, dat wil zeggen de (auto)mobiliteit zoveel als mogelijk te beïnvloeden, de snelheid van het verkeer in de kernen te verlagen, het aandeel vrachtverkeer op de grootste knelpunten te verlagen en de doorstroming te verbeteren. Infrastructurele maatregelen zijn in dit alternatief niet aan de orde.


Midden
De grondgedachte bij het alternatief Midden is het zoeken naar een oplossing voor de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblematiek dicht bij de bestaande N69 door Aalst en Valkenswaard. Het doorgaande verkeer wordt afgeleid uit het centrum van Valkenswaard en Aalst en op nieuwe infrastructuur afgewikkeld, zo dicht mogelijk tegen de kernen aan. Daarnaast is een oplossing op het bestaande N69-tracé (bijvoorbeeld in de vorm van een tunnel of verdiepte ligging) onderzocht. De infrastructurele maatregelen zijn aangevuld met verbetermaatregelen in en rond de kernen van Aalst, Waalre en Valkenswaard. Ruimtelijke maatregelen richten zich vooral op inpassing in het beekdalengebied en versterken van landschap, water en natuur, recreatie en landbouw.


Westparallel
De grondgedachte bij het alternatief Westparallel is het verminderen van de verkeersintensiteit op de N69 door de kernen van Aalst en Valkenswaard, zonder vergroting van de verkeersdruk op de N397 en N396. Hiervoor is nieuwe infrastructuur ten westen van Valkenswaard en Waalre voorzien met een nieuwe aansluiting op de A67. De infrastructurele maatregelen zijn aangevuld met verbetermaatregelen in en rond de kernen van Aalst, Waalre en Valkenswaard. Ruimtelijke maatregelen richten zich vooral op inpassing in het beekdalengebied en versterken van landschap, water, natuur, recreatie en landbouw. Intentieverklaring
Grondgedachte van het alternatief Intentieverklaring is het formuleren van een alternatief dat gelijk is aan het pakket aan maatregelen in de Intentieverklaring uit 2004, zodat deze gelijkwaardig onderzocht en vergeleken kan worden met de andere voorgestelde alternatieven. Dit op verzoek van de samenwerkende partijen. Technisch gezien is alternatief Intentieverklaring inmiddels niet meer mogelijk zoals in 2004 voorgesteld. Intentieverklaring gaat uit van een aansluiting op de A67, die - conform de eisen van Rijkswaterstaat - te dicht ligt op het (inmiddels aangepaste) knooppunt De Hogt.


West
De grondgedachte van het alternatief West is het afleiden van doorgaand verkeer richting de A67 over nieuwe infrastructuur en/of een opgewaardeerde N397. Verbetermaatregelen richten zich vooral op het voorkomen van negatieve effecten van de nieuwe infrastructuur en het verbeteren van de leefbaarheid in de kernen langs de N397. Ruimtelijke maatregelen richten zich vooral op inpassing in het beekdalengebied en versterken van landschap, water en natuur, recreatie en landbouw.


Oost
De grondgedachte van het alternatief Oost is het afleiden van doorgaand verkeer richting de A2 over nieuwe infrastructuur en/of een opgewaardeerde N396. Verbetermaatregelen richten zich met name op het voorkomen van negatieve effecten van de nieuwe infrastructuur op de nabijgelegen kern van Valkenswaard. Ruimtelijke maatregelen richten zich met name op inpassing in het beekdalengebied en versterken van landschap, water en natuur, recreatie en landbouw.


Oost+West
Naast de alternatieven Oost en West apart is ook een alternatief onderzocht waarin Oost en West gecombineerd worden. Doorgaand verkeer wordt zowel in oostelijke en westelijke richting afgeleid.


Zuid
De grondgedachte bij het alternatief Zuid is om de ruimtelijke / landschappelijke waarden van de Grenscorridor maximaal te ontzien en de potenties maximaal te benutten door het doorgaand internationaal verkeer van en naar België dicht bij de bron/bestemming af te leiden met oost-west verbindingen in het zuidelijk deel van de Grenscorridor. Dit zal gepaard moeten gaan met verbetermaatregelen en ruimtelijke maatregelen om de nieuwe infrastructuur goed in te passen in de kernen en de bestaande landschappelijke en ecologische waarden in dit deel van de Grenscorridor.
 

Stap 2: Analyse 15 combinatie-alternatieven

De overgebleven alternatieven zijn gecombineerd en vervolgens integraal onderzocht op aspecten op het gebied van leefbaarheid, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en (technische en financiële) haalbaarheid. Uitgangspunt voor de combinaties van alternatieven is het alternatief Nulplus; dit maatregelenpakket is standaard voor alle combinatie-alternatieven. Van alle mogelijke combinaties is een selectie van 15 combinatie-alternatieven gemaakt voor het onderzoek naar leefbaarheids- en bereikbaarheidsaspecten. De selectie is zo gemaakt dat de gehele bandbreedte van mogelijke oplossingen is onderzocht.

De combinatie-alternatieven zijn getoetst op de verbeterdoelen op het gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid en op de aspecten van ruimtelijke kwaliteit, kosten en haalbaarheid.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0004.png"

Figuur 4: overzicht alternatieven en varianten op het gebied van nieuwe infrastructuur

Stap 3: Nadere invulling kansrijke alternatieven en keuze voorkeursalternatief

De conclusie van stap 2 is dat er twee kansrijke alternatieven zijn (Nulplus+Westparallel 1 en Nulplus +West 1,2 of 3 + Midden 1 of 2). De samenwerkende partijen hebben geconcludeerd dat de twee resterende alternatieven op een aantal punten aanscherpingen behoeven. Het gaat om een verdere verbetering van de effecten op verkeer en bereikbaarheid, verdere verbetering van de effecten op leefbaarheid en een betere inpassing. Hiervoor zijn de twee overgebleven alternatieven eerst aangescherpt. Daarbij is bekeken of, en zo ja hoe, de alternatieven verdere uitwerking vragen en /of deze maatregelen haalbaar zijn.

  • 1. Nulplus + Westparallel 1

Nulplus+Westparallel 1 geeft een directe en robuuste bovenregionale verbinding tussen de Belgische grens en het hoofdwegennet. Het leidt tot een afname van verkeer op de N69 en N397 en draagt hiermee bij aan verbetering van de leefbaarheid in Aalst-Waalre, Valkenswaard, Eindhoven Zuid en langs de N397 bij Eersel en Bergeijk. Aandachtspunten bij Westparallel 1 zijn de ruimtelijke effecten van de doorsnijding van het beekdalengebied en de afname van verkeer in Aalst. Het verkeer neemt weliswaar af (evenals het vrachtverkeer) maar minder dan in het alternatief Midden 1.

  • 2. Nulplus + West 1,2 of 3 + Midden 1 (met / zonder éénrichtingsvariant) of 2

Nulplus+West 1,2 of 3 + Midden 1 of 2 geeft via West 1,2 of 3 een directe bovenregionale verbinding tussen de Belgische grens en het hoofdwegennet. Midden 1 leidt tot een afname van verkeer op de N69 en draagt hiermee bij aan verbetering van de leefbaarheid in Aalst-Waalre, Valkenswaard en Eindhoven Zuid. Alternatief Midden 2 leidt in Valkenswaard tot vermindering van de barrière op de Markt. Daar staat een versterking van de barrièrewerking van de Nieuwe Waalreseweg tegenover. In Aalst verbetert de oversteekbaarheid van de N69 zelf, maar wordt een nieuwe barrière gecreëerd tussen Aalst en Waalre.

De twee kansrijke alternatieven zijn nader aangescherpt op het gebied van verbeter- en infrastructurele maatregelen. Daarnaast is de Gebiedsimpuls nader uitgewerkt. De Gebiedsimpuls heeft als doel het verder versterken van de ruimtelijke kwaliteiten in het gebied.

De aangescherpte alternatieven zijn doorgerekend in het verkeersmodel, het geluidmodel en kostenmodel. Specifiek aandachtspunt is het effect van de alternatieven op het hoofdwegennet A2/N2 en A67. Voor de overige aspecten is kwalitatief bekeken of de aanscherping van maatregelen leidt tot een andere effectbeoordeling. Aanvullend is een passende beoordeling (op plan-MER niveau) uitgevoerd naar de effecten van de alternatieven op Natura2000-gebied. Hierin is speciale aandacht besteed aan de effecten van veranderingen in stikstofdepositie.

Beoordeling van de alternatieven

Om tot een voorkeursalternatief te komen, zijn de verschillende varianten beoordeeld op de aspecten leefbaarheid, verkeer en bereikbaarheid, ruimtelijke aspecten, kosten en haalbaarheid.

In essentie komt de keuze neer op een afweging van de belangen van enerzijds landschap en natuur en anderzijds leefbaarheid, bereikbaarheid, kosten en haalbaarheidsaspecten. Daarnaast wegen de effecten op de leefbaarheid, als gevolg van de relatief kleine verschillen, in minder sterke mate mee. Bij de keuze kunnen - beschouwd op het niveau van het gehele studiegebied - de effecten op de leefkwaliteit een ondergeschikte rol vervullen.

Bezien vanuit de ruimtelijke aspecten heeft alternatief Westparallel niet de voorkeur. Beschouwd vanuit de doelstellingen (zoals beschreven in hoofdstuk 2 van het plan-MER), de effecten op verkeer en bereikbaarheid en vanuit de perspectieven haalbaarheid, robuustheid en kosten gaat de voorkeur juist wel uit naar het alternatief Westparallel.

Op basis van bovenstaande overweging is in het Bestuurlijk Overleg Grenscorridor N69 van 16 en 17 juni 2011 uit de twee kansrijke alternatieven de variant Westparallel uiteindelijk als voorkeursalternatief gekozen (zie paragraaf 2.4).

2.4. Conclusies plan-MER en voorkeursalternatief

Tijdens het Bestuurlijk Overleg Grenscorridor N69 is na een zorgvuldige afweging in overgrote meerderheid de Westparallel Plus (bestaande uit Westparallel, Nulplus maatregelen en Gebiedsimpuls) als voorkeursalternatief gekozen 1. Het Bestuurlijk Overleg van 16 en 17 juni 2011 heeft de Provincie daarmee geadviseerd alternatief Westparallel in onderhavig Deel E van de Structuurvisie vast te leggen.

De samenwerkende partijen - waarvan de provincie onderdeel uitmaakt en tevens trekker is - hebben aan het begin van het proces afgesproken de infrastructurele maatregel te verankeren in een herziening van de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Met deze herziening geeft de provincie hier invulling aan.

De voorkeursoplossing is een samenstelling van samenhangende maatregelen. De samenhangende maatregelen zorgen voor een goede oplossing voor de leefbaarheid, de internationale en regionale bereikbaarheid in relatie tot de regionale ruimtelijke kwaliteiten. De N69, N396 en N397 worden ontlast en er is sprake van versterking van de natuurlijke, landschappelijke, water-, landbouw- en recreatieve kwaliteiten van het gebied.

De basis voor de voorkeursoplossing bestaat uit verbetermaatregelen. Dit zijn maatregelen voor het verminderen van het autoverkeer, zoals het stimuleren van openbaar vervoer, fietsgebruik en het verbeteren van de doorstroming. Hieraan is de aanleg van nieuwe infrastructuur op het grondgebied van Valkenswaard, Bergeijk en Veldhoven ten westen van Valkenswaard en Waalre toegevoegd ter ontlasting van de N69, de N396 en N397. De nieuwe infrastructuur wordt zorgvuldig ingepast zowel qua tracékeuze als qua ruimtelijk ontwerp. Tegelijkertijd wordt het gebied van de Grenscorridor versterkt door een Gebiedsimpuls op de onderdelen landschap, water, natuur, recreatie en landbouw.

Het voorkeursalternatief bestaat uit verbeter-, infrastructurele, mitigerende, compensatie- en gebiedsimpulsmaatregelen, die de provincie samen met de regio oppakt en nader uitwerkt. Het voorkeursalternatief wordt nader uitgewerkt en vastgelegd in het Gebiedsakkoord, waarin onder andere financiële en uitvoeringstechnische aspecten worden opgenomen.