direct naar inhoud van Hoofdstuk 3. Context van de opgave
Plan: Structuurvisie Grenscorridor N69
Status: ontwerp

Hoofdstuk 3. Context van de opgave

De keuzes die in het kader van de ontwikkeling van de Grenscorridor zijn gemaakt, zijn te plaatsen in de regionale context van ontwikkelingen in Zuidoost-Brabant en komen voort uit ambities die zijn gesteld in verschillende plankaders voor de samenhangende ontwikkeling als regio. Het gaat vooral om ambities voor en visie op de regio in het beleid rondom Brainport, de MIRT-verkenning Zuidoostvleugel BrabantStad en de Gebiedsagenda Brabant. Daarnaast vormt het provinciaal beleid dat is vastgelegd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening Ruimte, het rijksbeleid uit de Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de ruimtelijke Structuurplannen van Vlaanderen en Limburg het vertrekpunt voor de opgave voor de Grenscorridor.

3.1. Structuurvisie ruimtelijke ordening (Noord-Brabant)

De provincie streeft naar een verbetering van de internationale en regionale bereikbaarheid van BrabantStad. Om dit te bereiken, zet de provincie onder andere in op aanpak van het provinciaal wegennet waaronder de N69. Op de Structurenkaart behorend bij de Structuurvisie is de N69 aangeduid als tracé in studie. De provincie streeft ernaar de investeringen in bereikbaarheid te koppelen aan verbeteringen van het omliggende landelijk gebied.

Provinciale doelen

De Structuurvisie ruimtelijke ordening onderscheidt vier ruimtelijke structuren, te weten 'infrastructuur', 'landelijk gebied', 'groenblauwe structuur' en 'stedelijke structuur'. Voor iedere structuur zijn perspectieven beschreven. Het is van provinciaal belang dat ook de verdere planvorming en de inrichting aansluiten bij de provinciale doelen en belangen en dat recht wordt gedaan aan de perspectieven voor de verschillende ruimtelijke structuren.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0005.png"

Figuur 5: uitsnede Structuurvisie ruimtelijke ordening, provincie Noord-Brabant (bron: Structuurvisie ruimtelijke ordening)

In aanvulling op de Structuurvisie wordt in dit Deel E het zoekgebied voor de Grenscorridor N69 vastgelegd (zie: 'Structurenkaart Deel E Structuurvisie - Grenscorridor N69').

Voor de uitvoering van haar ambities benoemt de provincie in de Structuurvisie ruimtelijke ordening negen gebiedsontwikkelingen. De Grenscorridor N69 is er daar één van (zie figuur 6 project 7).

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0006.png"

Figuur 6: provinciale ontwikkelingsgebieden

3.2. Agenda van Brabant

De Agenda van Brabant zet in op het vestigings- en leefklimaat in Brabant om zorg te dragen dat Brabant tot de top van de (industriële) kennis- en innovatieregio's in Europa blijft behoren. In 2020 concentreert de provincie zich op een beperkt aantal ambities gekoppeld aan het vestigings- en leefklimaat van Brabant, die voor de regio van cruciaal belang zijn. De provincie heeft de taak om een doeltreffende, goed geordende, ontsloten, gezonde, aantrekkelijke en diverse omgeving te ontwikkelen en te onderhouden. Een leefklimaat waarin ondernemers, gemeenten, waterschappen, culturele, kennis- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties optimaal functioneren en een bijdrage leveren aan duurzame welvaart en welzijn van de Brabantse burgers en bedrijven. Daarnaast heeft de provincie een belangrijke taak bij de positionering van de regio in de internationale netwerkeconomie.

Doel van de Agenda is om het vestigings- en leefklimaat zodanig te beïnvloeden, dat Brabant vanuit een Europees en mondiaal concurrentieperspectief aantrekkelijk, duurzaam en welvarend wordt en blijft. De belangen van enerzijds economische expansie en innovatie en anderzijds de kwaliteit en verscheidenheid van het woon- en leefmilieu moeten met elkaar in evenwicht worden gehouden. De Gebiedsopgave voor de N69 draagt bij aan het behalen van deze doelstelling.

3.3. Brainport

De gezamenlijke koers en gewenste gebiedsontwikkeling voor de Grenscorridor wordt bepaald door het perspectief van Brainport. De Brainportregio levert een grote bijdrage aan de verdere versterking van de concurrentiekracht van de toptechnologie in Zuidoost Nederland in de context van Europa. In het regeerakkoord is de Brainportregio benoemd als een van de drie belangrijkste regio's voor de economische positie van Nederland, Het Rijk, de provincie en de regio zetten in op de versterking van de spilfunctie van Brainport.

'Brainport 2020'

Voor de ontwikkeling van de Brainportregio is op verzoek van het Rijk een samenhangende en integrale visie opgesteld: 'Brainport 2020 Top Economy Smart Society'. Ambitie is dat Brainport wereldwijd kan concurreren met andere kennisomgevingen. Dit komt tot uitdrukking in een internationaal attractief vestigingsklimaat voor inwoners, bedrijven en (toekomstige) arbeidskrachten, een innovatief imago en sterke internationale profilering en een goede bekendheid bij ingezetenen, bezoekers en professionals.

Hiervoor zijn in Brainport 2020 doelen benoemd en om deze doelen te bereiken, is blijvende zorg nodig voor een excellent woon- en leefklimaat voor de inwoners van Zuidoost-Brabant. Dit vraagt om een stevige basis. Voorbeelden van de basisbehoeften van een sterke regio zijn een goede bereikbaarheid, aantrekkelijke stadscentra en woonomgevingen, een onderscheidend cultuuraanbod, digitale infrastructuur en een internationale school. Voor deze zogenaamde 'Basics' zijn in het ruimtelijk fysieke domein de volgende concrete doelen benoemd:

  • Verbetering van de A2, A58, A67, N69 en voltooien van een robuust en efficiënt verkeerssysteem rond Eindhoven;
  • Extra hoogwaardig openbaar vervoer van en naar toplocaties in Zuidoost-Nederland, plus een extra NS station Eindhoven-Acht;
  • Aansluiting van intercity's op stations voor hogesnelheidslijnen in Düsseldorf, Luik en Aken;
  • Aanleg van ultrasnel breedband internet voor iedereen in Zuidoost-Nederland;
  • Een impuls voor het internationaal concurrerende woon- en werkmilieu.

De regionale sociaal-economische functie van Brainport reikt tot over de grens. De economische betekenis van de relatie met gemeente Lommel, van oorsprong gericht op Eindhoven, Veldhoven en Brainport, is noemenswaardig maar staat door de verslechterde bereikbaarheid onder druk. Dat geldt ook voor de (economische) relatie met Belgische provincie Limburg. Vanuit dit perspectief dient de bereikbaarheidsproblematiek rondom de N69 te worden aangepakt.

3.4. MIRT-verkenning Zuidoostvleugel BrabantStad

De MIRT-verkenning Zuidoostvleugel BrabantStad (2008) komt voort uit het Bereikbaarheidsprogramma voor de Zuidoostvleugel van BrabantStad (2007). Ze vormt de basis voor de integrale benadering van de ruimtelijk-fysieke opgave voor de Brainportregio. De ambitie voor de regio Brainport is het behouden en versterken van de concurrentiepositie als toptechnologie- en kennisregio in Europa en daarmee de nationale economie. Basisvoorwaarden daarvoor zijn:

  • goede bereikbaarheid (van lokaal tot internationaal);
  • ontwikkelen en verbeteren van kwaliteit van goede woon- en werklocaties en recreëren;
  • ontwikkelen en verbeteren van groenblauwe kwaliteiten.

Majeure gebiedsopgaven in de MIRT-verkenning

Voor de uitvoering van de ruimtelijke visie op de Brainportregio onderscheidt de MIRT-verkenning vijf majeure gebiedsopgaven. Dit zijn:

  • de A2-zone (Brainport Avenue);
  • het Nieuwe Woud 2;
  • de Grenscorridor N69;
  • het Middengebied (nu Rijk van Dommel en Aa);
  • de Noordoostcorridor.

Deel E van de Structuurvisie heeft betrekking op de Gebiedsopgave Grenscorridor N69. Doel van de Gebiedsopgave Grenscorridor N69 is het oplossen van de leefbaarheids- en bereikbaarheidsknelpunten en het integraal en robuust versterken van de ruimtelijke kwaliteiten.

3.5. Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Rijk)

In de nieuwe Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit van nationaal belang. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren. En op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0007.png"

Figuur 7: uitsnede kaart 'Gebiedsgerichte nationale belangen en opgaven (bron: Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruime)

Voor Brainport Zuidoost Nederland zijn in de structuurvisie enkele relevante opgaven van nationaal belang benoemd, waaronder:

  • 1. Het verbeteren van het vestigingsklimaat van Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (onder andere verdere ontwikkeling Eindhoven Airport).
  • 2. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.

Brainport Zuidoost Nederland is de belangrijkste toptechnologieregio van ons land met een sterke concentratie van de topsectoren high-tech systemen en materialen, life sciences, energie, chemie, agrofood en tuinbouw met de daaraan gelieerde logistiek. Het centrum van Brainport is gelegen in Eindhoven met een grote concentratie van high-tech bedrijven en de High Tech Campus.

De aanpak van de leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblematiek rondom de N69 past binnen de beleidsvoornemens uit de Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.6. Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (1997, actualisatie 2009)

In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zijn de belangrijkste ruimtelijke ordeningsprincipes en visies van Vlaanderen vastgelegd voor vier groepen structuurbepalende componenten:

  • de stedelijke gebieden en de stedelijke netwerken;
  • het buitengebied;
  • de gebieden voor economische activiteiten;
  • lijninfrastructuur.

Er zijn in het structuurplan vier basisdoelstellingen benoemd:

  • 1. de selectieve uitbouw van de stedelijke gebieden, het gericht verweven en bundelen van functies en voorzieningen waaronder de economische activiteiten binnen de stedelijke gebieden; daarbij gaat absolute prioriteit naar een zo goed mogelijk gebruik en beheer van de bestaande stedelijke structuur;
  • 2. het behoud en waar mogelijk de versterking van het buitengebied en een bundeling van wonen en werken in de kernen van het buitengebied;
  • 3. het concentreren van economische activiteiten in die plaatsen die deel uitmaken van de bestaande economische structuur van Vlaanderen;
  • 4. het optimaliseren van de bestaande verkeers- en vervoersinfrastructuur waarbij de ruimtelijke condities worden gecreëerd voor het verbeteren van het collectief vervoer en de organisatie van vervoersgenererende activiteiten op punten die ontsloten worden door openbaar vervoer. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is voor de provincie Limburg, het meest relevant voor de Gebiedsopgave Grenscorridor, uitgewerkt in het Ruimtelijk Structuurplan Limburg.
3.7. Ruimtelijk Structuurplan Limburg

Vanuit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is door de provincie Limburg een provinciaal ruimtelijk structuurplan opgesteld. In het structuurplan wordt ingezoomd op vier 'hoofdruimten'. Voor de N69 meest relevant is de hoofdruimte Kempen: een verweven open ruimte gebied met een toeristischrecreatieve rol op Benelux-niveau. Belangrijke acties in de Kempen zijn:

  • het ondersteunen van het plattelandstoerisme;
  • het opmaken van een strategisch plan voor het gebied Lommel - Neerpelt - Overpelt;
  • het afbakenen van natuurverbindingen;
  • het promoten van het Kempens plateau als toeristisch-recreatief verwevingsgebied;
  • het aandringen op de afwerking van de noord-zuid verbinding.

Hasselt-Genk is het regionaal centrum van de provincie. Lommel-Neerpelt is kleinstedelijk gebied met een belangrijke industriële ontwikkelfunctie en belangrijke multimodale (inter)nationale knoopfunctie richting Hasselt/Genk, Antwerpen/Brussel, Eindhoven en Maastricht/Luik.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0008.png"

Figuur 8: Gewenste ruimtelijke structuur Provincie Limburg

Op basis van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het Ruimtelijk Structuurplan Limburg is door het departement mobiliteit van de Vlaamse Overheid de wegcategorie in beeld gebracht (zie figuur 9).

De N74 en de N71 zijn primaire wegen type I, de N71 zuid is deels primaire weg type II, deels secundaire weg type 2. De N69 wordt gezien als regionaal verbindend wegennetwerk Nederland. Daarmee zijn de wegen in het gebied niet voorzien als hoofdwegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.sv2010deele-on01_0009.png"

Figuur 9: Categorisering bovenlokale wegen in de provincie Limburg (Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken)