direct naar inhoud van Inleiding
Plan: Reactieve aanwijzing tav omgevingsvergunning VROM_HZ_WABO-2010-0097 Someren
Status: concept

Inleiding

Op 6 juni 2011 hebben wij het op 20 mei 2011 vastgestelde besluit ontvangen inzake de verlening van de omgevingsvergunning voor het oprichten van een pluimveestal op het perceel Heistraat 32 te Someren. Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk met toepassing van artikel 3.13, lid 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een aanwijzing te geven tegen dit besluit. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat de omgevingsvergunning niet in werking treedt. In verband hiermee dienen burgemeester en wethouders het besluit van 20 mei 2011 tot vaststelling van de omgevingsvergunning samen met dit aanwijzingsbesluit bekend te maken. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit van de omgevingsvergunning.

Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011. Op 17 december 2010 hebben Provinciale Staten een nieuw geïntegreerde Verordening ruimte (fase 1 en 2) vastgesteld, welke op 1 maart 2011 in werking is getreden. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op deze verordening.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een (onderdeel van een) omgevingsvergunning tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Verordening ruimte.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die thema's welke in de Verordening ruimte, zijn beschreven.

De provinciale belangen in deze zijn door ons ook specifiek uiteengezet en aan u kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving (ROH) heeft daartoe bij brief van 27 april 2011, kenmerk C2019302/2721027, een zienswijze ingediend over het desbetreffende ontwerp. Er is geen vooroverleg gepleegd.

Gelet op voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij het college van burgemeester en wethouders bekend zijn. Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen.