direct naar inhoud van Artikel 3 Leiding - Hoogspanning
Plan: 150 kV-verbinding Dinteloord-Roosendaal
Status: vastgesteld
Plantype: inpassingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ip150kv-va01

Artikel 3 Leiding - Hoogspanning

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding - Hoogspanning’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) zoals opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen, mede bestemd voor hoogspanningsleidingen met aan weerszijden een beschermingszone van 5 meter.

3.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. in afwijking van het bepaalde in de overige voor gronden geldende bestemmingsplannen mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

3.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2 ten behoeve van bouwwerken als toegestaan ingevolge de overige voor deze gronden geldende bestemmingsplannen, alsmede voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de betrokken leidingen, mits de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt.
  • b. Indien door de bouw of plaatsing of de aanwezigheid van een bouwwerk schade wordt of kan worden toegebracht aan de in lid 3.1 omschreven doeleinden wordt geen afwijking verleend.
  • c. Alvorens Burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3 onder a verlenen horen zij de beheersinstantie van de betrokken leidingen.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1 Verbod

In het belang van de hoogspanningsleidingen als bedoeld in artikel 3.1 is het, behoudens het bepaalde in artikel 3.3, verboden op en in de in artikel 3.1 bedoelde gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • d. diepploegen, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • e. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, dieper dan 1,20 m onder peil;
  • g. het aanbrengen van verhardingen.

Voor zover de hoogspanningsleiding in het openbaar gebied ligt is het verboden om zonder omgevingsvergunning de in a t/m f genoemde werkzaamheden uit te voeren dieper dan 1,00 m onder peil.

3.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  • d. plaatsvinden voordat de hoogspanningsleidingen als bedoeld in artikel 3.1 worden aangelegd, of;
  • e. de uitvoering betreffen van dit inpassingsplan;
  • f. betrekking hebben op de buisleidingenstraat.

3.4.3 Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsleidingen als bedoeld in artikel 3.1;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.