direct naar inhoud van 3.4 Provinciaal en regionaal beleid
Plan: 150 kV-verbinding Dinteloord-Roosendaal
Status: vastgesteld
Plantype: inpassingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ip150kv-va01

3.4 Provinciaal en regionaal beleid

3.4.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. De Structuurvisie is zelfbindend en geeft voor de opgenomen beleidsonderdelen het provinciale belang aan. De provincie heeft haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Ook beschrijft de provincie hoe zij haar doelen wil bereiken. De volgende 13 provinciale ruimtelijke belangen zijn opgenomen:


1. Regionale contrasten

2. Een multifunctioneel landelijk gebied

3. Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem

4. Een betere waterveiligheid door preventie

5. Koppeling van waterberging en droogtebestrijding

6. Ruimte voor duurzame energie

7. Concentratie van verstedelijking

8. Sterk stedelijk netwerk: BrabantStad

9. Groene geledingszones tussen steden

10. Goed bereikbare recreatieve voorzieningen

11. Economische kennisclusters

12. (inter)nationale bereikbaarheid

13. Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur


De aanleg van de ondergrondse kabelverbinding is niet strijdig met de genoemde provinciale belangen.

3.4.2 Verordening ruimte 2011

De Verordening Ruimte 2011 Noord-Brabant is op 1 maart 2011 in werking getreden. De Verordening Ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie. In de Verordening ruimte staan regels waarmee rekening moet worden gehouden bij de ruimtelijke planvorming. De onderwerpen die in de Verordening Ruimte aan bod komen, komen voort uit de provinciale Structuurvisie. Het gaat hier om ruimtelijke kwaliteit, stedelijke ontwikkelingen, de natuurgebieden, agrarische ontwikkelingen en overige ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Onderstaande afbeelding geeft een weergave van de Verordening Ruimte ten aanzien van de thema's cultuurhistorie en landschap.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.ip150kv-va01_0005.jpg"

Uit deze kaart blijkt dat het voorgenomen tracé gebieden doorkruist die in de Verordening Ruimte opgenomen zijn als Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Zoekgebied voor ecologische verbindingszone (EVZ), Zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen en Groenblauwe mantel. De Verordening Ruimte stelt de volgende regels aan het opstellen van bestemmingsplannen in de genoemde gevoelige gebieden:

Een bestemmingsplan dat is gelegen in de ecologische hoofdstructuur:

  • a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden;
  • b. stelt regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de
    onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in een zoekgebied voor ecologische verbindingszone strekt tot de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone waarbij dat zoekgebied een breedte heeft van ten minste 25 meter in alle overige gebieden. Het bestemmingsplan stelt:

  • a. beperkingen aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder wat betreft de daarmee verband houdende bebouwing, voor zover zulks nodig is om te voorkomen dat dit gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone;
  • b. regels ten aanzien van het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel:

  • a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden
    gebieden;
  • b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Door op bepaalde plekken te kiezen voor een gestuurde boring (zie paragraaf 2.2.2) is er geen sprake van aantasting van de EHS en EVZ. Ook de Groenblauwe mantel wordt ontzien. De effecten op de aanwezige natuurwaarden in het gebied en op de ecologische hoofdstructuur zijn beschreven in paragraaf 5.2. De aanleg van de kabelverbinding voldoet aan de vereisten zoals gesteld in de Verordening ten aanzien van de Groenblauwe mantel.

De hiernavolgende afbeelding geeft een weergave van de Verordening Ruimte ten aanzien van de thema's stedelijke ontwikkeling en water.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.ip150kv-va01_0006.jpg"

Het tracé kruist de aanduidingen regionaal waterbergingsgebied en reserveringsgebied voor waterberging. Waterbergingsgebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Regionale waterbergingsgebieden bestaan uit drie soorten gebieden: gebieden die van oudsher
al regelmatig inunderen (natuurlijke overstromingsgebieden), gebieden die de afgelopen periode door de waterschappen concreet zijn ingericht voor waterberging en gebieden die gedurende de planperiode van de waterbeheerplannen van de waterschappen (2010-2015) concreet ingericht zullen worden. Naast de regionale waterbergingsgebieden zijn er reserveringsgebieden voor waterberging opgenomen. Met de reserveringsgebieden waterberging wordt gedoeld op gebieden die, op basis van een inventarisatie door de waterschappen tijdens de totstandkoming van de reconstructieplannen, zijn vastgelegd omdat deze in de toekomst noodzakelijk kunnen zijn voor waterberging. De regelgeving voor de regionale waterbergingsgebieden en reserveringsgebieden waterberging is gericht op het tegengaan van activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. De aanleg van een ondergrondse kabelverbinding leidt niet tot aantasting van het waterbergend vermogen van het gebied.

3.4.3 Provinciaal Waterplan

Het Provinciaal Waterplan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2010-2015. Het plan doorloopt samen met de plannen van het Rijk en de waterschappen een 6-jarige beleidscyclus die is afgestemd op de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Het plan is tevens beheerplan voor grondwateronttrekkingen. Bovendien is het plan structuurvisie voor het aspect water op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.


De provincie hanteert de volgende hoofddoelstelling voor het waterbeleid in Noord-Brabant:

De provincie wil dat het water bijdraagt aan een gezonde omgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Dit vertalen we in de volgende maatschappelijke doelen:

- Schoon grond- en oppervlaktewater voor iedereen.

- Adequate bescherming van Noord-Brabant tegen overstromingen.

- Noord-Brabant heeft de juiste hoeveelheden water (niet te veel en niet te weinig).


In Noord-Brabant worden acht waterhuishoudkundige functies onderscheiden waarvoor naast de bovengenoemde algemene doelstellingen ook meer specifieke doelstellingen gelden, namelijk:

  • Functie 'Waternatuur'
  • Functie 'verweven voor waterlopen'
  • Functie 'ecologische verbindingszone langs waterlopen'
  • Functie 'Scheepvaart'
  • Functie Zwemwater'
  • Functie 'water voor de Groene Hoofdstructuur'
  • Functie 'water voor de Agrarische Hoofdstructuur
  • Functie 'water in bebouwd gebied'


In de meeste gevallen betreft het functies die zonder of met slechts beperkte aanpassingen zijn overgenomen uit het vorige Waterhuishoudingsplan (WHP 2003), omdat de evaluatie van het waterbeleid geen aanleiding tot verandering heeft gegeven. De functie 'scheepvaart' daarentegen is nieuw. De functie 'verweven' is een verbreding van de functie 'viswater' uit het WHP 2003, die in dit plan is vervallen.


In onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van het provinciaal waterplan opgenomen ter plaatse van het tracé.

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.ip150kv-va01_0007.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.9930.ip150kv-va01_0008.jpg"

3.4.4 Keur Waterschap Brabantse Delta

In december 2009 zijn de Waterwet en de Keur waterschap Brabantse Delta in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlaktewater, het grondwater en de waterbodem (het watersysteem), en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.


De keur van het waterschap is een verordening met wettelijke voorschriften die gelden voor alle oppervlaktewaterlichamen en keringen, op het gebied van waterkwantiteit en -kwaliteit, die in beheer zijn bij het waterschap. De keur is een aanvulling op de Waterwet met verschillende gebods- en verbodsbepalingen. Bij het verlenen van watervergunningen hanteert het waterschap verschillende beleidsregels. Waaronder "toepassing Waterwet en Keur". Hierin staat aangegeven in welke situaties een watervergunning kan worden verleend, waarop een aanvraag wordt getoetst en welke voorwaarden aan de watervergunning worden verbonden.


Zo zijn er regels met betrekking tot:

  • Handelingen in waterkeringen en de daarbij behorende beschermingszones.
  • Handelingen in rivieren, beken en sloten en de daarbij behorende onderhoudsstrook.
  • Waterstaatkundige werken als gemalen, sluizen, stuwen etc.
  • De scheepvaart.
  • Uitbreidingen met een toename van >2000 m2 verhard oppervlak.