direct naar inhoud van 5.4 Bodem
Plan: 150 kV-verbinding Dinteloord-Roosendaal
Status: vastgesteld
Plantype: inpassingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ip150kv-va01

5.4 Bodem

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.


Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s).

Ter plaatse van het tracé is een beperkt historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is om te bepalen of er vanuit de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, mogelijk sprake is van belemmeringen voor de voorgenomen aanleg van de kabel. Het rapport is opgenomen in bijlage 3 Bodem.

Uit het onderzoek blijkt dat er ter plaatse van het tracé zelf geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden en er geen aanleidingen zijn om een eventuele bodemverontreiniging ter plaatse van het tracé te doen vermoeden. Van de ondergrondse brandstoftanks of de agrarische bedrijfsactiviteiten die in de directe omgeving aanwezig zijn, plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, worden geen perceeloverschrijdende verontreinigingen verwacht die de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van het tracé nadelig kunnen hebben beïnvloed.


Voor één locatie (Provinciale Weg 115) geldt dat er in het verleden ter plaatse van het tracé een verontreiniging aanwezig is geweest, die vervolgens voldoende is gesaneerd, waarna het bevoegd gezag heeft ingestemd met de uitgevoerde sanering.


Er is dan ook, voor zover bekend, ter plaatse van het toekomstige tracé met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen sprake van mogelijke belemmeringen voor de werkzaamheden voor het aanleggen van de ondergrondse kabelverbinding.

Voorafgaand aan de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om te verifiëren dat de onderzoekslocatie onverdacht is en om de kwaliteit van de vrijkomende grond (indicatief) te bepalen. Aangezien er geen aanleidingen zijn om een bodemverontreiniging ter plaatse te verwachten kan het verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd conform de strategie “onverdachte locatie” uit de NEN 5740. Tevens blijkt daaruit of er in verband met aanwezige bodemverontreiniging tijdens de grondwerkzaamheden eventueel bepaalde veiligheidsmaatregelen nodig zijn.