direct naar inhoud van Regels
vastgesteld

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepaling

1.1 wijzigingsverordening

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.9930.wijzvr14regels1-va01, met de bijbehorende regels

Hoofdstuk 2 Algemene regels

Artikel 2 Wijzigingen regels

De Verordening ruimte 2014 wordt als volgt gewijzigd:

2.1 Artikel 1.20

Artikel 1.20 komt te luiden:

1.20 bouwperceel
aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;

2.2 Artikel 1.46

Artikel 1.46 komt te luiden:

1.46 kleinschalige bebouwing of voorziening
bebouwing, al dan niet ten behoeve van een voorziening, met een gezamenlijke omvang van ten hoogste 90 m2;

2.3 Artikel 2

Aan artikel 2, derde lid, onder a, sub I, wordt toegevoegd: of;

2.4 Diverse artikelen

Het woord 'en' wordt verwijderd in de opsommingen, opgenomen in artikel 4.1, onder a, artikel 4.3, tweede lid, onder a, artikel 4.4, tweede lid, onder a, artikel 5.8, derde lid, onder a, artikel 6.4, eerste lid, onder b, sub I, artikel 6.4, eerste lid, onder c, sub I, artikel 6.4, derde lid, onder b, artikel 7.1, eerste lid, onder a, artikel 7.4, eerste lid, onder c, sub I, artikel 7.4, eerste lid, onder b, sub I, artikel 7.4, derde lid, onder a en b, artikel 11.1, eerste lid, onder a, en artikel 12.2, eerste lid, onder a;

2.5 Artikel 4.6

Artikel 4.6, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

  • a. In de aanhef wordt na de woorden 'een uitbreiding van' ingevoegd: een bedrijf op.
  • b. In onderdeel a wordt na de woorden 'mogelijkheden ontbreken' ingevoegd: voor het bedrijf.
2.6 Artikel 4.7

Artikel 4.7 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. Het eerste lid komt te luiden:
    Een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied bepaalt dat de vestiging van, de uitbreiding van en toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van mestbewerking zijn uitgesloten.
  • b. In het tweede lid, aanhef, wordt 'de bestaande bebouwing' gewijzigd in: de bestaande bebouwingsoppervlakte.
2.7 Artikel 4.11

Artikel 4.11, onder d vervalt.

2.8 Diverse artikelen

In artikel 4.11, onder a, artikel 6.2, eerste lid, onder a, artikel 6.5, eerste lid, onder a, artikel 7.2, eerste lid, onder a, artikel 7.6, eerste lid, wordt 'vestiging van en omschakeling naar' (…) alsmede uitbreiding van een bestaand' telkenmale gewijzigd in: uitbreiding van, vestiging van of omschakeling naar.

2.9 Artikel 6.4 en 7.4

Artikel 6.4 en artikel 7.4 worden gewijzigd als volgt:

  • a. In het eerste lid, onder aanhef, wordt na 'indien' ingevoegd: er sprake is van één of meer van de volgende situaties.
  • b. In het eerste lid, onder a, alsmede onder b, sub II, vervalt het woord 'of'.
  • c. In eerste lid, onder c, sub I, wordt na het woord 'blijkt' toegevoegd: uit.
  • d. In het derde lid, onder a, wordt na het woord 'is' toegevoegd: in overwegende mate.
2.10 Artikel 6.9 en 7.9

In artikel 6.9, tweede lid, onder d, en artikel 7.9, tweede lid, onder d, wordt 'kan worden voorzien' vervangen door: kan het plan voorzien.

2.11 Artikel 6.10 en 7.10

Artikel 6.10, eerste lid, onder h, en artikel 7.10, eerste lid, onder h, wordt 'past binnen de toegestane omvang van 5000 m2' vervangen door: past binnen de op grond van deze verordening toegestane omvang.

2.12 Artikel 7.12

Artikel 7.12 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. Het eerste lid komt te luiden:
    Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat de vestiging van, de uitbreiding van en toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van mestbewerking zijn uitgesloten.
  • b. De aanhef van het derde lid komt te luiden:
    In afwijking van het eerste lid en artikel 7.10, eerste lid, onder a en d, is de vestiging van, uitbreiding van of toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van mestbewerking mogelijk, mits:
2.13 Artikel 25.1

Artikel 25.1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 5.1, eerste lid onder c (bescherming ecologische hoofdstructuur), artikel 6.3 en artikel 7.3 (veehouderij) bepaalt een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding Beperkingen veehouderij dat:
    • a. uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet zijn toegestaan;
    • b. toename van de bestaande bebouwing, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), niet is toegestaan.
2.14 Artikel 23

In artikel 23, derde lid, vervalt het jaartal '2010'.

2.15 Artikel 31.1

Artikel 31.1 onder a, b, c en d komt te luiden:

  • a. de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV);
  • b. de Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV);
  • c. de Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB);
  • d. Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV).
2.16 Artikel 33

Artikel 33 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. Het eerste lid, vervalt.
  • b. Het tweede en derde lid wordt vernummerd tot eerste lid en tweede lid.
  • c. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden:
    Tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dat in overeenstemming is met artikel 4.7 en artikel 7.12 (mestbewerking) in werking is getreden, geldt voor mestbewerking dat geen toename van de bebouwingsoppervlakte is toegestaan van de:
  • d. In het tweede lid wordt 'college van Burgemeester en wethouders' vervangen door: het bevoegd gezag.
2.17 Artikel 34

Artikel 34 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. In het eerste lid, onder a, sub VI, wordt 'in de planontwikkeling' vervangen door: bij het initiatief.
  • b. In het eerste lid, sub b, onder I vervalt: is geborgd dat.
  • c. Het tweede lid komt te luiden:
    Tot het tijdstip dat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 4.11 en artikel 25.1 geldt voor veehouderijen de regel dat geen toename van de bestaande bebouwing is toegestaan, behoudens indien er sprake is van een grondgebonden veehouderij als bedoeld in artikel 25.1, tweede lid;
  • d. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid. Na 'in het eerste lid' wordt toegevoegd: onder a.
  • e. Het vijfde lid, wordt vernummerd tot vierde lid, waarbij 'artikel 4.11, 6.3 en artikel 7.3' wordt vervangen door: artikel 4.11, artikel 6.3, tweede lid, onder b, en artikel 7.3, tweede lid, onder b,.De passage 'gebruikt mag worden' wordt telkenmale vervangen door 'in gebruik mag worden genomen'.
2.18 Artikel 35

Artikel 35, onder a en b, komt te luiden:

  • a. ten behoeve van de uitoefening van een veehouderij en/of een glastuinbouwbedrijf ingeval subsidie is verstrekt vanwege de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV), de Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) of de Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB);
  • b. ten behoeve van een veehouderij ingeval Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV) is toegepast.
2.19 Artikel 36.2

In artikel 36.2, eerste lid, onder b, wordt na 'regionaal' ingevoegd: ruimtelijk.

2.20 Artikel 40

Artikel 40 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. In het eerste en vierde lid vervalt 'Noord-Brabant'.
  • b. In het derde lid wordt 'artikelen 6.3, 7.3 en 34' vervangen door: artikel 6.3, tweede lid, onder a, artikel 7.3, tweede lid onder a en artikel 34, eerste en vierde lid.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze wijzigingsverordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4 Citeertitel

Deze wijzigingsverordening wordt aangehaald als: Wijziging Verordening ruimte 2014, veegronde regels