direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Dinteloord en Prinsenland Steenbergen
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra0851bgdipri-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 25 juni 2013 hebben wij het besluit van 20 juni 2013 en de 'Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Dinteloord en Prinsenland' ontvangen. De plankaarten en regels zoals deze zijn vastgesteld zijn in PDF formaat ter beschikking gesteld en pas enkele weken later digitaal. Omdat het digitale plan volgens het Besluit ruimtelijke ordening bepalend is constateren wij dat het bestemmingsplan ons niet tijdig ter beschikking is gesteld.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 (hierna: Vr). Deze verordening is op 11 mei 2012 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 juni 2012 in werking getreden en vormt het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen.

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en effici├źnter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe bij brief van 21 augustus 2012, nr. C2079126 een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 8 maart 2013, kenmerk C2113231/3392767. Daarnaast is in de periode tussen het geven van het directie advies en het vaststellen van het bestemmingsplan, op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad. 

1.4. Basis reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het opstellen van het digitale plan voor deze reactieve aanwijzing hebben wij echter niet de beschikking over het authentieke plan zoals vastgesteld door de gemeenteraad omdat dit pas later via www.ruimtelijkeplannen ter beschikking komt.

1.4.1 Verwijzing naar regels bestemmingsplan

Uit de tekst van de aanwijzing in combinatie met de motivering blijkt steeds waarop de aanwijzing ziet. Omdat het niet uitgesloten is dat later bij de beschikbaarstelling van het authentieke plan blijkt dat de door ons opgenomen referentie bij de vaststelling toch nog vernummerd of anders aangeduid is, hebben wij in de aanwijzing zelf alleen de strekking van de aanwijzing opgenomen.

Ter informatie hebben wij in de motivering wel de verwijzing naar een artikellid opgenomen, waarbij dit is gebaseerd op de nummering van de regels zoals deze in het ontwerpplan of de stukken bij het raadsvoorstel te vinden is.

Het is uiteindelijk aan de gemeente om de reactieve aanwijzing op een juiste manier bij beoordeling van verzoeken om bijvoorbeeld omgevingsvergunning te betrekken.

1.5. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat elke aanwijzing later gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft. Hierdoor komen in de analoge tekst sommige overwegingen regelmatig terug. Wij beschouwen dit als een nadeel dat niet opweegt tegen de voordelen van een goede digitale ontsluiting van de juiste informatie per locatie.

Het karakter van digitaal plan heeft nog andere gevolgen voor de tekst. Net als in een bestemmingsplan is er geen apart onderdeel met alle aanwijzingen op een rij (in juridische termen: dictum) opgenomen. In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing(-en) t.a.v. de regels voor de bestemming Agrarisch

2.1. Aanwijzing ta.v. teeltondersteunende kassen in de groenblauwe mantel

De regel dat binnen het bestemmingsvlak Agrarisch teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering treedt niet in werking voor bestemmingsvlakken Agrarisch die zijn gelegen in de op de verbeelding aangeduide 'milieuzone - groenblauwe mantel'.

Motivering
De agrarische bedrijven zijn in het bestemmingsplan opgenomen in de bestemming 'Agrarisch'. Artikel 3.2.2 in de ons toegezonden versie van de vastgestelde regels biedt de mogelijkheid om binnen de bestemming Agrarisch teeltondersteunende kassen op te richten. Er zijn geen beperkingen opgenomen voor bestemmingsvlakken die in de milieuzone - groenblauwe mantel liggen.

De bestemmingsvlakken zijn in het onderhavige plangebied gelegen in gebieden die volgens de Vr zijn aangeduid als 'agrarisch gebied' en 'groenblauwe mantel'.


Hoofdstuk 6 Vr
Op grond van artikel 6.4, lid 2 onder a. Vr kan een bestemmingsplan binnen het bouwblok voor een grondgebonden agrarisch bedrijf voorzien in de bouw of uitvoering van permanente teeltondersteunende voorzieningen. Anders dan in agrarisch gebied is het oprichten van kassen binnen de groenblauwe mantel niet mogelijk.

Gelet op de begripsbepalingen in het bestemmingsplan in relatie tot de begripsbepalingen in de Vr staat het vastgestelde bestemmingsplan ook het oprichten van kassen voor agrarische bedrijven gelegen in de groenblauwe mantel toe.

Wij concluderen dan ook dat met de hiervoor beschreven generieke mogelijkheid tot oprichten van kassen binnen de bestemming Agrarisch, een regeling is opgenomen die niet in overeenstemming is met artikel 6.4 van de Vr. Wij achten het plan op dit punt in strijd met de Vr.

2.2. Aanwijzing ta.v. bevoegdheid afwijking maximumomvang van teeltondersteunende kassen in de groenblauwe mantel

De regel dat binnen het bestemmingsvlak Agrarisch met omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de maximale omvang voor teeltondersteunende kassen treedt niet in werking voor bestemmingsvlakken Agrarisch die zijn gelegen in de op de verbeelding aangeduide 'milieuzone - groenblauwe mantel'.

Motivering
De agrarische bedrijven zijn in het bestemmingsplan opgenomen in de bestemming 'Agrarisch'. Artikel 3.4.4 in de ons toegezonden versie van de vastgestelde regels biedt de mogelijkheid om met omgevingsvergunning af te wijken van de maximale omvang van teeltondersteunende kassen. Een uitzondering is hierop gemaakt voor locaties in de ecologische hoofdstructuur, maar niet voor de groenblauwe mantel.

De bestemmingsvlakken zijn in het onderhavige plangebied gelegen in gebieden die volgens de Verordening ruimte zijn aangeduid als 'agrarisch gebied' en 'groenblauwe mantel'.


Hoofdstuk 6 Vr
Op grond van artikel 6.4, lid 2 onder a. Verordening ruimte kan een bestemmingsplan binnen het bouwblok voor een grondgebonden agrarisch bedrijf voorzien in de bouw of uitvoering van permanente teeltondersteunende voorzieningen. Anders dan in agrarisch gebied is het oprichten van kassen binnen de groenblauwe mantel niet mogelijk.

Gelet op de begripsbepalingen in het bestemmingsplan in relatie tot de begripsbepalingen in de Vr staat het vastgestelde bestemmingsplan ook het oprichten c.q. uitbreiden van (ondersteunende) kassen Agrarisch gelegen in de groenblauwe mantel toe.

Wij concluderen dan ook dat met de hiervoor beschreven generieke mogelijkheid tot het uitbreiden van de omvang van kassen binnen de bestemming Agrarisch, een regeling is opgenomen die niet in overeenstemming is met artikel 6.4 van de Vr. Wij achten het plan op dit punt in strijd met de Vr.