direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Kom Lieshout, Laarbeek
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra1659KomLies-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 3 juli 2013 hebben wij het besluit van 27 juni 2013 met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Kom Lieshout” ontvangen. Dit besluit gaat vergezeld van een responsnota (van zienswijzen). De plankaarten en regels zoals deze zouden zijn vastgesteld zijn ons niet ter beschikking gesteld.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2012 (hierna: Vr). Deze verordening is op 11 mei 2012 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 juni 2012 in werking getreden. Daarnaast hebben Provinciale Staten op 17 mei 2013, de wijzigingsverordening Wijziging Verordening ruimte 2012, zorgvuldige veehouderij, vastgesteld welke op 1 juni 2013 in werking is getreden.

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiënter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe bij brief van 26 april 2012, kenmerk C2070354/3012941, een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 24 april 2013, kenmerk C2113981/3394491. In het kader van de zienswijze is op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad. 

1.4. Basis reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het opstellen van het digitale plan voor deze reactieve aanwijzing hebben wij echter niet de beschikking over het authentieke plan zoals vastgesteld door de gemeenteraad omdat dit pas later via www.ruimtelijkeplannen ter beschikking komt.

1.4.1 Verwijzing naar regels bestemmingsplan

Uit de tekst van de aanwijzing in combinatie met de motivering blijkt steeds waarop de aanwijzing ziet. Omdat het niet uitgesloten is dat later bij de beschikbaarstelling van het authentieke plan blijkt dat de door ons opgenomen referentie bij de vaststelling toch nog vernummerd of anders aangeduid is, hebben wij in de aanwijzing zelf alleen de strekking van de aanwijzing opgenomen.

Ter informatie hebben wij in de motivering wel de verwijzing naar een artikellid opgenomen, waarbij dit is gebaseerd op de nummering van de regels zoals deze in het ontwerpplan of de stukken bij het raadsvoorstel te vinden is.

Het is uiteindelijk aan de gemeente om de reactieve aanwijzing op een juiste manier bij beoordeling van verzoeken om bijvoorbeeld omgevingsvergunning te betrekken.

1.5. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat elke aanwijzing later gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft. Hierdoor komen in de analoge tekst sommige overwegingen regelmatig terug. Wij beschouwen dit als een nadeel dat niet opweegt tegen de voordelen van een goede digitale ontsluiting van de juiste informatie per locatie.

Het karakter van digitaal plan heeft nog andere gevolgen voor de tekst. Net als in een bestemmingsplan is er geen apart onderdeel met alle aanwijzingen op een rij (in juridische termen: dictum) opgenomen. In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing t.a.v. begrenzing

2.1. Aanwijzing t.a.v. strook met functieaanduiding bedrijfswoning

De functieaanduiding 'bedrijfswoning', zoals opgenomen in een strook aan de noordzijde van de straat De Stater te Lieshout, treedt niet in werking.

Motivering
De functieaanduiding 'bedrijfswoning' maakt het mogelijk om per bouwperceel maximaal één bedrijfswoning te bouwen binnen de bestemming "Bedrijventerrein". In onze zienswijze van 24 april 2013 hebben wij bezwaar gemaakt tegen het in stand laten van de mogelijkheid voor het realiseren van nieuwe bedrijfswoningen. Er is sprake van een ongewijzigd vastgesteld planonderdeel.

Hoofdstuk 3 Vr - Stedelijke ontwikkeling

De Vr bevat in artikel 3.7, in samenhang met artikel 3.6, regels voor bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties. In deze artikelen is bepaald dat een bestemmingsplan een verantwoording behoort te bevatten over de wijze waarop door regels, zorgvuldig ruimtegebruik wordt bevorderd. Dit dient te gebeuren door het stellen van regels die oneigenlijk ruimtegebruik, gelet op de aard van het bedrijventerrein of de kantorenlocatie, beogen tegen te gaan. Onder oneigenlijk ruimtegebruik wordt mede verstaan het gebruik van middelzwaar en zwaar bedrijventerrein voor onder andere bedrijfswoningen.

Ons blijkt dat in het plan de mogelijkheid voor het realiseren van nieuwe bedrijfswoningen, ondanks onze zienswijze, in stand is gelaten. De gemeenteraad betoogt op de eerste plaats dat vigerende mogelijkheden voor bedrijfswoningen op bedrijventerreinen moeten worden gerespecteerd. De kavels zijn destijds immers verkocht met bepaalde bouwmogelijkheden. Verder wordt gesteld dat het te ver gaat om een bestaand bedrijventerrein te toetsen aan nieuwe beleidsregels die gelden voor middelzware en zware bedrijventerreinen. Op het terrein zijn, blijkens de 'Responsnota ingebrachte zienswijzen', veelal lichte en ambachtelijke bedrijven gevestigd. Dit laat ons inziens evenwel onverlet dat volgens planartikel 6 "Bedrijventerrein" ook bedrijven in de middelzware milieucategorie zijn toegestaan. Op een tegenoverliggend bedrijventerreingedeelte is bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.2 mogelijk.

Zoals wij hierboven hebben aangegeven dient een bestemmingsplan een verantwoording te bevatten over de wijze waarop door regels, zorgvuldig ruimtegebruik wordt bevorderd. Met de stellingen dat in het vorige bestemmingsplan was voorzien in bouwmogelijkheden voor nieuwe bedrijfswoningen en dat mogelijk planschade kan optreden, is niet verantwoord dat het toestaan van nieuwe bedrijfswoningen, niet leidt tot oneigenlijk ruimtegebruik van het bedrijventerrein. Nu de gemeenteraad niet heeft voldaan aan desbetreffende verantwoordingsplicht, bestaat strijdigheid met de artikelen 3.6 en 3.7 van de Vr.

In dit kader attenderen wij ook op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart jl., kenmerk 201109106. In het, in deze uitspraak, aan de orde zijnde plan verzuimde de gemeente te motiveren waarom het toelaten van de mogelijkheid van realisering van nieuwe bedrijfswoningen, geen inbreuk maakt op oneigenlijk ruimtegebruik. Dit motiveringsverzuim wordt in strijd geacht met de Vr.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing(-en) t.a.v. de regels voor de bestemming Bedrijventerrein

3.1. Aanwijzing t.a.v. bouwregels (Hoofd)gebouwen

In de regels voor de bestemming "Bedrijventerrein" treedt niet in werking het artikel waarin is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' per bouwperceel maximaal één bedrijfswoning mag worden gebouwd, voorzover betrekking hebbend op een strook aan de noordzijde van de straat De Stater te Lieshout .

Motivering

Onder 'Aanwijzing t.a.v. strook met functieaanduiding bedrijfswoning' hebben wij bepaald dat deze functieaanduiding voor één deel van het bestemmingsplan niet in werking treedt.

In verband hiermee en ten behoeve van de consistentie in de regels van het plan, treedt ook de bijbehorende regel voor deze functieaanduiding - in het ontwerpplan opgenomen in artikel 6.2.1 onder 'e' - niet in werking voorzover betrekking hebbend op een strook aan de noordzijde van de straat De Stater te Lieshout. Voor een verdere motivering verwijzen wij naar 'Aanwijzing t.a.v. strook met functieaanduiding bedrijfswoning'.

3.2. Aanwijzing t.a.v. mogelijkheid voor perifere detailhandel

In de regels voor de bestemming "Bedrijventerrein" treden de volgende artikelen niet in werking, voorzover betrekking hebbend op de gebieden binnen de bestemming "Bedrijventerrein" ten oosten van de Havenweg, zoals aangegeven op de kaart bij dit besluit:

  • de regeling waarbij het uitoefenen van perifere detailhandel is toegestaan;
  • het deel van de regeling waarbij het gebruik van gronden en bouwwerken voor perifere detailhandel niet als strijdig gebruik wordt beschouwd.

 

Motivering
In het ontwerp-plan laat artikel 6.1.3 perifere detailhandel toe binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'. In het ontwerp-plan is hieraan de voorwaarde verbonden dat op eigen terrein in de benodigde parkeervoorzieningen dient te worden voorzien. In onze zienswijze van 24 april 2013 hebben wij bezwaar gemaakt tegen het toelaten van perifere detailhandel binnen de bestemming "Bedrijventerrein". Naar aanleiding van onze zienswijze zijn enkele voorwaarden toegevoegd waaronder deze activiteit toelaatbaar wordt geacht. Er is aldus sprake van een gewijzigd vastgesteld planonderdeel.

Verder is in artikel 6.5 onder 'b' van het ontwerp-plan bepaald dat onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan in ieder geval wordt verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor onder meer detailhandel met uitzondering van een beperkte verkoop van ter plaatse vervaardigde, geproduceerde of bewerkte goederen en met uitzondering van perifere detailhandel. In onze zienswijze van 24 april 2013 hebben wij bezwaar gemaakt tegen het toelaten van perifere detailhandel binnen de bestemming "Bedrijventerrein". Dit planonderdeel is ongewijzigd vastgesteld.

 

Hoofdstuk 3 Vr - Stedelijke ontwikkeling
De Vr bevat in artikel 3.7, in samenhang met artikel 3.6, regels voor bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties. In deze artikelen is bepaald dat een bestemmingsplan een verantwoording behoort te bevatten over de wijze waarop door regels, zorgvuldig ruimtegebruik wordt bevorderd. Dit dient te gebeuren door het stellen van regels die oneigenlijk ruimtegebruik, gelet op de aard van het bedrijventerrein of de kantorenlocatie, beogen tegen te gaan. Onder oneigenlijk ruimtegebruik wordt mede verstaan het gebruik van middelzwaar en zwaar bedrijventerrein voor onder andere detailhandel.

Ons blijkt dat in het plan de mogelijkheid voor het uitoefenen van perifere detailhandel, in stand is gelaten. Wel heeft de gemeenteraad blijkens de 'Responsnota ingebrachte zienswijzen' voorwaarden toegevoegd. Deze betreffen: passen binnen lokaal voorzieningenpatroon/verzorgingsstructuur, ontbreken geschikte/alternatieve locatie binnen de kern Lieshout en op eigen terrein voorzien in voldoende ruimte voor laden/lossen.

Zoals wij hierboven hebben aangegeven dient een bestemmingsplan een verantwoording te bevatten over de wijze waarop door regels, zorgvuldig ruimtegebruik wordt bevorderd. Met het opnemen van nieuwe voorwaarden waaronder perifere detailhandel mogelijk wordt gemaakt, heeft de gemeenteraad niet verantwoord dat het toestaan van perifere detailhandel, niet leidt tot oneigenlijk ruimtegebruik van het bedrijventerrein. Nu de gemeenteraad niet heeft voldaan aan desbetreffende verantwoordingsplicht, bestaat strijdigheid met de artikelen 3.6 en 3.7 van de Vr.

Aangewezen gebied

Wij zijn van mening dat gezien de karakteristiek van de gebieden met de bestemming "Bedrijventerrein" gelegen ten oosten van de Havenweg, perifere detailhandel gelet op de provinciale ruimtelijke belangen, niet aanvaardbaar is. Hierbij hebben wij niet alleen rekening gehouden met de ligging van deze gebieden maar ook met de functionele samenstelling ervan. Zo constateren wij dat in delen van de bestemming "Bedrijventerrein", bedrijvigheid in milieucategorie 4.2 is toegestaan en geen menging van functies kent. Verder blijkt ons dat de gemeente voor deze gebieden, beleidsmatig niet inzet op transformatie en herprofilering naar een meer gemengd gebied.