direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Gedeeltelijke intrekking reactieve aanwijzing tav Buitengebied 3e herziening Moerdijk (2)
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.intrekra1709bgMoe2-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleiding

Bij besluit van 4 juni 2013 hebben wij een reactieve aanwijzing gegeven ten aanzien van het bestemmingsplan Buitengebied, 3e herziening teneinde de nieuwvestiging van een tankstation op het perceel Moerdijkseweg 1 te Zevenbergschen Hoek te blokkeren gezien de provinciale belangen die in het geding waren.

1.1. Aanleiding heroverweging

De gemeente Moerdijk heeft ons bij brief d.d. 15 mei 2014 verzocht om aanwijzing 2.4 (Moerdijkseweg 1 te Zevenbergschen Hoek) in te trekken. Reden daarvoor is dat wij het provinciaal inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk in ontwerp ter visie hebben gelegd en ook het perceel Moerdijkseweg 1 naar verwachting onderdeel zal worden van het bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is voor aanwijzing 2.4 van ons aanwijzingsbesluit de grondslag komen te vervallen. Dit is aanleiding om onze reactieve aanwijzing op deze onderdelen in te trekken.

Over dit verzoek hebben wij overleg met de gemeente gevoerd.

Hoofdstuk 2 Intrekking aanwijzing t.a.v. begrenzing

 

2.1. Intrekking aanwijzing 2.4, t.a.v. nieuw bestemmingsvlak Bedrijf, Moerdijkseweg 1 te Zevenbergschen Hoek

Wij trekken in de aanwijzing 2.4. ten aanzien van de bestemming 'Bedrijf' op het perceel Moerdijkseweg 1 te Zevenbergschen Hoek, zoals opgenomen in de reactieve aanwijzing van 4 juni 2013, met nummer C2119474/3414701 en planIDN NL.IMRO.9930.ral709bgMoer3e-va01.

2.1.1 Motivering

In de reactieve aanwijzing is op dit onderdeel aangevoerd dat de bestemming 'Bedrijf' op het perceel Moerdijkseweg 1 de nieuwvestiging van een tankstation betrof in zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling in strijd met artikel 11.6, lid 1 Vr2012 (niet-agrarische ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied).

Dit perceel was ook ten tijde van ons besluit tot het geven van onze reactieve aanwijzing omgeven door het plangebied van het provinciaal inpassingsplan (pip) Logistiek Park Moerdijk (LPM), maar was dit pip nog in voorbereiding en was nog niet in procedure gebracht. Daarmee bestond nog onduidelijkheid over de haalbaarheid van dit Inpassingsplan. Daarom hebben wij het bestemmingsplan buitengebied 3e herziening beoordeeld op basis van de regels van de Verordening ruimte 2012 voor het gebied buiten bestaand stedelijk gebied. Het perceel is weliswaar onderdeel van een gebied dat is aangemerkt als 'zoekgebied stedelijke ontwikkeling', maar het betreffende tankstation kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling.

Inmiddels hebben wij het pip LPM in procedure gebracht en heeft het in de periode van 12 juni t/m 23 juli 2014 ter visie gelegen zoals bedoeld in artikelen 3.26 jo 3.8, lid 1 Wet ruimtelijke ordening. Provinciale Staten nemen naar verwachting eind 2014 een beslissing over het definitieve inpassings- en exploitatieplan.

Door de vaststelling van het pip LPM zal sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling en zal dit plangebied volgens de Verordening ruimte 2014 (Vr) aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied. Gelet hierop achten wij het aanvaardbaar om voor het onderhavige perceel niet meer de regels van de Verordening ruimte toe te passen voor gemengd landelijk gebied, maar voor bestaand stedelijk gebied.

Verder merken wij naar aanleiding van het verzoek van de gemeente op dat niet is beoogd om de nieuwvestiging van een tankstation mogelijk te maken, maar de uitbreiding van een bestaand tankstation. Ten aanzien van dit argument constateren wij dat het bestaande tankstation en de uitbreiding daarvan aan twee afzonderlijke bedrijven worden verhuurd. Op grond van artikel 7.10 Vr, lid 1 sub e Verordening ruimte 2014 is dit in gemengd landelijk gebied niet toegestaan. Aangezien wij verwachten dat het gebied onderdeel zal gaan uitmaken van bestaand stedelijk gebied en wij vooruitlopend op de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan LPM de regels met betrekking tot bestaand stedelijk gebied toepassen is de strijdigheid met artikel 7.10, lid 1 sub e Vr niet meer aan de orde.

Hoofdstuk 3 Gevolg intrekking

Dit intrekkingsbesluit treedt onmiddellijk in werking. Hiermee komt ons aanwijzingsbesluit van 4 juni 2013 voor wat betreft aanwijzing 2.4 (de bestemming “Bedrijf” op de verbeelding) te vervallen. Het is niet mogelijk om tegen dit intrekkingsbesluit beroep aan te tekenen.

Het college van burgemeester en wethouders kan nu overgaan tot bekendmaking van de vaststelling van het bestemmingsplan voor dit onderdeel, overeenkomstig artikel 3.8 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening. Vervolgens is er tijdens de periode van terinzagelegging beroep mogelijk tegen dit onderdeel van het vastgestelde bestemmingsplan. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de kennisgeving van de gemeente.