direct naar inhoud van Thema 1. Niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Sint-Michielsgestel
Status: concept
Plantype: reactieve aanwijzing

Thema 1. Niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied

Aanwijzing 1, t.a.v. wijzigingsbevoegdheden naar de bestemming Wonen met de aanduiding sw-vab

Motivering:

In onze brief van 2 juni 2010 hebben wij een zienswijze ingediend onder het thema Zorgplicht ruimtelijke kwaliteit. Deze zienswijze was gebaseerd op de Ontwerp-Verordening Ruimte fase 2 van 1 juni 2010.

Vervolgens is in de Verordening Ruimte fase 1 en 2 zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 17 december 2010, een specifieke regeling toegevoegd voor het wonen buiten bestaand stedelijk gebied. Wij beoordelen de wijzigingsbevoegdheden naar de bestemming Wonen met de aanduiding sw-vab daarom niet meer aan de hand van het thema zorgplicht ruimtelijke kwaliteit maar aan de hand van het thema Regels voor het wonen buiten bestaand stedelijk gebied. Inhoudelijk heeft de reactieve aanwijzing wel betrekking op dezelfde onderdelen als onze zienswijze van 2 juni 2010.

In onze zienswijze hebben wij opgemerkt dat het bestemmingsplan een regeling kent voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen en dat het plan ook vanuit niet-agrarische bestemmingen functiewisselingen naar wonen toestaat waarbij tevens de aanduiding vrijkomend agrarisch bedrijfsgebouw wordt toegekend. Met deze aanduiding kan, indien zich een initiatief voordoet wederom worden omgeschakeld naar een andere functie dan wonen op grond van de artikelen 23.10.2 tot en met 23.10.5.

Voor zover het vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (artikel 3.9.15) betreft hebben wij aangegeven dat geen invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit c.q. dat de plantoelichting onvoldoende onderbouwt wat de gevolgen van de beoogde ontwikkelingen zijn voor de in het plan begrepen gronden en naaste omgeving.

Ten aanzien van functiewisseling van niet-agrarische bestemmingen (artikelen 7.9.3, 9.9.3, 12.9.3, 13.9.4, 15.9.2 en 16.8.3 ) hebben wij in de zienswijze aangegeven dat deze niet als vab zijn aan te merken omdat het geen vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen betreft.

In het antwoord op onze zienswijze wordt uitsluitend ingegaan op de vrijkoming van agrarische bedrijfsgebouwen. De gemeenteraad geeft aan hier pas over te gaan tot sloopplicht indien sprake is van een nieuwe ontwikkeling die zich ten aanzien van de bestemming Wonen met de aanduiding vab (in artikel 23) aandient. Dienaangaande merken wij het volgende op.

Artikel 3.9.15 van het bestemmingsplan maakt het mogelijk de bestemming Agrarisch met een bouwblok te wijzigen in de bestemming Wonen met de nadere aanduiding vab. Daartoe dient wel de oppervlakte van het bouwblok ten behoeve van de bestemming Wonen te worden verkleind. De agrarische bedrijfsgebouwen hoeven niet te worden gesloopt waarmee zij onder het overgangsrecht worden gebracht en buiten het bestemmingsvlak van wonen komen te liggen. Dit is strijdig met het bepaalde in artikel 11.1 lid 3 sub b van de Verordening dat sloop van overtollige bebouwing eist.

De artikelen 7.9.3, 9.9.3, 12.9.3, 13.9.4, 15.9.2 en 16.8.3 van het bestemmingsplan maken het mogelijk niet-agrarische bestemmingen met een bouwblok te wijzigen in de bestemming wonen met de nadere aanduiding vab. Daartoe dient wel de oppervlakte van het bouwblok ten behoeve van de bestemming Wonen te worden verkleind. De agrarische bedrijfsgebouwen hoeven niet te worden gesloopt waarmee zij onder het overgangsrecht worden gebracht en buiten het bestemmingsvlak van wonen komen te liggen.

In het antwoord op onze zienswijze gaat de gemeenteraad niet in op ons punt dat in casu geen sprake is van vrijkomende agrarische gebouwen en dat hierop wel het vab-beleid wordt toepast. In de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 zoals vastgesteld op 17 december 2010 is ons vab-begrip echter verruimd naar Vab-vestiging. In die zin betreft het niet meer enkel vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen maar ook bebouwing met een andere functie. De verordening maakt nu dus ook omschakelingen vanuit dergelijke functies mogelijk.

Blijft bij ons nu echter het bezwaar bestaan dat ook hier bij het omschakelen naar een woonfunctie geen sloop van overtollige bebouwing wordt veiliggesteld zoals artikel 11.1 lid 3 sub b van de Verordening ruimte vraagt.

De wijzigingsbevoegdheden in de artikelen 3.9.15, 7.9.3, 9.9.3, 12.9.3, 13.9.4, 15.9.2 en 16.8.3 zijn derhalve in strijd met artikel 11.1 lid 3 sub b van de Verordening Ruimte omdat bij de toekenning van de bestemming Wonen aan de voormalige bedrijfswoning niet wordt zekergesteld dat overtollige bebouwing wordt gesloopt.

Aanwijzing: De artikelleden 3.9.15, 7.9.3, 9.9.3, 12.9.3, 13.9.4, 15.9.2 en 16.8.3 treden niet in werking.