direct naar inhoud van Artikel 2.1.4. Stedelijke ontwikkeling in zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 2.1.4. Stedelijke ontwikkeling in zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling
  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.3 kan een bestemmingsplan, gelegen in een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, voorzien in een stedelijke ontwikkeling indien de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat.
  • 2. Uit de verantwoording als bedoeld in het eerste lid blijkt dat reële mogelijkheden ontbreken om de beoogde vorm van stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied van een van de kernen van de gemeente te situeren, in het bijzonder door middel van inbreiden, herstructureren, intensiveren, meervoudig ruimtegebruik of enige andere vorm van zorgvuldig ruimtegebruik.
  • 3. Uit de verantwoording als bedoeld in het eerste lid blijkt voor wat betreft de kernen die zijn gelegen binnen een landelijke regio voorts dat er reële mogelijkheden ontbreken om een nieuw te ontwikkelen of een uit te breiden bedrijventerrein of kantorenlocatie te situeren in het bestaand stedelijk gebied van enige kern van de aangrenzende gemeenten binnen de provincie Noord-Brabant.
  • 4. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid strekt ertoe dat:
    • a. de stedelijke ontwikkeling aansluit bij het bestaande stedelijk gebied of plaatsvindt in een nieuw cluster van stedelijke bebouwing;
    • b. bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting van de stedelijke ontwikkeling rekening wordt gehouden met de bestaande ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen;
    • c. daar waar de aanduiding 'ruimte voor beek- en kreekherstel' is gesitueerd, een strook van ten minste 25 meter breed wordt gereserveerd voor het herstel, het behoud of het beheer van bestaande beken of kreken.
  • 5. Een bestemmingsplan stelt voor zover zulks nodig is in verband met het beoogde herstel, behoud of beheer als bedoeld in het vierde lid, onder c:
    • a. regels ten aanzien van oppervlakteverharding, aanleg van dammen en dergelijke, beplantingen en buitenopslagplaatsen;
    • b. beperkingen aan stedelijke ontwikkeling.
  • 6. De toelichting als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording van de wijze waarop financieel, juridisch en feitelijk is verzekerd dat de realisering van de stedelijke ontwikkeling gepaard gaat met een wezenlijke en uitvoerbare verbetering van de bestaande of potentiële kwaliteiten van natuur, water, landschap of cultuurhistorie of van de recreatieve mogelijkheden van die omgeving, voor zover gelegen buiten bestaand stedelijk gebied.
  • 7. Indien een kwaliteitsverbetering als bedoeld in het zesde lid niet is verzekerd, wordt het bestemmingsplan slechts vastgesteld indien een adequate financiële bijdrage in een groenfonds is verzekerd.
  • 8. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het zesde lid bedoelde kwaliteitsverbetering en het in het zevende lid bedoelde groenfonds, met inbegrip van een regelmatige verslaglegging daaromtrent. Bij de voorbereiding van bedoelde nadere regels betrekken zij het regionaal planningsoverleg van het RPO-gebied wie het aangaat.
  • 9. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet.