direct naar inhoud van Artikel 3.1.1. Bijzondere begripsbepalingen
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 3.1.1. Bijzondere begripsbepalingen

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. ecologische hoofdstructuur: samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden;
  • b. ecologische verbindingszone: bij bestemmingsplan aangeduid langgerekt gebied waarbinnen verbindende landschapselementen zijn of worden gerealiseerd;
  • c. zoekgebied voor ecologische verbindingszone: gebied waarbinnen een ecologische verbindingszone is of wordt gerealiseerd;
  • d. attentiegebied ehs: gebied gelegen rondom en binnen de ecologische hoofdstructuur waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding;
  • e. ecologische waarden en kenmerken: aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde;
  • f. natuurbeheerplan: door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan op grond van hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant en hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant;
  • g. gebiedsvisie: ruimtelijke visie op een gebied waarvan een wezenlijk deel behoort tot de ecologische hoofdstructuur en waarbinnen zich ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die alleen in samenhang kunnen worden bezien, dan wel waarbij het in samenhang benaderen van de ruimtelijke ontwikkelingen leidt tot een grotere kwaliteitswinst voor meerdere functies waaronder de natuur;
  • h. saldobenadering: combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op de ecologische hoofdstructuur, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van de ecologische hoofdstructuur als geheel;
  • i. cultuurhistorische waarden en kenmerken: waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.