direct naar inhoud van Artikel 3.1.6. Wijziging van de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur om ecologische redenen
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 3.1.6. Wijziging van de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur om ecologische redenen
  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur wijzigen ten einde de ecologische samenhang te verbeteren of de ecologische hoofdstructuur duurzaam in te passen in de provinciale structuurvisie.
  • 2. Een wijziging van de begrenzing als bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden indien uit een zorgvuldige ecologische onderbouwing blijkt dat:
    a. de oorspronkelijke kwalitatieve en kwantitatieve ambities van de ecologische hoofdstructuur in het desbetreffende gebied worden behouden of versterkt;
    b. vaststaat welk onderdeel van de ecologische hoofdstructuur verdwijnt en waar dit onderdeel opnieuw wordt ingezet.
  • 3. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van een attentiegebied ehs wijzigen indien dit rechtstreeks voortvloeit uit een wijziging van de begrenzing als bedoeld in het eerste lid. Alvorens daartoe over te gaan raadplegen zij het betrokken waterschapsbestuur.
  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van een zoekgebied voor ecologische verbindingszone wijzigen indien dit tot een beter resultaat leidt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone.
  • 5. Ingeval Gedeputeerde Staten voornemens zijn toepassing te geven aan het eerste,derde of vierde lid geven zij toepassing aan artikel 4.1, zesde lid, van de wet, met dien verstande dat opmerkingen ter kennis van hen worden gebracht.
  • 6. Zodra Gedeputeerde Staten toepassing hebben gegeven aan het eerste, derde of vierde lid, stelt de gemeenteraad binnen negen maanden een bestemmingsplan vast in overeenstemming met de vastgestelde herbegrenzing en de bepalingen van deze paragraaf.