direct naar inhoud van Artikel 3.1.8. Wijziging van de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur op verzoek met toepassing van het nee-tenzij principe
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 3.1.8. Wijziging van de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur op verzoek met toepassing van het nee-tenzij principe
  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur, zoals bepaald op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, wijzigen indien uit het verzoek van de gemeente om herbegrenzing blijkt dat:
    • a. er sprake is van een groot openbaar belang;
    • b. er voor de ontwikkeling geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten de ecologische hoofdstructuur;
    • c. er geen andere oplossingen voorhanden zijn waardoor de aantasting van ecologische hoofdstructuur wordt voorkomen;
    • d. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd.
  • 2. Aan het onderzoek naar alternatieve locaties als bedoeld in het eerste lid, onder b, liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:
    • a. gezocht wordt naar alternatieve locaties binnen de gemeente en in omliggende gemeenten;
    • b. een alternatieve locatie moet overwegend dezelfde functie kunnen vervullen;
    • c. tijdverlies en meerkosten ten gevolge van de ontwikkeling van een alternatieve locatie zijn op zichzelf geen reden om dat alternatief af te wijzen.
  • 3. De wijze waarop de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd, als bedoeld in het eerste lid onder d, houdt in ieder geval in dat is verzekerd dat;
    • a. de compensatie niet leidt tot netto verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de ecologische kenmerken en waarden;
    • b. de compensatie plaatsvindt:
      • 1. aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat;
      • 2. door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op afstand van het gebied, indien fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het gebied niet mogelijk is, of
      • 3. op financiĆ«le wijze, indien zowel fysieke compensatie als compensatie door kwalitatief gelijkwaardige waarden redelijkerwijs onmogelijk is;
    • c. voldaan wordt aan de nadere regels inzake het compenseren van verlies van ecologische waarden en kenmerken als bedoeld in artikel 3.1.12.