direct naar inhoud van Artikel 3.3.4. Regels voor verwevingsgebieden
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 3.3.4. Regels voor verwevingsgebieden
  • 1. Een bestemmingsplan dat is gelegen in een verwevingsgebied bepaalt dat:
    • a. nieuwvestiging van een intensieve veehouderij niet is toegestaan;
    • b. hervestiging van en omschakeling naar intensieve veehouderij binnen een bestaand bouwblok toegestaan zijn op een duurzame locatie;
    • c. binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren;
    • d. uitbreiding van bouwblokken voor intensieve veehouderij is toegestaan tot ten hoogste 1,5 hectare op een duurzame locatie;
    • e. ingeval van uitbreiding op grond van d ten minste 10 % van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing.
  • 2. Uit de toelichting bij een bestemmingsplan blijkt ten aanzien van de duurzame locatie als bedoeld in het eerste lid, onder b en d, dat:
    • a. aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig zijn die noodzaken tot hervestiging, omschakeling of uitbreiding ter plaatse;
    • b. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte;
    • c. de beoogde ontwikkeling zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is.
  • 3. Tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dat in overeenstemming is met het eerste lid, onder c en d, in werking is getreden, geldt de regel dat:
    • a. binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren;
    • b. vergroting van de bebouwing ten behoeve van intensieve veehouderij welke op 20 maart 2010 aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk verleende wettelijke vergunning, uitsluitend is toegestaan voor zover dit niet leidt tot een bouwblok dat groter is dan 1,5 hectare waarbij ten minste 10 % van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing.
  • 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder d, is voor bouwblokken die op 20 maart 2010 een omvang hebben van 1,5 hectare en geheel zijn benut, éénmalig uiterlijk tot 1 januari 2013 vergroting van het bouwblok boven de 1,5 hectare toegestaan om te kunnen voldoen aan de huisvestingseisen voortvloeiend uit het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij en uit de op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gestelde eisen.