direct naar inhoud van Artikel 3.3.5. Regels voor landbouwontwikkelingsgebieden
onherroepelijk
NL.IMRO.9930.vr2010fase1-0005
Artikel 3.3.5. Regels voor landbouwontwikkelingsgebieden
  • 1. Een bestemmingsplan dat is gelegen in een landbouwontwikkelingsgebied bepaalt dat:
    • a. nieuwvestiging van een intensieve veehouderij niet is toegestaan;
    • b. hervestiging van en omschakeling naar intensieve veehouderij binnen een bestaand bouwblok zijn toegestaan;
    • c. binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren;
    • d. uitbreiding van bouwblokken voor intensieve veehouderij is toegestaan tot ten hoogste 1,5 hectare;
    • e. ingeval van uitbreiding op grond van d ten minste 10 % van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing.
  • 2. Tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dat in overeenstemming is met het eerste lid, onder c en d, in werking is getreden, geldt de regel dat:
    • a. binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren;
    • b. vergroting van de bebouwing ten behoeve van intensieve veehouderij welke op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk verleende wettelijke vergunning, uitsluitend is toegestaan voor zover dit niet leidt tot een bouwblok dat groter is dan 1,5 hectare waarbij ten minste 10 % van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing.
  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder d, is voor bouwblokken die op 20 maart 2010 een omvang hebben van 1,5 hectare en geheel zijn benut, éénmalig uiterlijk tot 1 januari 2013 vergroting van het bouwblok boven de 1,5 hectare toegestaan om te kunnen voldoen aan de huisvestingseisen voortvloeiend uit het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij en uit de op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gestelde eisen.
  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder d, voor een bestemmingsplan dat voorziet in uitbreiding van een bouwblok ten behoeve van een intensieve veehouderij tot ten hoogste 2,5 hectare binnen door hen aangewezen landbouwontwikkelingsgebieden of delen daarvan.
  • 5. De in artikel 5.2.1, tweede lid, bedoelde stukken, behorende bij de aanvraag om ontheffing als bedoeld in het vierde lid, bevatten tevens:
    • a. een verantwoording dat zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte;
    • b. een verantwoording dat is verzekerd dat ten minste 15 % van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing;
    • c. een verantwoording dat de beoogde ontwikkeling zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is.
  • 6. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2.1.3 voor een bestemmingsplan dat voorziet in de omschakeling van een agrarisch bouwblok naar een bouwblok voor niet-agrarische bedrijvigheid of burgerwoning in een landbouwontwikkelingsgebied.
  • 7. De in artikel 5.2.1, tweede lid, bedoelde stukken, behorende bij de aanvraag om ontheffing als bedoeld in het zesde lid, bevatten tevens:
    • a. een verantwoording dat reële mogelijkheden ontbreken om ter plaatse van de beoogde ontwikkeling een intensieve veehouderij te hervestigen;
    • b. een verantwoording dat de voorgenomen ontwikkeling de nieuwvestiging of hervestiging van intensieve veehouderijen of de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande intensieve veehouderijen niet verhindert.