direct naar inhoud van Aanwijzing 1, t.a.v. de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie" op de locatie aan de Wollenbergseweg ong. (camping de Paddestoel)
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Mill en Sint-Hubert
Status: vastgesteld

Aanwijzing 1, t.a.v. de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie" op de locatie aan de Wollenbergseweg ong. (camping de Paddestoel)

De bestemming 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' aan de Wollenbergseweg ong. (camping de Paddestoel), treedt niet in werking.

Motivering

In onze zienswijze van 20 maart 2012 hebben wij - onder het kopje 'Niet-agrarische ontwikkelingen' - onder meer vermeld dat ter plaatse van de Wollenbergseweg ong. sprake is van een nieuwvestiging van een camping. Wij achten dit in strijd met artikel 2.1 van de Verordening ruimte.

Hoofdstuk 2 Verordening ruimte – zorgvuldig ruimtegebruik
Op grond van artikel 2.1 Verordening ruimte dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik. In lid 2 van dit artikel staat dat het principe van zorgvuldig ruimtegebruik in ieder geval inhoudt dat bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald. Onder bestaande bebouwing wordt verstaan dat gebruik wordt gemaakt van bestaand bestemmingsvlak of bouwblok: een locatie waar op grond van de geldende planologische regeling het bouwen van gebouwen is toegestaan (en in veel gevallen al feitelijke bebouwing staat).

Wij constateren dat voor de vestiging van de camping geen gebruik wordt gemaakt van een bestaand bestemmingsvlak of bouwblok op grond waarvan bebouwing is toegestaan.

Hoofdstuk 11 Verordening ruimte – Regels voor niet-agrarische ontwikkelingen

Artikel 11.6 Verordening ruimte bepaalt onder meer dat een bestemmingsplan buiten een landbouwontwikkelingsgebied kan voorzien in een VAB-vestiging van een niet-agarische ontwikkeling. Hieraan zijn vervolgens een aantal voorwaarden verbonden.
In de begripsbepalingen van de Verordening ruimte is aangegeven wat onder VAB-vestiging wordt verstaan: 'vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaand bestemmingsvlak of bouwblok waarbinnen het geldende bestemmingsplan het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100m2 toestaat'.

In reactie op onze zienswijze geeft de gemeente aan dat eerder toestemming is verleend voor een mini-camping aansluitend aan het agrarisch bouwblok. Uit nadere informatie blijkt deze toestemming te zijn verleend als nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf in het kader van verbrede landbouw. In die zin maakt de camping dan ook deel uit van het agrarische bedrijf en had het in de rede gelegen de camping onderdeel uit te laten maken van het agrarische bouwblok, al dan niet voorzien van een differentiatievlak met een specifieke aanduiding voor verblijfsrecreatie.

Gelet op het bovenstaande concluderen wij dat geen sprake is van een bestaand bestemmingsvlak of bouwblok op grond waarvan bebouwing is toegestaan en derhalve sprake is van nieuwvestiging van een camping, zijnde een niet-agrarische functie, met de bestemming 'Recreatie- verblijfsrecreatie'. Dit is in strijd met artikel 11.6, lid 1 onder d van de Verordening ruimte. De beantwoording van onze zienswijze in de Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen leiden niet tot een ander oordeel.