direct naar inhoud van Inzet aanwijzingsbevoegdheid
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Mill en Sint-Hubert
Status: vastgesteld

Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2012 (hierna: Verordening ruimte). De Verordening ruimte is op 11 mei 2012 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 juni 2012 in werking getreden.
De Verordening ruimte vormt het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Verordening ruimte zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.
Daarbij zien wij de reactieve aanwijzing als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Verordening ruimte.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Verordening ruimte zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiƫnter instrument vinden dan de inzet van beroep, zoals in gevallen van een voorlopige voorziening waar het wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden betreft die in strijd zijn met de Verordening ruimte. Dit speelt ook een rol bij deze aanwijzing.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Ten aanzien van het voorontwerp van dit plan heeft de directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving (ROH) op 13 oktober 2011 een schriftelijke vooroverlegreactie uitgebracht. Wij hebben een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 20 maart 2012, kenmerk C2065490/2911167. Daarnaast hebben wij in de periode tussen het indienen van onze zienswijzen en het vaststellen van het bestemmingsplan op ambtelijk niveau overleg gevoerd met uw gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad.