direct naar inhoud van Inzet aanwijzingsbevoegdheid
vastgesteld
NL.IMRO.9930.ra1706bg-0001

Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

Provinciale Staten hebben op 27 juni 2008 de Interimstructuurvisie Noord-Brabant vastgesteld waarin de provinciale belangen zijn verwoord. Om de provinciale belangen te borgen, hebben zij besloten om voor een 17-tal onderwerpen een Verordening Ruimte voor te bereiden. In de startnotitie Verordening Ruimte die door Provinciale Staten op 12 december 2008 is vastgesteld, is dit nader uitgewerkt. Een zorgvuldige totstandkoming van deze verordening vergt enige tijd. Naar verwachting wordt de eerste fase van de Verordening Ruimte vastgesteld in april 2010 en de tweede fase in november 2010. Het ontwerp van de eerste fase van de verordening Ruimte heeft inmiddels ter inzage gelegen. Wij achten ons – vooruitlopend op de vaststelling van de Verordening Ruimte – bevoegd om indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, hanteren wij de door ons op 1 juli 2008 vastgestelde Paraplunota ruimtelijke ordening en de Interimstructuurvisie. Bij de afweging of het Besluit bestemmingsplan voldoende rekening houdt met de provinciale belangen, zijn voornoemde documenten in aanmerking genomen.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor u uiteengezet en aan u kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving (ROH) heeft daartoe bij brief van 15 november 2007, kenmerk 1270310/1344002, een directieadvies uitgebracht over het voorontwerp van dit bestemmingsplan. Ook de PPC heeft advies uitgebracht over het voorontwerp van het bestemmingsplan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied" ingediend bij brief van 17 februari 2009, kenmerk 1503622/1483032. Overigens is er tijdens de totstandkoming van het bestemmingsplan regelmatig ambtelijk overleg gevoerd omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij u bekend zijn. Desondanks is ons gebleken dat u bij de vaststelling van het plan (op onderdelen) onvoldoende rekening heeft gehouden met provinciale belangen.

Wij hebben ons bij ons oordeel gebaseerd op het raadsbesluit d.d. 8 december 2009 en de bij dit raadsbesluit opgenomen bijlagen. Uitgangspunt vormen de op 11 december 2009 toegezonden planregels en verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied. Een aantal van de onderdelen van het bestemmingsplan, waar deze reactieve aanwijzing betrekking op heeft, is het gevolg van de gewijzigde vaststelling door uw raad. Omdat niet alle wijzigingen op een juiste manier blijken te zijn verwerkt in de voorgelegde stukken, zullen wij zonodig beroep instellen om onze belangen te borgen.