direct naar inhoud van 1. Ruimtelijke kwaliteit
vastgesteld
NL.IMRO.9930.ra1706bg-0001

1. Ruimtelijke kwaliteit

Om het karakter van het landelijk gebied te behouden bevat ons beleid enerzijds ontwikkelingsruimte binnen het stedelijk gebied voor functies die niet aan het buitengebied zijn gebonden, zoals niet-agrarische bedrijvigheid en het bouwen van woningen. Anderzijds proberen wij de steeds verdergaande verstening van het buitengebied terug te dringen, door de sloop van overtollige bebouwing te stimuleren en de uitbreiding van bebouwing te beperken. Op onderdelen zijn wij van mening dat onderhavig plan op onvoldoende wijze rekening houdt met het provinciaal belang. Hieronder gaan wij in op deze afzonderlijke onderdelen.

Nieuwe burgerwoningen aan Kouwbergen ongenummerd

Met betrekking tot de opgenomen woonbestemmingen hebben wij geconstateerd dat ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen enkele nieuwe bestemmingsvlakken voor 'wonen' zijn toegekend. Enkele waren ook in het ontwerp-bestemmingsplan als zodanig opgenomen. In onze zienswijze hierop hebben wij aangedrongen op een retrospectieve toets ter onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. Dit is echter niet in alle situaties of onvoldoende gebeurd. Nieuwe burgerwoningen in het buitengebied achten wij slechts onder bijzondere omstandigheden en onder nadere voorwaarden mogelijk. In onderstaande gevallen ontbreken deze omstandigheden, dan wel heeft de gemeente niet aangetoond dat hiervan sprake zou zijn. Uit nadere informatie bij de gemeente blijkt in deze gevallen geen woning aanwezig. Wij achten de opgenomen bestemmingen 'wonen' voor de percelen aan Kouwbergen (ten noorden van nummer 5 en ten zuiden van nummer 2) in strijd met onze provinciale belangen.

Nieuwe burgerwoning en bedrijfswoning aan Ontginningsweg

De wijziging bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft betrekking op de aanduiding '2' binnen het agrarisch bouwblok op het perceel Ontginningsweg 2 en 4, alsmede de (nieuw) opgenomen woonbestemming op het perceel Ontginningsweg 2a. Wij verwijzen in dit verband naar de op 28 maart 2006 door ons verleende verklaring van geen bezwaar onder nummer 1158405/1182229. Deze verklaring zag toe op de bouw van een bedrijfswoning op het perceel nr. 2a onder de voorwaarde dat de bewoning van nr. 2 wordt beƫindigd. De thans opgenomen bestemmingen en aanduidingen betekenen evenwel dat een nieuwe burgerwoning in het buitengebied ontstaat (in plaats van een bedrijfswoning). Deze bestemming is in strijd met het provinciaal belang uitgaande van het weren van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied.

Bovendien is er een directe relatie met de beƫindiging van de bewoning op nummer 2. Deze relatie wordt illusoir omdat het bestemmingsplan bij recht nu 2 bedrijfswoningen toelaat. Wij kunnen derhalve niet instemmen met de in het plan opgenomen aanduiding '2' binnen het agrarisch bouwblok.

Schuilgelegenheden

Wij hebben een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan in verband met de mogelijkheden om in het plangebied verspreide bebouwing op te richten. Door middel van de ontheffingsmogelijkheden zoals opgenomen in de artikelen 3.4.6, 4.4.6 en 5.4.4 van de regels, biedt ook het op dit onderdeel gewijzigd vastgestelde plan de mogelijkheid om buiten het bouwvlak schuilvoorzieningen op te richten. Ons beleid gaat in principe uit van concentratie van bebouwing en voorzieningen binnen het bouwblok om verspreide verstening van het buitengebied, vanwege zuinig ruimtegebruik, tegen te gaan. In onze ogen dragen de genoemde ontheffingen in deze vorm niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied aangezien het toelaten van dit soort bouwwerken leidt tot een verdergaande verstening en verrommeling van het buitengebied. Wij zijn van mening dat onze belangen waar het betreft het openhouden van het buitengebied en het tegengaan van de verstoring van landschappelijke kwaliteiten hierdoor worden geschaad.

Paardenbakken

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is het plan gewijzigd ten aanzien van de artikelen 3.6.8, 4.6.7 en 5.6.6. Ook andere artikelen zijn in dit verband aangepast maar deze zijn van toepassing binnen bestemmingsvlakken.

Voornoemde artikelen maken het met ontheffing mogelijk dat paardenbakken buiten het bouwvlak worden opgericht. Deze kunnen verspreid in het buitengebied worden opgericht. Onder verwijzing naar onze voornoemde overwegingen achten wij een dergelijke mogelijkheid in strijd met het provinciaal belang ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien kan deze regeling uiteindelijk leiden tot een groter agrarisch bouwblok dan wij aanvaardbaar vinden met het oog op de kwaliteiten van de omliggende waarden.