direct naar inhoud van 2. Land- en tuinbouw
vastgesteld
NL.IMRO.9930.ra1706bg-0001

2. Land- en tuinbouw

Het provinciaal belang is gericht op een duurzame land- en tuinbouw ten gunste van een vitaal landelijk gebied, zowel qua leefbaarheid als economie. In de Interimstructuurvisie, Paraplunota en het reconstructieplan Boven Dommel worden hiertoe provinciale beleidslijnen uitgezet, ondersteund door diverse provinciale beleidsnota's. Hierin zijn onder meer de uitgangspunten voor het agrarisch vestigingsbeleid verwoord. Bovendien is er een nauwe samenhang met het provinciaal belang ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied in het algemeen. Met betrekking tot het volgende is er sprake van strijdigheid met het provinciaal belang.

Glastuinbouwbedrijf Randweg-Oost 19

Het provinciaal belang ten aanzien van de glastuinbouw is uitgewerkt in concrete beleidsregels die als doel hebben bovenstaande belangen te waarborgen. Onze beleidsuitgangspunten hebben wij vastgelegd in de Beleidsnota Glastuinbouw 2006. Voor glastuinbouwbedrijven buiten de daarvoor aangewezen vestigings- en doorgroeigebieden achten wij een omvang van 3 ha netto glas maximaal toelaatbaar.

Het bouwblok voor het glastuinbouwbedrijf aan de Randweg-Oost 19 heeft een omvang van ca. 7 ha. Bij de vaststelling van het plan is dit onderdeel van het plan gewijzigd vastgesteld. De feitelijke situatie ter plaatse maakt een dergelijke omvang niet noodzakelijk. In de nota van ambtshalve wijzigingen staat dat in het vergrote deel de aanduiding sba-onb (specifieke vorm bedrijf-agrarisch-onbebouwd) opgenomen zou worden. Deze aanduiding ontbreekt echter op de verbeelding, waardoor het gehele vergrote bouwvlak benut kan worden voor glas. Een en ander maakt dus een uitbreiding mogelijk waarbij de omvang aan netto glasareaal fors groter kan zijn dan 3 ha, hetgeen in strijd is met het provinciaal belang.

Intensieve veehouderijen in verwevingsgebieden

In verwevingsgebied vinden wij uitbreiding en ontwikkeling van intensieve veehouderijen alleen mogelijk op duurzame locaties. Wij hanteren in de reconstructieplannen daarbij als uitgangspunt dat een vergroting van een bouwblok boven 1,5 ha niet rechtstreeks mogelijk is. Bij een grotere omvang vinden wij belangrijk dat de reconstructiedoelen, zowel qua milieu en ruimte op een goede manier zijn geborgd. In de provinciale Verordening Ruimte worden hiervoor eisen opgenomen. Bovendien gaan wij uit van een bouwblok op maat.

In het ontwerpplan was er geen rechtstreekse uitbreidingsmogelijkheid opgenomen voor een intensieve veehouderij in het verwevingsgebied. Uitbreiding van agrarische bebouwing was slechts met ontheffing mogelijk op een duurzame locatie en binnen het bouwblok. Daarom zagen wij geen reden om zienswijzen in te brengen tegen de omvang van enig bouwblok voor een intensieve veehouderij op de verbeelding.

Wij constateren dat de bestemmingsregeling gewijzigd is vastgesteld met betrekking tot artikel 3.3.2 en 4.3.2. De wijziging heeft tot gevolg dat alle toegekende bouwblokken op de verbeelding nu als duurzame locatie worden aangemerkt. Daardoor worden nu wel (rechtstreekse) uitbreidingsmogelijkheden geboden, ook boven een omvang van 1,5 ha, terwijl geen zicht bestaat op de concrete uitbreidingsplannen en de duurzaamheid van de betreffende locatie. Het bestemmingsplan is niet voorzien van een plan-mer op basis waarvan de milieu-effecten in beeld zijn gebracht, hetgeen noodzakelijk is voor de onderbouwing van de uitbreidingsmogelijkheden. Tot slot is in deze gevallen geen sprake van een bouwblok op maat. De omvang van de volgende agrarische bouwblokken achten wij in strijd met genoemde provinciale belangen:

  • Sterkselseweg 15;
  • De Vinnen 4;
  • Het Laar 2a;
  • De Hoge Weg 5;
  • Bergsestraat 17;
  • Kluisweg 17;
  • Klein Schoterstraat 7;
  • Klein Schoot 39;
  • Bosch 74;
  • Meemortel (t.o. nummer 59).

Groenstraat 16 (Intensieve veehouderij in extensiveringsgebied)

Nieuwvestiging/uitbreiding en omschakeling van/naar een intensieve veehouderij in het extensiveringsgebied is in strijd met de reconstructiewet, het reconstructieplan en de paraplunota. In mei 2007 heeft de Raad van State onderdelen van het reconstructieplan Boven Dommel vernietigd. Daarbij is onder andere aangegeven dat het slot op de muur niet gehanteerd mocht worden. Ook voor bouwblokken in bestemmingsplannen van vóór 1992 zou het bouwblok op maat principe gehanteerd moeten worden. Dat betekent dat bouwblokken in bestemmingsplannen van vóór 1992 een bouwblok op maat wordt toegekend.

Voor het bouwblok op maatprincipe wordt verwezen naar bijlage 5 van deel B van het reconstructieplan( blz. 305). Het komt er op neer dat uitgegaan wordt van de bestaande bebouwing en een uitbreidingsruimte van ongeveer 15%. Groenstraat 16 betreft een intensief veehouderijbedrijf gelegen in het extensiveringsgebied-natuur. De 15% is al ingevuld door de recent verleende vergunningen.

Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is het agrarisch bouwblok gewijzigd vastgesteld. Enerzijds is uitbreidingsruimte aanwezig aan de straatzijde van het bouwblok, anderzijds is aan het agrarisch bouwblok een nieuw agrarisch bouwblok op afstand gekoppeld. Een uitbreiding buiten het bouwblok op maat achten wij echter in strijd met de reconstructiewet en de provinciale belangen. Bovendien beschouwen wij het gekoppeld bouwblok als een nieuwvestiging van een bouwblok in extensiveringsgebied. Nieuwvestiging van een agrarisch bouwblok voor een IV is eveneens in strijd met het provinciaal belang. Het feit dat eventueel bouwvergunningen zijn verleend doet niet af aan de evidente strijdigheid met de provinciale belangen. Deze vergunningen zijn immers in strijd met het vigerend bestemmingsplan verleend. Er zijn geen wijzigingsprocedures gevoerd. Een en ander heeft zich dus onttrokken aan rechtsbeschermingsmogelijkheden en ondermijnt onze verantwoordelijkheid om toe te zien op de borging van de provinciale belangen.

Nieuwvestiging grondgebonden agrarische bedrijven

Nieuwvestiging van grondgebonden agrarische bedrijven vinden wij uit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik alleen mogelijk als sprake is van een verplaatsing van een bestaand bedrijf met het oog op maatschappelijke belangen, en er geen mogelijkheden zijn op bestaande bouwblokken. Wij constateren dat ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen enkele nieuwe bouwblokken zijn opgenomen. Deze bouwblokken kunnen volgens de regels worden vergroot tot een grotere omvang. In deze gevallen heeft de gemeente echter niet aangetoond dat sprake is van voornoemde omstandigheden, noch dat sprake is van agrarische activiteiten (bijvoorbeeld door middel van een retrospectief onderzoek). Het plan is op deze onderdelen gewijzigd vastgesteld. Het betreft de agrarische bouwblokken op de volgende percelen:

  • Lochterweg 11;
  • Woutjesdijk, ten zuiden van nummer 8.