direct naar inhoud van Inzet aanwijzingsbevoegdheid
vastgesteld
NL.IMRO.9930.ra0840nijverhei-0001

Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd. Provinciale Staten hebben op 27 juni 2008 de Interimstructuurvisie Noord-Brabant vastgesteld waarin de provinciale belangen zijn verwoord. Om de provinciale belangen te borgen, hebben zij besloten om voor een 17-tal onderwerpen een Verordening ruimte voor te bereiden. In de startnotitie Verordening Ruimte die door Provinciale Staten op 12 december 2008 is vastgesteld, is dit nader uitgewerkt. Een zorgvuldige totstandkoming van deze verordening vergt enige tijd. De Verordening ruimte, fase 1 wordt op 23 april 2010 vastgesteld en treedt naar verwachting op 1 juni 2010 in werking. De ontwerp-Verordening ruimte, fase 2 zal naar verwachting eind 2010 worden vastgesteld en 1 januari 2011 in werking treden. De Verordening ruimte fase 1 betreft de omzetting van bestaand provinciaal beleid zoals dit is vastgelegd in de Interimstructuurvisie Noord-Brabant en de Paraplunota ruimtelijke ordening die op 1 juli 2008 in werking zijn getreden en derhalve bij alle gemeenten bekend mogen worden verondersteld. De totstandkoming van de verordening vergt enige tijd en tot die tijd zijn we gehouden aan het instrument 'reactieve aanwijzing', mits daar zorgvuldig gebruik van gemaakt wordt. Wij achten ons – vooruitlopend op de vaststelling van de Verordening Ruimte – bevoegd om indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, hanteren wij de door ons op 1 juli 2008 vastgestelde Paraplunota ruimtelijke ordening. Bij de afweging of het Besluit bestemmingsplan ex artikel 3.8, lid 4, Wro voldoende rekening houdt met de provinciale belangen, zijn voornoemde documenten in aanmerking genomen.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit Besluit bestemmingsplan ex artikel 3.8, lid 4, Wro uiteengezet en aan u kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving (ROH) heeft daartoe bij brief van 14 september 2009, kenmerk 1562428/1580372, een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp voor dit Besluit bestemmingsplan ex artikel 3.8, lid 4, Wro. Vervolgens hebben wij geen zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Nijverhei 2009' ingediend, omdat er aan de opmerkingen uit de vooroverlegreactie tegemoet was gekomen.

Overigens is vooruitlopend op de totstandkoming van het Besluit bestemmingsplan ex artikel 3.8, lid 4 Wro telefonisch ambtelijk overleg gevoerd over het al dan niet toestaan van bedrijfswoningen op het bedrijventerrein. Daarbij is toen ambtelijk aangegeven dat indien bedrijfswoningen mogelijk gemaakt worden in het bestemmingsplan er strijd met ons provinciale belang inzake zuinig ruimtegebruik zal zijn.

Gelet op voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bekend zijn. Desondanks is ons gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen.

Ons belang heeft betrekking op het thema Werken en Voorzieningen. Wij hebben ons bij ons oordeel gebaseerd op het raadsbesluit, de als bijlagen bij dit raadsbesluit opgenomen Nota van zienswijzen en Nota van wijzigingen. De reactieve aanwijzing is het gevolg van gewijzigde vaststelling door uw raad.