direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Valkenswaard (geconsolideerd)
Status: geconsolideerde versie
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra0858bgValkenswgc-gc01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 8 juli 2013 hebben wij het besluit van 27 juni 2013 met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” ontvangen. Dit besluit gaat vergezeld met een nota van zienswijzen en door de raad aangenomen amendementen. De plankaarten en regels zoals deze zouden zijn vastgesteld zijn ons niet (tijdig) ter beschikking gesteld.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2012 (hierna: Vr). Deze verordening is op 11 mei 2012 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 juni 2012 in werking getreden. Op 17 mei 2013 is een wijziging van de Vr vastgesteld gericht op een zorgvuldige veehouderij. Deze wijziging is op 31 mei 2013 in werking getreden. De Vr vormt het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen.

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiënter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening, met name waar het om wijzigings- of afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan betreft, zoals zich ook in deze aanwijzing voordoet.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe in een overleg met de gemeente Valkenswaard (gespreksverslag d.d. 06-09-2012) een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 5 maart 2013, nr. C2106615/3367035. Daarnaast is in de periode tussen het geven van de vooroverlegreactie en het vaststellen van het bestemmingsplan, op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad. 

1.4. Basis reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het opstellen van het digitale plan voor deze reactieve aanwijzing hebben wij echter niet de beschikking over het authentieke plan zoals vastgesteld door de gemeenteraad omdat dit pas later via www.ruimtelijkeplannen ter beschikking komt.

1.4.1 Verwijzing naar regels bestemmingsplan

Uit de tekst van de aanwijzing in combinatie met de motivering blijkt steeds waarop de aanwijzing ziet. Omdat het niet uitgesloten is dat later bij de beschikbaarstelling van het authentieke plan blijkt dat de door ons opgenomen referentie bij de vaststelling toch nog vernummerd of anders aangeduid is, hebben wij in de aanwijzing zelf alleen de strekking van de aanwijzing opgenomen.

Ter informatie hebben wij in de motivering wel de verwijzing naar een artikellid opgenomen, waarbij dit is gebaseerd op de nummering van de regels zoals deze in het ontwerpplan of de stukken bij het raadsvoorstel te vinden is.

Het is uiteindelijk aan de gemeente om de reactieve aanwijzing op een juiste manier bij beoordeling van verzoeken om bijvoorbeeld omgevingsvergunning te betrekken.

1.4.2 Tweede versie van aanwijzing met gedetailleerde begrenzing

Er worden doorgaans bij vaststelling van een bestemmingsplan buitengebied veranderingen opgenomen ten opzichte van het ontwerpplan, zoals percelen aan bestemmingen toevoegen of eruit verwijderen, bestemmingsvlakken vergroten of verkleinen, nieuwe aanduidingen opnemen. Omdat het authentieke plan nog niet op www.ruimtelijkeplannen.nl staat, hebben wij de juiste bestanden waarin deze wijzigingen van de gemeenteraad zijn verwerkt nog niet op het moment van het beslissen over de reactieve aanwijzing. Wij kunnen daardoor niet direct een gedetailleerd plan van de reactieve aanwijzing maken voor www.ruimtelijkeplannen.nl.

Daarom wordt in eerste instantie de hele tekst van de aanwijzing toegevoegd aan het hele bestemmingsplangebied, zonder onderscheid te maken waar welke aanwijzing van toepassing is. Nadat de gemeente het definitieve bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl heeft geplaatst zorgen wij dat er ook een zogenaamde geconsolideerde versie van deze aanwijzing op genoemde site wordt geplaatst. In deze tweede versie zal elke aanwijzing aan het relevante gebied of perceel van het vastgestelde bestemmingsplan worden gekoppeld.

1.5. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat elke aanwijzing later gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft. Hierdoor komen in de analoge tekst sommige overwegingen regelmatig terug. Wij beschouwen dit als een nadeel dat niet opweegt tegen de voordelen van een goede digitale ontsluiting van de juiste informatie per locatie.

Het karakter van digitaal plan heeft nog andere gevolgen voor de tekst. Net als in een bestemmingsplan is er geen apart onderdeel met alle aanwijzingen op een rij (in juridische termen: dictum) opgenomen. In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing(-en) t.a.v. begrenzing

2.1. Aanwijzing t.a.v. vergroting bestemmingsvlak Opperheide 5

De vergroting van het bestemmingsvlak Recreatie-verblijfsrecreatie aan de Opperheide 5 ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied treedt niet in werking.

Motivering
De opgenomen bestemming Recreatie-verblijfsrecreatie aan de Opperheide 5 is gewijzigd in het vastgesteld plan naar aanleiding van een amendement. De opgenomen wijziging betreft een uitbreiding van het bestemmingsvlak aan de zuidkant met een strook van 30 meter diep over de gehele breedte van het bestemmingsvlak. Dit is ook een uitbreiding ten opzichte van de oppervlakte die in het geldende bestemmingsplan is opgenomen voor de bedrijvigheid ter plaatse.
De locatie is in de Vr gelegen in de groenblauwe mantel.

Hoofdstuk 2 Vr - zorgvuldig ruimtegebruik
Op grond van artikel 2.1 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik. Wij constateren dat in het raadsbesluit niet voorzien is van een motivering van de noodzaak en omvang van de uitbreiding als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 onder b. Daarnaast wordt ook de verantwoording gemist die in artikel 2.1 lid 3 wordt vereist. Met name het vereiste genoemd onder a is hier van belang, nu de locatie gelegen is in de groenblauwe mantel en ter plaatse de nodige waarden kunnen worden verwacht die in de afwegingen een rol zouden moeten spelen. de Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.1 van de Vr.

Hoofdstuk 2 Vr - verbetering ruimtelijke kwaliteit
Op grond van artikel 2.2 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.

De uitbreiding is rechtstreeks in het plan opgenomen en betreft een relevante ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 2.2 Vr, zonder dat dit gepaard is gegaan met een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.2 van de Vr.

Hoofdstuk 11 Vr - niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied
In lijn met artikel 2.1 en 2.2 Vr biedt artikel 11.6 lid 3 Vr de mogelijkheid om onder voorwaarden een bestaand niet-agrarisch bedrijf in de groenblauwe uit te breiden. Aan de vereisten in dit artikel op het gebied van motivering en een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken in de groenblauwe mantel is niet voldaan.

In artikel 11.9 zijn aanvullende regels opgenomen voor verblijfsrecreatie. Op grond hiervan is het onder meer mogelijk af te wijken van de maximale omvang voor niet-agrarische bedrijven die is opgenomen in artikel 11.6. Van een afwijking van de voorwaarden opgenomen in artikel 11.6 lid 3 is geen sprake. Het vereiste van een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de groenblauwe mantel is dus onverkort van toepassing.
De toegekende uitbreiding is daarom ook in strijd met de regels voor niet-agrarische bedrijvigheid buiten bestaand stedelijk gebied.

2.2. Aanwijzing t.a.v. de maatvoeringsaanduiding maximum aantal wooneenheden = 2 op de locatie Molenstraat 203 te Valkenswaard

De aanduiding 'maximum aantal wooneenheden = 2' binnen de bestemming Wonen aan de Molenstraat 203 te Valkenswaard treedt niet in werking.

Motivering

Bij amendement 3 is op de locatie Molenstraat 203 te Valkenswaard op de verbeelding de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden = 2' opgenomen. Wij constateren dat het perceel en bebouwing Molenstraat 203 is gesplitst in een gedeelte met de bestemming 'sport' en een gedeelte met de bestemming 'wonen'. Tevens is het gehele perceel o.a. aangeduid met 'dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie'. Ter plaatse is 1 woning aanwezig.

Hoofdstuk 11 Vr
Op grond van artikel 11.1, lid 1 sub a Vr is nieuwvestiging van één of meer woningen in gebied buiten bestaand stedelijk gebied uitgesloten. Aangezien ter plaatse sprake was van een VAB is het op grond van artikel 11.1, lid 4 Vr toegestaan dat de voormalige bedrijfswoning wordt bestemd als burgerwoning.

Op grond van artikel 11.1, lid 3 sub b Vr is het mogelijk om cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te splitsen in meerdere woonfuncties. In onderhavige situatie wordt echter een extra woning mogelijk gemaakt door herbouw van een vervallen gebouw op het erf. Dat betekent dat er in dit geval geen sprake is van splitsing van cultuurhistorische waardevolle bebouwing, gericht op het behoud of herstel van deze bebouwing.

Wij concluderen dan ook dat de hiervoor beschreven bouwmogelijkheid voor de tweede woning in strijd is met artikel 11.1, lid 1 sub a en niet voldoet aan artikel 11.1, lid 3 sub b van de Vr. Wij achten het plan op dit punt in strijd met de Vr.

Onderwerp van aanwijzing
Nu de regels bepalen dat het maximale aantal woningen 1 is indien er niets is aangegeven, of maximaal het aantal genoemd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen' hebben wij besloten de gehele maatvoeringsaanduiding buiten werking te stellen, en niet slechts het getal 2. Dit laatste zou wellicht tot een discussie over de interpretatie kunnen leiden vanuit de gedachte dat indien er geen maximum genoemd is, dit onbeperkt is. De gekozen opzet van de aanwijzing geeft duidelijkheid dat er slechts 1 woning is toegestaan.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing(-en) t.a.v. de inleidende regels

3.1. Aanwijzing t.a.v. begrip teeltondersteunende voorzieningen

In de tekst bij het begrip 'teeltondersteunende voorzieningen' treedt bij de nadere beschrijving van de categorie 'permanente teeltondersteunende voorzieningen' het woord ”bijvoorbeeld” dat voorafgaat aan de opsomming niet in werking in de groenblauwe mantel en de ecologische hoofdstructuur zoals opgenomen in de Verordening ruimte.

Motivering
In artikel 1 onder nummer 1.79 van het bestemmingsplan is een omschrijving opgenomen van het begrip teeltondersteunende voorzieningen (tov). Bij de categorie permanente tov is in de omschrijving een opsomming gegeven die niet limitatief is. Uit de voorschriften bij de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden blijkt, dat ook kassen onder het begrip permanente tov vallen.

Hoofdstuk 1 Vr - begrippen
Voor beoordeling zijn de volgende begripsbepalingen in artikel 1.1 van de verordening van belang:
74) teeltondersteunende voorziening: ondersteunende voorziening die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een tuinbouwbedrijf of boomkwekerij.
62) permanente teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas.
42) kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter.

Volgens artikel 1, lid 62 Vr worden dus kassen - waartoe ook schuurkassen of permanente tunnel- of boogkassen hoger dan 1,5 meter worden gerekend - niet beschouwd als permanente teeltondersteunende voorzieningen. Dit onderscheid is van belang, omdat in de Vr voor kassen, ook de teeltondersteunende, andere regels gelden dan voor permanente teeltondersteunende voorzieningen.

Dit is met name van belang voor agrarische bedrijven die zijn gelegen in de groenblauwe mantel en (nog niet gerealiseerde) ecologische hoofdstructuur (ehs). Waar de bestemming Agrarisch met waarde samenvalt met de aanwijzing tot groenblauwe mantel of ehs in de Vr is er sprake van strijd met de verordening als onder het in artikel 5.2.6 gebruikte begrip 'teeltondersteunende voorzieningen' ook kassen, permanente tunnels of boogkassen begrepen kunnen worden.

Wij verwijzen hierbij ook naar de motivering onder '4.1 Aanwijzing t.a.v. teeltondersteunende kassen in de groenblauwe mantel'.

Wij concluderen dan ook dat door de definitie van het begrip permanente teeltondersteunende voorzieningen die niet in overeenstemming is met artikel 1, lid 62 Vr, bouwmogelijkheden kunnen ontstaan voor kassen en genoemde tunnels in de groenblauwe mantel en ehs hoewel die daar op grond van de Vr zijn uitgesloten.

Het niet in werking laten treden van de in artikel 5.2.6 lid a zou echter betekenen dat alle typen teeltondersteunende voorzieningen binnen de groenblauwe mantel verboden worden. Daarom wordt voor de gebieden in kwestie een deel van de begripsbepaling voor teeltondersteunende voorzieningen in het bestemmingsplan buiten werking gesteld. Daarmee kunnen de andere genoemde typen voorzieningen nog wel gerealiseerd worden.

Hoofdstuk 4 Aanwijzing(-en) t.a.v. de regels voor de bestemming Agrarisch met waarden

4.1. Aanwijzing t.a.v. teeltondersteunende kassen in de groenblauwe mantel

In de regels voor teeltondersteunende voorzieningen bij de bestemming Agrarisch met waarden treedt binnen de groenblauwe mantel en de ecologische hoofdstructuur zoals opgenomen in de Vr van het getal ter vermelding van het maximale gezamenlijke oppervlak van kassen niet in werking "5.00", waardoor er een getal van 0 resteert.

Motivering

Artikel 5.2.6, lid a onder 2 van het plan bevat de rechtstreekse mogelijkheid om permanente teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van kassen tot een maximum van 5.000 m2 op te richten binnen het bouwvlak.

In de Verordening ruimte wordt het buitengebied in 3 typen gebied verdeeld: agrarisch gebied, groenblauwe mantel (gbm) en ecologische hoofdstructuur (ehs). Deze 3 typen gebied kennen in deze volgorde een oplopende bescherming en daarmee een afnemende ruimte voor ontwikkelingen. In het bestemmingsplan is de bestemming 'Agrarisch met Waarden' toegekend aan de gbm en aan die delen van de ehs welke nog niet gerealiseerd zijn. De agrarische bouwvlakken in de bestemming Agrarisch met waarden liggen vrijwel allemaal in de gbm en een enkele valt samen met de ehs zoals opgenomen in de Vr.

Voor de gemeenteraad gaf onze zienswijze op dit punt geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan omdat er volgens haar geen sprake is van strijd met de Vr omdat de teeltondersteunende kassen enkel gesitueerd kunnen worden binnen de bestaande bouwvlakken van de agrarische bedrijven.

De gemeenteraad miskent echter hiermee dat ook voor de agrarische bouwvlakken de regels van het gebied gelden waarin zij zijn gelegen. In dit geval zijn dat de regels met betrekking tot de gbm en de ehs.

Hoofdstuk 1 Vr - begrippen
Voor beoordeling van deze bepalingen zijn de volgende begripsbepalingen in artikel 1.1 van de verordening van belang:
74) teeltondersteunende voorziening: ondersteunende voorziening die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een tuinbouwbedrijf of boomkwekerij.
62) permanente teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas.
42) kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter.

Hoofdstuk 6 Vr - groenblauwe mantel
Waar de bestemming Agrarische met waarde samenvalt met de aanwijzing tot groenblauwe mantel in de verordening is er sprake van strijd met de verordening. Het oprichten van kassen is namelijk in de groenblauwe mantel niet toegestaan.

In artikel 6.4, lid 2 van de verordening wordt namelijk gesteld dat het bestemmingsplan kan voorzien in de bouw van teeltondersteunende voorzieningen. In de begripsbepaling in de verordening ruimte zijn kassen en permanente tunnels of boogkassen hiervan uitgesloten. Dergelijke bouwwerken mogen dus niet als permanente teeltondersteunende voorziening worden opgericht in de groenblauwe mantel.
Dit wordt ook nog eens benadrukt c.q. bevestigd door het feit dat in het vergelijkbare artikel in de Vr voor grondgebonden bedrijven in het agrarisch gebied - artikel 8.3 - nadrukkelijk bepaald is dat de bouw van kassen met een netto omvang van 5.000m2 is toegestaan.

Conclusie
De systematiek van een oplopende bescherming en een afnemende ruimte voor ontwikkelingen betekent dat kassen ook niet als permanente teeltondersteunende voorziening zijn toegestaan binnen de groenblauwe mantel en gelet op voornoemde systematiek ook niet passend zijn binnen de (nog niet gerealiseerde) ehs.

Onderwerp van aanwijzing
Indien wij zouden kiezen voor het geheel laten vervallen van artikel 5.2.6 lid a onder 2 waarin de maximale maat voor kassen is geregeld, zou de indruk kunnen bestaan dat op grond van 5.2.2 onbeperkt kassen kunnen worden opgericht. Kassen zijn immers ook gebouwen, en een maximum omvang zou vervolgens nergens in de regels te vinden zijn. Om elke discussie of onduidelijkheid op dit punt te vermijden hebben wij ervoor gekozen binnen de gbm en ehs in artikel 5.2.6 lid a onder 2 het toegestane gezamenlijke oppervlak van kassen terug te brengen tot 0m2.

Hoofdstuk 5 Aanwijzing(-en) t.a.v. de algemene afwijkingsregels

5.1. Aanwijzing t.a.v. paardenbakken buiten bouwvlak voor paardenhouderijen

Artikel 40.5, onder a. de zinsnede: “of een paardenbak bij een paardenhouderij” en onder b. de zinsnede: “dit met uitzondering van paardenhouderijen” treden niet in werking.

Motivering
In artikel 40.5 van het plan is de afwijkingsbevoegdheid opgenomen om paardenbakken toe te staan buiten het bouwblok. Op grond van artikel 2.1, lid 2a, 6.4.1.d. en 8.3.1.d Vr dienen alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen in een bouwblok te worden opgenomen. Het toestaan, met afwijkingsbevoegdheid, van paardenbakken buiten het bouwblok is in strijd met deze artikelen. Daarnaast ontbreekt een ruimtelijke relatie tussen de paardenbak en de paardenhouderij waardoor paardenbakken solitair zouden kunnen worden opgericht hetgeen eveneens in strijd is met artikel 2.1. Vr.