direct naar inhoud van Aanwijzing 4, t.a.v. nieuw bestemmingsvlak Sport, Molenakker 10 te Gassel
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Grave
Status: vastgesteld

Aanwijzing 4, t.a.v. nieuw bestemmingsvlak Sport, Molenakker 10 te Gassel

Het bestemmingsvlak 'Sport' aan de Molenakker 10 inclusief bijbehorende aanduidingen zoals 'specifieke vorm van sport - groepsaccommodatie' treedt niet in werking.

Motivering
De opgenomen bestemming Sport met de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - groepsaccommodatie' aan de Molenakker 10 is gewijzigd in het vastgesteld plan naar aanleiding van een amendement.

De opgenomen mogelijkheid betreft een planologische nieuwvestiging met een maximale oppervlakte van 270 m2 ten behoeve van bestemming 'sport' met de aanduiding 'groepsaccommodatie' en is grotendeels gelegen in ecologische hoofdstructuur (ehs). De desbetreffende locatie is gekoppeld aan Molenakker 11a, alwaar ruitersport (binnenmanege) is gevestigd. Aan de Molenakker 10 is illegale bebouwing (timmerwerkplaats) met een omvang van ca. 250 m2 gelegen. Het vigerend bestemmingsplan Buitengebied 1998 kent aan de timmerwerkplaats geen bestemmingsvlak/bouwvlak toe.

Hoofdstuk 2 Vr - zorgvuldig ruimtegebruik
Op grond van artikel 2.1 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik. Dat betekent dat nieuwvestiging niet is toegestaan, tenzij dat in de Verordening uitdrukkelijk anders is bepaald (artikel 2.1 Vr). Wij constateren dat ter plaatse van de aanduiding groepsaccommodatie het geldend bestemmingsplan niet voorziet in een bouwvlak, het gebruik maken van een VAB- vestiging dan ook is uitgesloten. Bij deze beoordeling hebben wij nadrukkelijk de artikelen 1.1.59 en 1.2 sub 3 van de Vr betrokken. Bovendien is voor onderhavige situatie in de Verordening niet uitdrukkelijk bepaald dat nieuwvestiging ter plaatse is toegestaan. Wij beschouwen de opgenomen mogelijkheid voor de groepsaccommodatie dan ook als een planologische nieuwvestiging. Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.1 van de Vr.

Hoofdstuk 2 Vr - verbetering ruimtelijke kwaliteit
Op grond van artikel 2.2 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiƫle kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.
De in het bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid tot planologische nieuwvestiging van een bestemmingsvlak op een locatie waar nog geen bestemmingsvlak met bouwrechten aanwezig was. Tegelijkertijd houdt dit uitbreiding van het bestemmingsvlak en de bouwmogelijkheden voor de manege van Molenakker 11a in ten behoeve van een groepsaccommodatie. Dit betreft dan ook duidelijk een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 2.2 van de Verordening. In het regionaal ruimtelijk overleg (RRO) zijn hierover met de regio Noord-Oost Brabant afspraken gemaakt. Het bestemmingsvlak is rechtstreeks in het plan opgenomen en betreft een relevante ruimtelijke ontwikkeling, zonder dat dit gepaard is gegaan met een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.2 van de Vr.

Hoofdstuk 11 Verordening niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijke gebied
In lijn met artikel 2.1 Vr bieden artikel 11.6 Vr en verder onder voorwaarden de mogelijkheid om nieuwe niet-agrarische functies te vestigen in het buitengebied op een zgn. VAB-locatie. Daar is hier echter geen sprake van, zodat het opnemen van de recreatieve voorziening met bedrijfswoning ook op dit punt in strijd is met hoofdstuk 11.